Weeskamer

HOME  |  Archieven/collecties  |  Weeskamer

Weeskamer

 

Kaft boek Ordonnantie Weeskamer


Het archief van de Weeskamer van Goes

Van de administratie van de Weeskamer zijn delen vanaf het midden van de zestiende eeuw bewaard gebleven.

Het archief bestaat uit twee soorten stukken: notulenboeken waarin voogden worden benoemd en hun administratie wordt gecontroleerd, en een enorme hoeveelheid boedelrekeningen en inventarissen.

Een inventaris van het complete archief van de Goese Weeskamer is beschikbaar. Hierin is een complete lijst van deze boedelrekeningen en inventarissen opgenomen. Mede dankzij de jarenlange inzet van vrijwilligers is een aantal notulenboeken toegankelijk gemaakt.

Bekijk de inventaris en de weeskamerboeken

In de boeken zijn de namen van de families van wie de goederen moesten worden beheerd, met de namen van de voogden, terug te vinden. Deze indexen die nu beschikbaar zijn gekomen en nog komen, maken het onderzoek in het weeskamerarchief een stuk eenvoudiger.

Het deel van het archief van de Weeskamer dat nog niet getranscribeerd en digitaal beschikbaar is, kunt u inzien in onze studiezaal.


De Weeskamer van Goes

Goes kreeg in 1485 het privilege om een Weeskamer op te richten. Dit was nodig omdat weeskinderen en ook weduwen vaak enorm benadeeld werden door familieleden bij de afwikkeling van boedels.

Het privilege spreekt over “’t quade beleyt ende regiment van de voochden, vrunden ende maghen van den weesen”.  

Het voorrecht werd - naar voorbeeld van Middelburg - verleend door Maximiliaan van Oostenrijk en Filips de Schone. Eerder had men zich al bezorgd getoond over de wezen. In 1462 werd door hertog Filips de Goede al een privilege verleend dat zaken over vredebraak en wezen regelde.


Oprichting in 1494

Tussen de verlening van het weeskamerprivilege en het feitelijk starten van de Weeskamer lagen negen jaar van voorbereiding. In 1494 stelde de stad de eerste Ordonnantie op de Weeskamer vast.

De Weeskamer ging toezicht uitoefenen op het beheer van de aangestelde voogden per boedel. Een klein percentage van de geldwaarde van de boedels kwam ten goede aan de weesmeesters.
 

Foto secretariskamer Stadhuis Goes

De Weeskamer in het stadhuis aan de Grote Markt, tegenwoordig Secretariskamer genoemd.

In een vertrek in het stadhuis, oostelijk van de vierschaar, hield de Weeskamer zijn bijeenkomsten. Dit vertrek ging dan ook Weeskamer heten. Bekend is dat vanaf 1610 de Weeskamer op zaterdagmorgen vanaf 9.00 uur zitting hield.


Weesmeesters

De Weeskamer was in het begin samengesteld uit leden van het stadsbestuur, de burgemeesters. Later kwamen er speciaal aangestelde weesmeesters. Vanaf 1622 bestond de weeskamer uit vier weesmeesters.

Aanvankelijk werden de weesmeesters aangesteld op 17 maart (Sint Geertruidsdag). Later vond hun benoeming plaats op de dag dat in Goes de wet werd verzet: 24 juni (Sint Jansdag).

De weesmeesters legden een plechtige eed af bij hun aanstelling. In 1494 luidde die eed:

Den weesmeesters eedt

Dit zweert ghij, weesmeester ter Goes te wezen alle weduwen ende weessen te helpen ende te beschudden naer uuytwijsen d’ordinantie dye daer aff ofte namaels gemaeckt zal werden ende nyemant ongelijck te doene naer uwer beste wete, alzoe moet u God helpen ende alle zijne heylighen.

Ook voogden moesten een eed afleggen:

Der voechden eedt van de weeskinderen

Dit zweert ghij, gherechte voicht van deze weeze ofte weezen te helpen, beschudden ende in allen hueren rechten te staven ende stercken, ende alle huerlyeder goeden gay te slaen ende tot proffite van de zelve weezen te regieren gelijck ende als u zelffs goed zonder des in gebrecke te wezen in eenyger manieren volgende d’ordinantie van de weescamer, ende na uwen beste wete, alzoe moet u Godt helpen ende etc.

(Bron: ASG.inv.nr. 2, fol. 55v. 1494)


Opheffing van de Weeskamer

De Weeskamer te Goes heeft bestaan van 1494-1810. De Weeskamer raakte in de loop van de achttiende eeuw veel van haar invloed kwijt. Veel families lieten een zgn. Akte van seclusie opmaken, waarin zij met het betalen van een afkoopsom de Weeskamer buiten spel zetten. Met name de kapitaalkrachtige families gingen hiertoe over. De mogelijkheid hiervoor werd geopend met een besluit van het stadsbestuur van 18 februari 1757.

In theorie sloot de administratie in 1810.  Door M. Slabber en J. Pilaar werd op 7 oktober 1811 een inventaris van het archief gemaakt. De archieven moesten worden verzegeld, en vervolgens worden overgebracht naar de nieuwe rechterlijke colleges ter afwikkeling en beëindiging. 

In de praktijk ging het anders. In 1813, toen bleek dat veel weeskamerarchieven nog steeds op hun oude plaats berustten, werd de administratie weer nieuw leven ingeblazen, zij het dat alleen nog lopende zaken mochten worden afgewikkeld. Bij wet werden in 1852 alle weeskamers opgeheven, en moesten de archieven naar de Algemeene Commissie van liquidatie in Den Haag worden gezonden.

Toen deze commissie in 1879 werd opgeheven, werden veel Zeeuwse weeskamerarchieven naar het Rijksarchief te Middelburg verhuisd. Sommige gemeenten kregen hun weeskamerarchieven terug, zoals Goes. Een deel van het archief, dat bij vergissing in Middelburg terecht was gekomen, werd in 1909 ook naar Goes teruggebracht.


Weeshuis

De Weeskamer was een totaal andere instelling dan het weeshuis. Hierin werden arme weeskinderen opgenomen die geen onderdak hadden en die geen goederen bezaten waar ze bij meerderjarigheid weer aanspraak op konden maken. In het weeskamerarchief kom je juist de iets rijkere stand uit Goes tegen, met name in de zestiende en zeventiende eeuw (als de mogelijkheid tot seclusie er nog niet is). Dit maakt de boedelrekeningen en vooral de boedelinventarissen tot belangrijke bronnen, waarin veel over de materiële cultuur uit het verleden is af te lezen.
 

AFbeelding weeshuis op schilderij van Springer

De Singelstraat in Goes met rechts het Weeshuis met de kapel van de voormalige Zwarte Zusters. Dit schilderij van Cornelis Springer uit ca. 1850 berust deels op fantasie. Het poortje met de afbeeldingen van twee weeskinderen, een jongen en een meisje, is er nog steeds. Nadat de Zwarte Zusters door de Reformatie vertrokken (1580) had het gebouw diverse bestemmingen. In 1627 trok het weeshuis er in.


 

Bronnen

Privilege 30 april 1462: ASG.inv.nr. 5, fol. 86r-87r

Privilege 16 november 1485: ASG.inv.nr. 2, fol. 51r-55r

Ordonnantie op de weeskamer 21 maart 1494: GAG.Verz. Keetlaer, vnr. 856, hoofdstuk 18. Wijziging van deze ordonnantie op 17 maart 1563, idem

Afkondiging van deze ordonnantie op 10 augustus 1610: ASG.inv.nr. 679, fol. 169r-v.

Herziening van deze ordonnantie op 19 oktober 1622, gedrukt. Herdruk in 1654 en 1713. ASG.inv.nr. 689

Literatuur:

C. Dekker, Een schamele landstede, Geschiedenis van Goes tot aan de Satisfactie in 1577. Goes 2002, blz. 211

L.W.A.M. Lasonder, De archieven van de rechtbanken, weeskamers en notarissen, die over het tegenwoordige grondgebied der provincie Zeeland gefungeerd hebben: de Zeeuwse eilanden, 1456‑1811 (1852). 's‑Gravenhage, 1914. Inleiding, blz. 12-15

R.A.S. Piccardt, Bijzonderheden uit de geschiedenis der stad Goes. Goes 1864

VROA. 1909, ’s-Gravenhage 1910, Jaarverslag Rijksarchief in Zeeland, blz. 335

Bekijk hier een uitzending van CTV Zeeland over de Goese Weeskamer en de ontsluiting van het archief.