Familie Harinck

Gemeentearchief
HOME  |  Geschiedenis regio  |  Voorouderonderzoek  |  Familie Harinck

Familie Harinck



Mandrie Harinck was bij het Gemeentearchief om de stadsrekeningen vanaf het jaar 1650 te doorzoeken op zijn familienaam. Sinds een jaar of drie is hij een regelmatige bezoeker van het Goese archief.
 

De boeken met de stadsrekeningen 


Wat vindt hij daar zoal over zijn voorouders? Bijvoorbeeld dat de Harincks een ravelijn huurden en dat ze 2 pond betaalden om op paling te mogen vissen in het Zoute Vestje en voor aanvoer van boomstammen. En dat ze hout verkochten aan de stad.


Zaagmolen
 

De familie had een zaagmolen op het ravelijn of Slipkensdijk, vandaar de huur.
 

Detail uit de kaart van Jacob Rijnoutsen, uitgave Zacharias Roman, 1650. De meest rechtse molen is de Eendracht.


De molen, De Eendracht, stond bij de Ganzenpoort, ongeveer waar nu de draaicirkel op het Molenplein is. De naam van de Zaagmolenstraat herinnert eraan.
 

De tweede van links is houtzaagmolen De Eendracht. Aquarel door G. Braam uit ca. 1840 in bezit van Historisch Museum De Bevelanden. 

 

Foto van een geschilderd schoorsteenstuk dat zich eveneens in Historisch Museum De Bevelanden bevindt. De molen op de voorgrond is De Eendracht, rechts is korenmolen De Vijf Gebroeders.

 

Nogmaals De Eendracht (rechts), links is De Vijf Gebroeders.


Resoluties 


In 1655 startten Adriaan Harinck en zijn neef Cornelis Harinck een houthandel in Goes. Na hun overlijden nam Jacobus (oudste zoon van Adriaan) en daarna Huijbertus (jongste zoon) deze handel over. Hubertus bouwde de zaagmolen op de Slipkensdijk in 1701 met zijn zwagers Cornelis Strooband en Jan van Raphels, die elk een kwart in de molen investeerden. Mandrie Harinck stamt in een rechte lijn af van Adriaan.

In de resoluties van de stad Goes vond hij een vermelding over de zaagmolen van 2 mei 1701. Huybert Harinck, Johan van Raphels en Cornelis Strooband dienden toen een rekwest in 'dat ze genegen zijn alhier ter stede te stichten een zaagmolen'. Ze verzoeken octrooi met uitsluiting van anderen voor de tijd van veertig jaren, met 'vrijdam van alle ordinaire en extra ordinaire lasten en zonder enig cheijns voor de plaats aan de stad te betalen en dat het hout om te zagen inkomend, vrij van kaaigeld mogte zijn, als mede dat de ventjagers die gestadig met hout alhier komen, mogte zijn geweerd en verboden zulks te doen en dat hun hout zoude mogen doen vlotten door het spui van de Watermolen.

En besloten wordt na inspectie op de dijk aan de Hoofdpoort toe te staan op de aangewezen plaats, zijnde op de uiterste punt van de Slippesdijk een zaagmolen te stichten en te timmeren met uitsluiting van alle anderen voor veertig jaren onder de volgende bepalingen:

• vrijdom van alle provinciale of stedelijke lasten voor de zaagmolen;
• vrijdom van kaaigeld voor het grof hout dat om te zagen van buiten wordt ingebracht;
• tegen de ventjagers van hout worden orders gesteld conform de plakkaten van het land;
• het hout zal door de spuisluis van de watermolen worden gevlot;
• schadevergoeding bij schade aan de kaai of de watermolen door het hout of de vlotten.'


Uit Tholen


De familie komt oorspronkelijk uit Tholen. De oudste vermelding die hij tegenkwam is van 1581:

'Het Quoijr van den 100e  penninck van de huysen ende
schueren gestaen binnen der stede Tholen (1581)

Schoolstrate ende achter de kerke
307. Frans Fransse schuyre becomen van Adriaen Jacobszone Harinck 21 s'


In de boeken van de Weeskamer van Tholen, die via de website raadpleegbaar zijn, vond hij ook veel infomatie. Adriaan Harinck werd wees toen zijn vader Jacob in 1628 overleed, zijn moeder Adrienken Pietersdochter was reeds in 1623 overleden. Zijn vader Jacob en zijn broer Cornelis bezaten de hofstede Candia, gelegen 'inden Broek in de Stelhoek'. De hoeve is er vandaag de dag nog steeds. Adriaan erfde de helft van deze boerderij en in de stukken is te lezen hoe de rendant Cornelis, de broer van zijn vader, daarover verantwoording aflegde.   


Harinck en Palinck
 

Adriaan trouwde in 1643 op Tholen met de zestienjarige Cornelia Huiissen Palinckdochter en al snel kwam het eerste kind. Er volgden meer kinderen, ook een aantal doodgeboren. Tussen het oudste en jongste kind zat, heel opmerkelijk, 27 jaar. Zijn neef Cornelis trouwde in 1655 te Goes met Sara Huijssen Palinckdochter, een zuster van Cornelia. Zij woonden “tussen de twee poort”. Mandrie Harinck schat dat zeventig à tachtig procent van de Harinkjes in Zeeland van Adriaan afstamt. Het was een sterke tak, die van Adriaan en Cornelia, in tegenstelling tot die van Cornelis en Sara. Je hebt takken die uitsterven en takken die doorgaan. Broers en neven van Adriaan hebben het niet gered.

Zoals het gaat in welgestelde families, lieten zij hun kinderen studeren en zo was het ook met Adriaan. Hij studeerde aan de universiteiten van Leiden, Amsterdam en Dordrecht en het was de bedoeling dat hij predikant zou worden. Later zou zijn zoon Abraham wél predikant worden, in Calishoek, de eerste van generaties van predikanten In 1643 werd Adriaan schepen in Tholen en Schakerloo en in 1647 schepen in Hulst. (De grootvader van zijn vrouw Jacob de Vriese was burgemeester van Hulst.) Van daaruit zijn Adriaan en Cornelia naar Goes vertrokken. Hoe dat allemaal zo is gekomen en waardoor het uiteindelijk de houthandel werd, heeft Mandrie Harinck (nog) niet kunnen achterhalen.

  

Welgesteld
 

In die paar jaar dat hij in Goes werkt aan de genealogie van de 'Harinkjes', zoals hij ze noemt, heeft hij al heel veel gevonden. Dat komt doordat hij er, vroeg gepensioneerd, veel tijd in steekt, maar vooral ook doordat het een ondernemende en welgestelde familie was. Ze hadden bezittingen en die werden gekocht en verkocht. Ze vervulden maatschappelijke functies.
 

Een vindplaats van Johannes Haring over de huur van het ravelijn in een van de stadsrekeningen


En dus kom je ze in de stadsrekeningen tegen en ook in de notariële archieven, nu weer Haring dan weer Harinck genoemd. Daar komt bij dat de familie door de eeuwen heen in Goes is gebleven, en Goes een heel compleet archief heeft.

  

Weggeconcurreerd
 

De Eendracht werd vanaf 1734 voortgezet door Johannes, de zoon van Hubertus, en bleef in het bezit van de familie tot bijna aan de afbraak in 1901. Johannes verkoopt de molen in 1896 aan molenaar De Jonge van De Koornbloem. De Harincks waren niet met hun tijd meegegaan. Ze bleven op de oude manier werken, gingen niet op stoommachines over en werden ten slotte weggeconcurreerd.  
 

De Eendracht op een foto uit 1890


De houthandel van de gebroeders Harinck aan de J.A. van der Goeskade rond 1900


Afspiegeling
 

De kleine geschiedenis van de Harincks, zo ziet Mandrie Harinck, is een afspiegeling van de grote geschiedenis. De opgang van de familie begon in de Gouden Eeuw. Het waren boeren, die zich opwerkten. Als het in Zeeland wat minder gaat, zo in de tweede helft van de achttiende eeuw, dan zie je dat ook in de familie. Die levert dan geen schepenen, predikanten etc. meer. De laatste schepen was Cornelis Harinck,  van 1743 tot 1757 baljuw ('baljeu') van de Heerlijkheid van Borssele, die bij Goes hoorde. Diens broer Johannes is dan houthandelaar en eigenaar van de zaagmolen.

Zijn stamboomonderzoek leidde hem van de Reformatie en het begin van de Tachtigjarige Oorlog tot de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp van 1953. Steeds zag hij hoe zijn voorouders omgingen met veranderende omstandigheden.


Handel
 

De Harincks zaten vooral in de handel. Er is een tak van zilversmeden, een tak van peperkoekbakkers en in de Korte Kerkstraat had Cornelis Harinck vanaf 1800 tot ongeveer 1850 een winkel waar van alles en nog wat verkocht werd, van levensmiddelen tot gebruiksartikelen.
 

Prentbriefkaart van de Korte Kerkstraat in 1895. Helemaal links is een stuk van de toren van het stadhuis te zien, met daarnaast de aanbouw met de poortjes. Vermoedelijk stond de winkel, die twee panden besloeg, op de plek van de aanbouw en zijn ze hiervoor opgeofferd.


Tot op de dag van vandaag is het een familie van ondernemers. Ze hebben winkels of staan op de markt, ze handelen in stoffen en fournituren, in fietsen, stoelen en wat je maar kunt bedenken. Mandrie Harinck zelf ook, hij zat in de vastgoedhandel.


Oud schrift  


De omstandigheden waaronder zijn voorouders leefden en wat ze voor de kost gedaan hebben en dat in de context van de tijd gezien, interesseert hem het meest. Niet alleen een opsomming met namen en jaartallen. Natuurlijk is hij begonnen met zoeken op Zeeuwen Gezocht en vergelijkbare sites. In het begin was het een leuk legpuzzeltje, maar dat ging hem vervelen. Ook merkte hij dat er veel foutjes en weinig details in staan. Hij ging daarom de diepte in, steeds verder zoeken in de archieven. Iedere keer als je wat vindt, roept dat weer andere vragen op. Bij het Zeeuws Archief is hij ook regelmatig te vinden.

Elke dag oefent hij met het ontcijferen van oud schrift, dat is een hobby geworden en gaat steeds gemakkelijker. In Middelburg deed hij de cursus Paleografie. De stadsrekeningen die hij nu doorvlooit, hoeft hij alleen maar door te bladeren. Op een middag kan hij twintig boeken doen. Dat komt wel doordat hij er al vijftig gedaan heeft en weet waar hij moet kijken. Het zou natuurlijk wel mooier geweest zijn als deze boeken digitaal werden aangeboden via de site van het Gemeentearchief, maar zover is het nog niet


Vergankelijkheid
 

Al de informatie over de Harincks die hij gevonden heeft, moet straks vorm krijgen in de vorm van een boek of op internet. Dat wordt een verhaal over de familie geplaatst in de tijd, een verhalende genealogie. 
Wat heeft het onderzoek, deze misschien wel een beetje uit de hand gelopen hobby, hem persoonlijk gebracht? Hij weet nu dat hij een rasechte Zeeuw is, zowel aan vaders als moeders kant zitten ze al vanaf de zestiende eeuw in Zeeland. Hij weet dat hij het ondernemerschap niet van een vreemde heeft, dat hij het in de genen heeft. En het besef van vergankelijkheid is bij hem doorgedrongen. Al die generaties. Je eigen leventje staat niet op zichzelf, je bent onderdeel van een keten.


Juli 2014