Sanering bij bodemverontreiniging

Blijkt uit bodemonderzoek dat de bodem sterk vervuild is? Dan kan het zijn dat de bodem gesaneerd moet worden. Dit hangt af van de aard en de omvang van de vervuiling.

Belangrijk hierbij is of er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Dat wil zeggen:

  • 25 m3 of meer sterk verontreinigde grond en/of
  • 100 m3 of meer sterk verontreinigd grondwater en/of
  • sterk met asbest verontreinigde grond (geen volumecriterium van toepassing).

Ernstig geval van bodemverontreiniging

Bij een ernstig geval van bodemverontreiniging beslist de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland namens de Provincie Zeeland wat er moet gebeuren bij geconstateerde bodemverontreiniging. De RUD Zeeland beoordeelt de onderzoeksgegevens en doet een uitspraak over de ernst en spoedeisendheid van de verontreiniging.

Niet-ernstig geval van bodemverontreiniging

Wanneer een sterke bodemverontreiniging niet ernstig is (de sterke verontreiniging in de grond is kleiner dan 25 m3 en/of in het grondwater kleiner dan 100 m3 en geen asbest), ligt het bevoegd gezag bij de gemeente Goes. In dat geval beslist zij welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. In sommige gevallen is verwijdering van sterk verontreinigde grond of grondwater noodzakelijk. In dat geval moet er een plan van aanpak en saneringsevaluatie aangeleverd en goedgekeurd worden. De saneringseisen en – procedure voor een niet- ernstig geval van bodemverontreiniging zijn op te vragen via Beschikbare documenten Bodemloket | Gemeente Goes

Is de bodemverontreiniging ontstaan als gevolg van bedrijfsactiviteiten? En is voor deze bedrijfsactiviteiten (op grond van de WABO/het Activiteitenbesluit) een melding ingediend of een vergunning afgegeven? Dan ligt het bevoegd gezag bij de RUD Zeeland. Deze organisatie bepaalt welke vervolgacties nodig zijn. Kijk ook op https://www.rud-zeeland.nl.