Zeldzaam doek in Bruelis

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Kapelle  |  Zeldzaam doek in Bruelis

Zeldzaam doek in Bruelis

Door Frank de Klerk

 

Cornelis van Citters, laatste bewoner van kasteel Bruelis in Kapelle, moet met veel genoegen zijn gasten rond hebben geleid in zijn slot. In een van de acht vertrekken zullen de kasteelheer en zijn bezoekers langere tijd verbleven hebben. Hier hangt namelijk een uitzonderlijk schilderij dat dan al zeer oud is en opvalt door zijn voorstelling. We gaan ervan uit dat het schilderij honderden jaren in Bruelis heeft gehangen. Als Van Citters het kasteel koopt in 1771 zou hij het automatisch in handen hebben gekregen. Het middeleeuwse houten paneel van ongeveer 65 bij 80 cm. dateert uit het midden van de vijftiende eeuw. Het is een memorietafel voor heer Raas van Haamstede de Oude, die in 1426 sneuvelt bij Brouwershaven. Daar leveren de Zeeuwse edelen die Jacoba van Beieren trouw zijn hun laatste, kansloze, slag tegen de troepen van Filips van Bourgondië. Inzet is de zeggenschap in Holland en Zeeland. De Zeeuwse edelen vechten samen met het Engelse leger van Jacoba's derde echtgenoot Humphrey van Gloucester. Centraal op het paneel staat de zegenende Christus, met in zijn linkerhand het open boek des levens, dat hij tijdens het laatste oordeel zal raadplegen. 

 

Hij wordt geflankeerd door St. Joris en St. Elisabeth van Hongarije. Naast Christus is de gesneuvelde Raas van Haamstede afgebeeld, met tegenover hem zijn vrouw Agnes de Vries van Oostende. Achter Raas zitten zijn schoonzoon Lodewijk Blois van Treslong en diens vrouw, Raas' oudste dochter,Maria van Haamstede. Achter Raas' echtgenote zitten twee andere kinderen geknield, Goedele met een kloosterhabijt, en een andere dochter die heel klein is afgebeeld omdat ze bij het maken van het paneel al is overleden. Het schilderij zou gemaakt zijn voor het klooster Bethlehem in Schoonhoven. In het gelijknamige klooster te Elkerzee op Schouwen is Raas begraven. De vermoedelijke opdrachtgever voor het paneel is Raas' schoonzoon, Lodewijk Blois van Treslong. Door de Reformatie aan het einde van de zestiende eeuw vervalt het klooster te Schoonhoven. Op dat moment kan een nazaat van Blois van Treslong, Adriana, het schilderij wellicht terugkrijgen of kopen. Uithaar huwelijk met Lancelot van Brederode wordt in 1567 een zoon Reynout geboren. Deze trouwt na drie eerdere huwelijken met Petronella van Hinajossa, die hem onder meer een dochter Anna Catharina van Brederode en Wesenberch schenkt. 

 

Wellicht komt het oude schilderij via haar in Kapelle terecht, als zij in 1653 trouwt met Philibert van Kats, heer van Bruelis, Kapelle en Biezelinge. De familie Van Kats heeft Bruelis dan al meer dan 150 jaar in zijn bezit. Philibert van Kats laat zijn bezittingen in 1687 na aan zijn zoon Pieter. Zijn neef Wilhem Maurits van Kats, heer van Coulster, wordt benoemd tot erfgenaam. Korte tijd later is Wilhem Maurits inderdaad heer van Bruelis. Hij houdt zijn bezittingen in Kapelle echter niet lang aan. In 1704 verkoopt hij Bruelis aan Cornelis de Jonge van Ellemeet. Deze nieuwe eigenaar koopt in 1710 bovendien het na bijgelegen kasteel Gistellis van Huybert Verboom, kapitein van een compagnievoetknechten. Tegelijk neemt hij wat roerende goederen over. De aantekeningen hierover gunnen ons een onverwachte blik in het rijke interieur van een van de Kapelse kastelen. De koper van Gistellis neemt het gele behang, wellicht goudleer, een ledikant, stoelen,matten en een Rouaans wandtapijt over. De heer van Ellemeet, en nadien zijn weduwe, bezitten de kastelen tot ca. 1740. Vanaf die tijd tot 1762 is de heer van Kloetinge eigenaar van Bruelis. Hij wordt opgevolgd door J.B. Petreus, die Bruelis negen jaar later aan Cornelis van Citters junior verkoopt. Als Bruelis door de laatste eigenaar Jan van der Bilt rond 1800 wordt gesloopt gaat het schilderij zwerven. Via de collecties van jonkheer G.J. Beeldsnijder van Voshol en jonkheer J. des Tombe, beide te Utrecht komt het terecht bij het Genootschap Kunstliefde, waarna het in 1918 wordt aangekocht door het Centraal Museum te Utrecht. Het heeft inmiddels op vele tentoonstellingen gehangen.