Verouden en Lampers

Gemeentearchief
HOME  |  Geschiedenis regio  |  Voorouderonderzoek  |  Verouden en Lampers

Verouden en Lampers

Aad Verouden (links) en Pieter Lampers aan het werk in de studiezaal van het Gemeentearchief

Zo rond 1650, het einde van de Tachtigjarige Oorlog, beginnen de meeste doop-, trouw- en begraafboeken in Nederland. De meeste stamboomonderzoekers gaan terug tot dat jaartal en stoppen dan. Zo niet Pieter Lampers en Aad Verouden, zij willen naar de veertiende en het liefst nog de dertiende eeuw. Verouden, voorzitter van de Hollandse Vereniging voor Genealogisch Onderzoek, assisteert bij het onderzoek naar de familie Lampers. Ze zijn al in 1528 beland.

Hollands en Nederlands
 

Als Aad Verouden een lezing geeft, voor bijvoorbeeld leden van de Nederlandse Genealogische Vereniging (niet te verwarren met de Hollandse, zijn eigen club) stelt hij regelmatig als eerste vraag aan zijn gehoor van stamboomonderzoekers: "Wie is er vóór 1650 gekomen?". Dat zijn er dan meestal niet veel. Hiermee hebben we meteen een belangrijk verschil tussen beide verenigingen te pakken. Voor de Hollandse vereniging wordt het vóór dat jaartal pas interessant.

Hogenda


De vereniging, voluit Hollandse Vereniging voor Genealogie 'Ons Voorgeslacht' (tot zes jaar geleden de Zuid-Hollandse), geeft het maandblad Ons Voorgeslacht uit en beheert de website Hollandse Genealogische Databank, kortweg 'Hogenda' genoemd. Deze elektronische bibliotheek bevat vooral stukken uit de periode 1350 tot 1650, maar ook zelfs nog oudere. De Hogenda beslaat geheel Zuid-West-Nederland en nog iets meer: Zeeland, Holland, en verder nog bijvoorbeeld de Betuwe.  

Het maandblad van de vereniging

Verouden publiceerde zijn eigen stamboom in deze databank en in de kwartierstatenboeken op de site van de Genealogische Vereniging Prometeus van TU Delft http://www.prometheus-delft.org (beide in te zien door leden). Daarnaast publiceerde hij een boekje over de eerste twaalf generaties van zijn familie: '750 jaar familiegeschiedenis & 350-jarig bestaan van de familienaam Verouden' (Genealogisch Magazine Eerfgoed, juli/augustus 2011, 19e jaargang).

 

Uit Leuven


De stamboom van Verouden gaat terug tot 1270 (!). In Leuven komt hij dan het oudste familielid tegen, Jan Vos. In 1288 was Jan ridder, en werkzaam als boogschutter in het leger van de hertog van Brabant. Hij kreeg vier zonen en een dochter, uit twee huwelijken. De ene tak ging Ridder heten en de andere bleef Vos.

De Oude
 

Vos, Ridder, maar Verouden dan? In 1661, om precies te zijn op 19 september, is de naam Verouden geboren. Rond 1560 was er een Leonard Rademaecker, die twee keer getrouwd is geweest met een vrouw wier vader Hendrick heette. De één werd Hendrick de oude genoemd, de ander Hendrick de jonge. De kleinzoon van Hendrick de oude werd omstreeks 1660 "van de Oude" genoemd. En, zo ging dat in het Brabants, binnen een half jaar was dat Verouden geworden.  

Rode draad
 

Zijn familie is vier keer van naam veranderd. Naast de al genoemde namen hebben ze ook nog Van de Berselaar geheten. Dat maakt het stamboomonderzoek er natuurlijk niet eenvoudiger op. De rode draad is, zo licht Aad Verouden toe, is dat de leefomgeving bepaalt hoe jij heet, je wordt genoemd zoals men jou kent. Iemand kon zo wel vier verschillende namen hebben! Hij heeft er een voorbeeld van in zijn stamboom: Jan, zoon van Willem Louwreijn Engbrechts van den Berselaer, rademaecker.

In de naamgevingen zitten patronen en het gaat erom die te leren herkennen. En dan ook nog per streek, in Brabant gaat het bijvoorbeeld weer net iets anders dan wat westelijker. Verouden geeft er lezingen over, naamsveranderingen zijn een bekende valkuil voor stamboomonderzoekers.

Intuïtie


Maar het belangrijkste is dat je gestructureerd te werk gaat en de gevonden gegevens weet te interpreteren. Hoe doet hij dat? Als fiscaal jurist beoordeelde hij aangiften van de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Zo kreeg hij er een neus voor, hij zag meteen of een aangifte serieus gedaan werd of dat het nattevingerwerk was. Ook was hij in een eerder leven douanebeambte. Zo ontwikkelde hij zijn intuïtie. Iets in het gedrag van mensen bepaalde of hij ze er tussenuit pikte of liet doorgaan.

Analytisch en empathisch
 

Kortom, je moet er analytisch en empathisch voor zijn. En van juist die eigenschappen maakt hij gebruik in zijn genealogisch onderzoek. Je al lezend verplaatsen in de tijd. Hoe was dat, wat ging er heen door een man die voor een schepen verscheen en zijn woordje deed, en waarvan akte gedaan werd.  

Geluk
 

En een beetje geluk moet je natuurlijk ook wel hebben om zo ver terug te kunnen gaan als Verouden in zijn stamboom deed. Hij vertelt dat hij op een gegeven moment wist dat hij in Boxtel verder moest zoeken. En dat is geluk, want Boxtel heeft een heel oud archief, dat teruggaat tot 1393.  

'Alles zit in Goes'
 

Verouden en Lampers zijn al vaak op bezoek geweest in het Goese Gemeentearchief, ook in de periode dat het archief nog aan de Wijngaardstraat zat. En ze hebben er al veel gevonden. Verouden vertelt dat hij in het begin vooral in Middelburg kwam, maar dat er in Goes veel meer is. 'Alles zit in Goes', zegt hij zelfs. Goes heeft zo'n rijk scala aan mogelijkheden. De weeskamerboeken bijvoorbeeld. Daarvan heeft hij via de website van het Gemeentearchief al vaak dankbaar gebruikgemaakt.

Weduwen- en wezenzorg


De weduwen- en wezenzorg was nergens in Europa zo goed ontwikkeld als in Holland en Zeeland. Een weduwe moest zich binnen tien dagen melden bij de schepen van de Weeskamer volgens de regels van de graven van Holland. Haar belangen, en die van de kinderen, werden zorgvuldig behartigd en alles werd geregistreerd. Het lijkt tegenstrijdig, maar iemand die vroeg overlijdt laat júist sporen na. En zelfs als er een Akte van Seclusie is (waarbij de Weeskamer buitenspel gezet wordt), dan nóg is er bij de notaris wel wat te vinden.

Oorzaak en gevolg


Verder heeft Goes een prachtig belastingregister, waaruit je veel kunt halen als je analytisch te werk gaat. Op het eerste gezicht zijn de cohieren alleen maar lijsten met namen en cijfers. Maar, een belastingontvanger liep elk jaar dezelfde route, verschillen kunnen dus veel informatie geven. Mensen verhuizen en overlijden. En dan wordt onroerend goed verkocht. Daarmee is er dan weer een nieuw spoor mogelijk: koopaktes. En als er een koopakte is, is er ook weer vaak een hypotheekakte. Oorzaak en gevolg.
 

Lampers


Terug naar de stamboom van Pieter Lampers. Een uitgave die ze in hun zoektocht veel tijd heeft bespaard, is een uitgave die ze, jaren geleden alweer, in het Goese archief tegenkwamen: Van Zeeuwse Stam van maart 1993. Hierin wordt de familielijn van de Lampers beschreven tot in 1590. Het blad, een uitgave van de NGV afdeling Zeeland, bestaat overigens niet meer; daar is Wij van Zeeland voor in de plaats gekomen.

 

Tóch Zeeuwse naam
 

De oudste vindplaats tot nu toe is uit 1528, in dat jaar troffen ze aan Jacob Lambrechtszn. apotheker ofwel Jacob Lampers apotheker. Hiermee hebben ze meteen een ander genealogisch weetje ontdekt. Gedacht werd dat de Lambrechtsen uit Vlaanderen kwamen, maar hieruit blijkt dus dat het tóch een oorspronkelijke Zeeuwse naam is.  

Ze zijn Jacob Lambrechtszn. apotheker op het spoor gekomen door een vindplaats uit 1556, dan overlijdt hij. De datum van zijn huwelijk weten ze ook. Hij had kinderen en over de boedelscheiding hadden ze ook al gegevens gevonden. Nu zoeken ze naar de geboorte van Jacob, zo rond 1500, en dan komt vader Lambrecht in beeld.

Lambrecht
 

In een gildeboek waren ze hem al tegengekomen. Nu zoeken ze in de rechterlijke archieven van de periode 1525 tot 1550. De vraag die ze zich gesteld hebben, was namelijk: hoe was zijn zoon Jacob aan zijn bezit gekomen. Koopaktes en hypotheekaktes in de rechterlijke archieven wijzen vaak de weg en leidden zo ook nu naar de vindplaats uit 1528.

Een van de boeken van de rechterlijke archieven van de Zeeuwse eilanden (inv. Raze 1743)

De rechterlijke archieven zoals ze in Goes bewaard worden, ook alweer een prachtige bron volgens Verouden. Alleen al hoe de boeken eruit zien! Je vindt er allerhande akten in, verklaringen en getuigenissen.

Publicatie
 

Lampers en Verouden, die al enige tijd bevriend zijn, zijn begin jaren zeventig begonnen aan de stamboom Lampers. Verouden heeft hem meegesleept, zegt Lampers. Nadat ze het eerste werk gedaan hadden, de stamreeks maken, is het blijven rusten. Maar zes, zeven jaar geleden zijn ze begonnen met wat dieper te graven. Voor Pieter Lampers is het 'gewoon nieuwsgierigheid' naar zijn voorouders, bij Aad Verouden gaat het om een zeer sterke drive om zich te willen verplaatsen in de gedachtengang van mensen. En wat is een grotere uitdaging dan in de gedachten te kruipen van mensen die eeuwen geleden leefden?

Het resultaat van de onderzoekingen naar de familie Lamper zal straks gepubliceerd worden in Ons Voorgeslacht.


December 2014