Families Baveco, Doense, Hart, Jansen, Koets, Kuijper, Melie(f)ste, Munters, Skinnemoen, Smit, De Snoo, Stoutjesdijk, Taselaar, Terkels/Ferkels, Van de Velde

Gemeentearchief
HOME  |  Geschiedenis regio  |  Voorouderonderzoek  |  Families Baveco, Doense, Hart, Jansen, Koets, Kuijper, Melie(f)ste, Munters, Skinnemoen, Smit, De Snoo, Stoutjesdijk, Taselaar, Terkels/Ferkels, Van de Velde

Families Baveco, Doense, Hart, Jansen, Koets, Kuijper, Melie(f)ste, Munters, Skinnemoen, Smit, De Snoo, Stoutjesdijk, Taselaar, Terkels/Ferkels, Van de Velde


Erico Koets uit Delft was bij het Gemeentearchief om notarisboeken en weeskamerarchieven te raadplegen. Wat hij daarbij vooral doet, is controleren. Met eigen ogen zien of wel klopt wat er in kwartierstatenboeken en op internet staat. En dat blijkt in veel gevallen - helaas - niet zo te zijn.


Fouten en foutjes
 

Iedereen die genealogisch onderzoek doet, zou de originelen moeten bekijken, vindt hij. Op internet staan veel foutjes, maar ook in, wat je niet zou verwachten, gerenommeerde kwartierstatenboeken. Die foutjes en fouten worden steeds maar weer opnieuw overgeschreven. En omdat je die gegevens dan keer op keer tegenkomt, ontstaat de indruk dat het dus wel waar zal zijn.


Eerste, tweede of derde huwelijk?
 

Hij geeft een voorbeeld van wat hij nu in Goes ontdekte. Volgens gepubliceerde en na te trekken gegevens had een zekere Jan Pieters Smit kinderen bij zijn dérde vrouw, Grietje Munters. Maar, in een notariële akte uit 1661 komt hij een Jan Janszn. Baveko van veertien jaar oud tegen die vertelt over zijn vader Jan Janszn. Smit in Kalishoek (waarbij Smit de beroepsnaam is) en diens twééde vrouw Grijtje Munters. Toch zou het dezelfde persoon moeten zijn. Hoe zit dat nu? Hoe heet de vader? En hoe vaak was hij getrouwd? Volgens de akte zou de bewuste zoon uit het eerste huwelijk afkomstig zijn, maar dat kan niet gezien de leeftijd van de zoon en het tijdstip van overlijden van de eerste vrouw. Wist de zoon niet dat er nog een eerste vrouw geweest was?


Door elkaar gehaald
 

En zo zijn er veel voorbeelden. Foutjes in een Gens Nostra-publicatie over de Noord-Bevelandse Taselaars. De Doenses uit de omgeving Westkapelle, door elkaar gehaald. Een vermelding van een Jan Janse Doense de Jonge. Vreemd, dan zou de vader ook een Jan Janse Doense geweest moeten zijn en dat is niet zo. Een Leendert de Snoo, over wie hij vond dat hij uit zowel een eerste als een tweede huwelijk een zoon Cornelis had, waarbij beide moeders Annetje Cornelis heetten en dat er tussen die huwelijken twintig jaar zat. In kwartierstatenboeken werden die twee zoons door elkaar gehaald. Verder klopten er jaartallen niet, was er ergens een vermelding 'voogd van' met een verkeerd Raze-nummer en ga zo maar door.


Correcties
 

Zijn bevindingen over de Taselaars heeft Koets gedeponeerd bij het Genealogisch Centrum Zeeland (http://www.genealogischcentrum.nl) en het gemeentearchief van Noord-Beveland. Voor andere families zal hij dat ook doen. Maar mensen die de cd's van Gens Nostra en anderen nog steeds gebruiken, zien zulke correcties niet. Hij is van mening dat er geen kwartierstatenboeken en cd's meer gemaakt moeten worden. Een beter alternatief is een landelijke database, dan kun je corrigeren.


 

Ingenieur
 

Het is uiteraard niet aan iedereen gegeven, onderzoek doen zoals Koets dat doet. Hij is natuurkundig ingenieur en was in zijn werkzame leven verbonden aan de TU Delft. Daar deed hij vijfendertig jaar research, naar toepassingen met elektronen, ionen en atomen. Bovendien zat hij dicht bij het genealogische vuur. De personeelsvereniging van de TU, Prometheus, heeft een dochterafdeling, de Genealogische Vereniging Prometheus. Een verdieping boven hem in het TU-gebouw zat de initiatiefnemer daarvan. Deze was tevens betrokken bij Hogenda en gaf het tijdschrift Kronieken uit. Koets werd al gauw geronseld voor de redactie. Hij constateerde verschillen binnen de Zeeuwse kwartierstatenboeken en binnen die van Prometheus en zo kwam het dat hij de taak op zich nam uit te zoeken hoe het zat. Door de originelen te gaan bekijken. 
 

Geen stamboomonderzoek maar voorouderonderzoek
 

Hij is in meer opzichten een precies man. Hij ergert zich aan de term 'stamboomonderzoek'. Voorouderonderzoek moet het zijn, want dat is wat mensen doen, die gaan op zoek naar hun voorouders. De stamvader is immers nog niet bekend. Een stamboom is een afstammelingenoverzicht en werkt dus precies andersom. Een stamboom maak je bijvoorbeeld voor raspaarden, -honden en -katten. Dan ga je juist uit van de stamvader en -moeder.


Dwaalspoor
 

En het ís gewoon niet eenvoudig, gedegen voorouderonderzoek doen. Zo is hij zelf twintig jaar op zoek geweest naar de Terkels, door de wel meer voorkomende omwisseling van f en t, ook geschreven als Ferkels. Een van zijn voorouders was Geertruyd Terkels. Een moeilijkheid was dat hij niet wist of het een familienaam of een patroniem was. Uiteindelijk ontdekte hij Geertruyd en een deel van haar (voor)ouders in Axel. Misschien was zij de dochter van een Deense zeeman of soldaat die naar Nederland gekomen was.

Bij het Zeeuws Archief vond hij een intrigerende Coenraad Koets, die in 1665 in Middelburg een pleitzak voor de Pensionaris leverde. Die kon hij maar niet thuisbrengen. Het bleek een dwaalspoor te zijn. Via het web vond hij een Amersfoortse akte waaruit bleek dat het om een marskramer ging, die alleen maar toevallig in Middelburg was. Een Duitser, die Kutz geheten zal hebben, maar die helemaal geen familie van hem is.

En met de families Melieste/Meliefste (met takken op Walcheren en Schouwen) en Hart is hij ook zeker wel een jaar of twaalf bezig geweest. Hij bleek die van Schouwen te moeten hebben. Hij zocht een Barbara Hart die met een Melieste getrouwd was. Er waren echter twee Barbara’s Hart. Uiteindelijk vond hij het antwoord in een door W. Kesteloo gepubliceerde index van een notaris uit Nieuwerkerk. Uit de boedelverdeling van een tante van de ene Barbara kon hij aflezen hoe de familiebetrekkingen waren.


Koets en Stoutjesdijk


Koets werkt aan de kwartierstaat van zijn eigen familie en die van zijn vrouw, een afstammeling van de familie Stoutjesdijk die uit de Hoekse Waard afkomstig is en naar Tholen vertrok. Hij doet dat voor zijn kinderen. Die willen zelf geen onderzoek doen, maar zijn wel benieuwd naar het resultaat.
 

Fragment uit de kwartierstaat
 

Zoals iedereen bekeek hij eerst wat anderen al gedaan hadden. Op internet en in kwartierstatenboeken. Toen hij met de Melie(f)stes bezig was, stuitte hij op Frank Kousemaker uit Tholen, een bekende in het genealogisch onderzoek. (Lees een artikel over Frank Kousemaker.) Kousemaker bleek een achterneef van hem en zette hem op het Zeeuwse spoor.


Kast vol ongedragen kleren
 

Hij begon met de familie van zijn moederskant. Dat had urgentie, want zijn moeder had niet lang meer te leven. Zijn moeder was Helga Skinnemoen, in 1936 vanuit Noorwegen naar Nederland gekomen, waar zij via een vriendin een betrekking kon krijgen bij een Haagse familie en al snel kennis kreeg aan Jacobus Johannes Koets.

Aan het einde van haar leven, toen haar echtgenoot was overleden en zij 'wat meer tijd voor zichzelf kreeg', ging ze dingen uit haar jeugd navragen. Haar grootmoeder woonde vroeger in Noorwegen bij hen in, in de alkoof. Zij gaf de indruk straatarm te zijn, maar in de kast hing een hele rij dure, ongedragen kleding. Hoe zat dat?

Moeder bleek zelf boeken in huis te hebben waarin haar familie voorkomt. Daarop werd ze geattendeerd door haar zwager, die haar met haar zus een afscheidsbezoek bracht vanuit Noorwegen. Haar oudste broer, ook in Noorwegen gebleven, had haar deze boeken al enige tijd geleden cadeau gedaan. Met die boeken begon Koets. Ze behandelen de geschiedenis van de boerderijen in Sigdal, het dal waar Helga’s ouders vandaan kwamen, inclusief allerlei genealogische gegevens, maar haar oma kon hij er niet in vinden. Van een tante had hij namelijk gehoord dat een bepaalde lijn via een nicht ging. Maar dat bleek een dwaalspoor te zijn. Toen hij vervolgens bij die oudste oom informeerde, schreef die dat die nicht geen nicht was (aangetrouwd) en dat het om haar man (hun neef) ging. Dat was weliswaar genoeg om Helga’s oma en haar moeder te vinden, maar er stond niet bij wie oma’s vader was. Die oom schreef ook, dat hij rond 1930 al navraag bij de familie had gedaan, maar dat die hun kaken stijf op elkaar hadden gehouden. Met de inmiddels gevonden gegevens zocht Koets vervolgens contact met een neef in Noorwegen en die wist hem te vertellen wie oma’s vader was en dat oma een onecht kind was. Dat verklaarde veel. Die neef had dat gevonden in de kerkboeken van het Sigdal, via een lutherse priester. Dat kon Koets zijn moeder nog vertellen. Het verhaal van de ongedragen kleding niet, het antwoord vond hij na haar overlijden, in Sigdal, via de plaatselijke museumdirecteur.


Noorwegen
 

Genealogisch onderzoek doen werkt in Noorwegen anders dan hier. Je gaat daar vanwege de afstanden niet naar een archief maar naar een bibliotheek, waar je de door de mormonen verfilmde kerkboeken kunt inzien.

Wat ook anders is in Noorwegen, is dat er nauwelijks steden waren. Er was meer sprake van verdichtingen, groepjes mensen die bij elkaar in een dal woonden en onder de kerk van dat dal vielen. Je moet niet alleen in het dal naar huwelijken zoeken, want ook het vinden van een huwelijkspartner ging anders. De jonge mensen uit het dal trokken jaarlijks met het vee de berg op, net als de jeugd van het dal aan de andere kant. En dat fungeerde als huwelijksmarkt. En zo ging het ook in het Sigdal.

In deze specifieke situatie moet je je richten op de geschiedschrijving van het dal. In die 'dalboeken' staat een inventarisatie van de eigenaars van de boerderijen en de bewoners ervan. Inmiddels heeft hij zo'n duizend voorouders in Noorwegen bij elkaar. Zo is hij een specialist geworden in genealogisch onderzoek in Noorwegen en heeft hij diverse Amerikanen geholpen met het onderzoek naar hun Noorse voorouders.


Het antwoord
 

Uiteindelijk kon hij het raadsel van de dure kleren ontwarren. Hij kwam te weten dat zijn overgrootmoeder inderdaad arm was, tegen kost en inwoning dienstmeid bij een herenboer was. Elk jaar kwam de kleermaker en dan kreeg elke meid en knecht een nieuw stel kleren. Waarom deze vrouw ze vervolgens niet droeg, en wel haar hele leven bewaarde, dat zullen we wel nooit te weten komen. Misschien had ze er geen vrede mee dat ze uitbesteed was, een horige was geworden. Misschien bewaarde ze de kleding als appeltje voor de dorst. Het ouderlijk gezin van zijn moeder was ooit welvarend geweest, maar door omstandigheden in armoede geraakt. Haar vader had een grote partij bomen gekocht en juist na de kap viel er zoveel sneeuw dat de bomen niet getransporteerd konden worden en een jaar over moesten liggen, waardoor het hout waardeloos werd.


Ongeluk


Nu in Goes is er van alles dat hij wil napluizen. Zo zoekt hij naar Engel Mels, die per ongeluk gedood was door een collega, die daarop aangeklaagd werd voor moord. Frappant is dat de ouders van het slachtoffer clementie vroegen voor de moordenaar. Koets vond de toedracht van het ongeluk al eerder, in Raze-nummer 2057. Vandaag vond hij in een notarisboek nog iets.
 

Boek van notaris Dignus Petri uit 1661


Maar hier heeft hij niet veel aan, het gaat alleen maar om een zijdelingse vermelding.
 

Een akte waarin het eigendom van een huis in de St. Jacobstraat wordt omschreven en wie de buren zijn. In de onderste regel staat 'Ende Noort Ingel Melssen' .
 

Ook richt hij zich op een Kuijper die getrouwd was met een Maria van de Velde. In de originele notaris- en weeskamerboeken kijkt hij na of zijn gegevens kloppen. Terwijl hij aan het bladeren is, valt zijn oog toevallig op een Kuijper uit Zierikzee. Dat is wellicht een nieuw spoor. Koets fotografeert de pagina's waarop namen uit zijn familie voorkomen, om thuis rustig te transcriberen.


Goes revisited
 

Hij was al een paar keer eerder in Goes geweest, twintig jaar geleden in de Wijngaardstraat al. Toen had hij informatie nodig uit de weeskamerboeken. Hem is toen verteld dat een index in de maak was. Hij besloot daar op te wachten en eerst andere dingen uit te zoeken. Toen de index eenmaal online was en hij daar gegevens kon raadplegen, was het tijd om opnieuw naar Goes te gaan, de gegevens controleren. Dat was vorig jaar. Nu is hij bezig met de volgende ronde.

Het zal ook niet de laatste keer zijn dat hij het Gemeentearchief van Goes bezoekt. Er is nog veel uit te zoeken. De oudste zekere Kuijper die hij gevonden heeft, was doopsgezind. In Goes is een lidmatenboek cq. geboorteboek van de doopsgezinde gemeente bewaard gebleven. Hij heeft wel waarschijnlijke voorouders van deze Kuijper gevonden, maar van een van de schakels ontbreekt nog het bewijs.

Natuurlijk wil hij terug naar de Kuijper die van beroep kuiper was. Kuipers vielen in Goes onder het timmerliedengilde, en daar is wel wat van bewaard gebleven, zoals ledenlijsten van 1547 tot 1798. Dat wordt weer een onderzoek op zichzelf.


Een man genaamd 'Electric Railway Improvement Company'
 

Nu we het toch over namen hebben. Erico, waar komt die naam toch vandaan? In het Noors is het gewoon Erik. In Den Haag, het was nog voor de oorlog, zag zijn moeder een keer een Belgische vrachtwagen voorbij komen waarop 'Erico' stond. Dát vond ze een mooie naam en dat werd de naam van hun kind. Hij heeft er weleens naar gezocht, wat dat Erico betekende. Op internet zijn er meerdere bedrijven te vinden met die naam. Het zou bijvoorbeeld 'Electric Railway Improvement Company' kunnen zijn, en daar houdt hij het maar op, want dat past wel bij hem. 


Juli 2016