HOME  |  In de gemeente  |  Spoorproject  |  Resultaten trillingsonderzoek spoor

Resultaten trillingsonderzoek spoor

Sinds 2004 onderzoekt de gemeente mogelijkheden om de overlast van geluid en trillingen voor bewoners langs het spoor door Goes te verminderen. Er bestaat geen wettelijke verplichting om trillingshinder te beperken. Goes wil desondanks de trillingsoverlast voor omwonenden terugdringen en hanteert hiervoor de richtlijnen van de Stichting Bouwresearch (SBR.) Deze worden veel gebruikt om hinder als gevolg van trillingen te beoordelen.

Het effect van de spoorbak, die de gemeente gepland had om de trillingsoverlast te verminderen, bleek onvoldoende te zijn. Een permanente verlaging van de snelheid naar 60 km/u leek ook onvoldoende op te leveren. Dit is weergeven in rapporten van TNO en Peutz (2011), die uitgebreid onderzoek hebben gedaan naar het effect van de spoorbak en snelheidsbeperking . Als doelstelling is gehanteerd dat de ‘spoorbak op maaiveld’ minstens een vermindering van de trillingshinder van 50 % op moet leveren om de  investering van € 32 mln. voor de aanleg de moeite waard te laten zijn.

Onderzoeksresultaten in het kort:

  • Er wordt in Goes niet voldaan aan de SBR richtlijnen voor trillingen in de dag-, avond- en nachtperiode.
  • Het rendement van een spoorbak is onvoldoende: minder dan 50 % (gemiddeld 37,5 %).
  • Een snelheidsverlaging naar 60 km/u lijkt onvoldoende effect op het trillingsniveau te hebben. Verder is geconstateerd dat het twijfelachtig is of met een snelheid van 40 km/u voldaan kan worden aan de SBR richtlijnen  voor de nachtperiode.
  • Behalve ‘s nachts worden ook overdag en ‘s avonds de normen overschreden ter hoogte van de kruiswissel bij de Willem Zelleweg en rond de spoorwegovergang Buys Ballotstraat. Door verwijdering van de kruiswissel wordt waarschijnlijk voldaan aan de normen voor dag en avond, maar niet voor de nachtperiode. Onduidelijk is waardoor de overschrijdingen in het gebied rond de spoorwegovergang veroorzaakt worden.

Voortgang

Deze onderzoeksresultaten betekenen niet het einde van het spoorproject dat verschillende doelen heeft. Ten eerste het terugdringen van geluidsoverlast. Hiervoor is een maatregelenpakket vastgesteld dat lage geluidsschermen, raildempers en betonnen bielzen omvat. Daarnaast  heeft het spoorproject tot doel om de verkeersveiligheid en bereikbaarheid te vergroten door de aanleg van een spoorviaduct.

Informatieavond

De onderzoeksrapporten zijn voor veel mensen lastig te lezen en te interpreteren omdat het over een ingewikkeld onderwerp gaat. Op 17 januari 2012 zijn ze toegelicht tijdens een bijeenkomst. De rapporten en de presentatie die tijdens deze bijeenkomst is gehouden kunt u onder aan deze pagina downloaden.

Uitgebrachte rapporten Peutz

VL 849-07-RA-001, d.d. 8 december 2011: Invoegverlies beoogde betonnen spoorbak
(Inhoud: bepaling van het rendement van de spoorbak; beschrijving modelvorming van het complexe 3D FEM-rekenmodel en beoordeling van de resultaten)

VL 849-12-RA-001, d.d. 8 december 2011: Trillingmetingen april 2011
(Inhoud: omschrijving en interpretatie van trillingmetingen in woningen in april 2011)

VL 849-15-RA-001, d.d. 11 januari 2012: Kanttekeningen bij analyse TNO 16 dec. 2011
(Inhoud: opmerkingen en kanttekeningen van Peutz op het rapport van TNO over de trillingmetingen 060-DTM-2011-00268)

VL 849-16-RA, d.d. 25 januari 2012: Prognose Vmax met spoorbak vs. SBR deel B
(Inhoud: prognose van trillingswaarden in bemeten woningen met- en zonder spoorbak)

VL 849-18-RA, d.d. 3 mei 2012: opmerkingen bij TNO spoorbak-rapport
(Inhoud: opmerkingen van Peutz op het rapport van TNO over het rendement van de spoorbak)

Uitgebrachte rapporten TNO

TNO-060-DTM-2011-00268, d.d. 16 december 2011: Nulmeting en snelheidsmaatregel
(Inhoud: vastlegging van de trillinghinder in de huidige situatie en het effect van een snelheidsverlaging)

TNO-060-DTM-2011-02597, d.d. 20 december 2011: Studie naar effectiviteit betonnen spoorbak
(Inhoud: studie naar de effectiviteit van de spoorbak als maatregel tegen trillinghinder