Overbeeke, Guiljam, Van de Blocquerij, De Vicq, Van Renterghem

Gemeentearchief
HOME  |  Geschiedenis regio  |  Voorouderonderzoek  |  Overbeeke, Guiljam, Van de Blocquerij, De Vicq, Van Renterghem

Overbeeke, Guiljam, Van de Blocquerij, De Vicq, Van Renterghem

Jaco Overbeeke (rechts) met archiefvrijwilliger Jaap Oostdijk.


Jaco Overbeeke was bij het Gemeentearchief om uit te zoeken in welk jaar Maria Janna Overbeeke hoeve Naaldwijk in Wolphaartsdijk kocht. Zij was de zus van zijn betovergrootvader. Hij wist al dat het rond 1895 moest zijn en wilde het graag precies weten.
 

Twee erfenissen

Het is dan ook een intrigerend verhaal, dat hem tot deze zoektocht inspireerde. Over hoe iemand door een beetje bluf enorm rijk werd. Het verhaal van de militair Leendert Guiljam uit Sint Maartensdijk, die tot twee keer toe een grote erfenis in de schoot geworpen kreeg. Eerst verwierf hij het kapitaal van zijn vrouw, daarna nog dat van haar zuster. Jaco Overbeeke kende dit verhaal door het artikel 'De levensgeschiedenis van Leendert Guiljam', dat hij via via van familie ontvangen had. De schrijver ervan is hem onbekend.


Rijke zussen

Hoe was het gegaan? Na een bevordering tot luitenant bij de infanterie in 1833 kwam Leendert Guiljam in Hoorn terecht. Vlakbij de kazerne stond een landhuis waarin twee al wat oudere maar schatrijke, ongetrouwde zusters woonden. Ze hadden nog een zus, die wel getrouwd was. De drie waren de dochters van mr. Christian Jan van de Blocquerij en jonkvrouw Maria Jacoba de Vicq.

Volgens de overlevering hadden de jonge officieren elkaar opgestookt om een van de rijke dames een huwelijksaanzoek te doen. Omdat niemand echt wilde, werd er geloot en het lot viel op Leendert Guiljam.


Huwelijk

Intussen overleed de jongste van de twee zussen, zodat er een overbleef: Jacoba. Zij was ruim achttien jaar ouder dan Leendert. Lang verhaal kort: Guiljam verliet het leger en ze trouwden op 25 februari 1836. Het zo apart begonnen huwelijk liep kennelijk goed, want een paar maanden later benoemde ze hem tot haar enige erfgenaam. Het stel woonde afwisselend in Hoorn en Amsterdam.

Al op 1 mei 1837 overleed ze, het huwelijk duurde slechts vijftien maanden. Leendert zegt in een advertentie: 'Heden trof mij de zwaarste slag mijns levens, door het afsterven van mijne dierbare en onvergetelijke echtgenoote, Vrouwe Jacoba Maria van de Blocqerij, in den ouderdom van 53 jaren na slechts 15 maanden in een allergelukkigsten echt met haar verenigd te zijn geweest.'


Weer een huwelijk

Het verhaal wordt nog opmerkelijker. Op 29 juni van datzelfde jaar scheidde de overgebleven zus, Geertruid Ida, van haar man en trok in bij Leendert, die een nieuw huis aan de Keizersgracht kocht. Ook dit nieuwe stel woonde beurtelings in Hoorn en Amsterdam. Dit huwelijk duurde aanzienlijk langer, Geertruid overleed in 1871. Nu had Leendert het kapitaal van alledrie de zussen. 


Nichtje

Hier komt het verhaal bij Jaco Overbeeke. 

Een nichtje van Leendert, Maria Janna Overbeeke, dochter van zijn zus, trok bij hem in en zorgde tot zijn dood in 1879 voor hem. Eerst in Amsterdam, later in Goes, waar Leendert het buiten Havenoord had aangekocht. Het nichtje erfde alles.


Zwartwit dia van schilderij van Havenoord. Het schilderij is gesigneerd, maar de maker, evenals de datering, is door ons nog niet vastgesteld. Collectie Gemeentearchief Goes.
 


In 1882 trouwde ze met Henri van Renterghem en in 1891 scheidden ze.


Maria Janna van Renterghem-Overbeeke bij de vijver van Havenoord. Collectie Gemeentearchief Goes.
 

Detail


Maria Janna overleed in 1911 en liet haar kapitaal na aan haar neven en nichten. Ze werd begraven in Kloetinge.


Hoeve Naaldwijk

Jaco Overbeeke probeert het verhaal verder aan te vullen. Hij behoort tot het vijfde geslacht Overbeeke dat woont in de boerderij aan de Noorddijk 46 in Wolphaartsdijk, Hoeve Naaldwijk. Zijn overgrootvader Leendert Overbeeke ging boeren voor zijn moeder, de weduwe Jannetje Overbeeke-Kesteloo, op deze boerderij van Maria Janna. Voor die tijd woonden ze in Krabbendijke. De vader was op Tweede Pinksterdag in 1894 omgekomen bij een ongeval. Omdat de familie niet meer van de kerk was, waar het eigendom van de grond lag, werd de pacht opgezegd. Op 22 februari 1895 hield de familie een koopdag, Jaco Overbeeke heeft hier het aanplakbiljet nog van. 


Hoeve Naaldwijk rond 1920. Foto uit familiearchief Overbeeke
 

Zo wist Jaco dus dat zijn familie Krabbendijke in 1895 moest verlaten, en dat de boerderij in Wolphaartsdijk rond die tijd in het bezit van tante Maria Janna moest zijn. Leendert Guiljam was toen al jaren dood en van Henri was ze al gescheiden. 
 

Twee verkopers

De koop blijkt zich in 1896 te hebben voltrokken. Aan de hand van de kadastrale nummers van de boerderij, die hij al kende, kon via de Artikelsgewijze Legger het leggernummer van Maria Janna gevonden worden, 1189, en aan de hand daarvan is weer te vinden in welk jaar van wie bepaalde percelen gekocht zijn. Er bleken twee eigenaars te zijn, van wie Maria Janna hun deel van de hoeve kocht. 


De Artikelsgewijze Legger met o.a. leggernummer 1189


In 1895 waren Cornelis van Damme en Jan Goetheer elk eigenaar van een deel van de hoeve.
 

Goetheer, Jan, Landbouwer, Wolphaartsdijk, pagina uit kadasterlegger





Detail van de pagina



Nieuwe vragen

Zoals het vaak gaat bij onderzoek, leidt het beantwoorden van een vraag tot nieuwe vragen. Volgens het kadaster is in 1896 Maria Janna de eigenaresse. Maar hoe zat het nu? Heeft het gezin tijdelijk nog even ergens anders in Wolphaartsdijk gewoond voordat ze hoeve Naaldwijk konden betrekken? Daarvoor zal hij toch de notariële archieven nog een keer moeten raadplegen. Ook wil hij nog weten wie vóór Jan Goetheer en Cornelis van Damme de eigenaar of eigenaars van de Hoeve Naaldwijk waren.


Juni 2018


 

Naschrift

In 2018 is deel 2 van het boek Boerderijen met hun bewoners in Oost Zuid-Beveland door M. (Rinus) Sinke verschenen. Hierin ook een artikel over de boerderij van de familie Overbeeke in Krabbendijke, bladzijde 133 e.v. In het artikel wordt ook de hoeve Naaldwijk te Wolphaartsdijk vermeld.