Weeskinderen molesteren bejaarden

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes N - Z  |  Weeskinderen molesteren bejaarden

Weeskinderen molesteren bejaarden

Door Allie Barth

 

Het is een van de mooiste plekjes van Goes. Serene rust en de intimiteit van de bebouwing doen weldadig aan. In de zomer zorgt een oude kastanje voor een zonnedak en als de stadsbeiaardier een concert geeft, buitelen de klokkenklanken over je heen. Stadslawaai dringt er niet door. Als je goed luistert, dan gaat vanzelf de geschiedenis voor je leven. Je hoort het gezang van de Zwarte Zusters, die hier hun kloostergebouw, met kapel, hadden. Wanneer dat zingen verstomt, dan hoor je het spelen van de weeskinderen, die nadat de zusters eind zestiende eeuw waren verdwenen, sinds 1628 in dat complex verbleven. Zij woonden hier eeuwen lang, tot 1940, onder hoede van een vader en moeder die niet hun eigen ouders waren. We bevinden ons op het pleintje achter het museumgebouw aan de Singelstraat. Op 9 en 10 januari 1628 kwamen er 52 wezen in het tot weeshuis verbouwde kloostercomplex. Al in 1609 was het stadsbestuur tot de conclusie gekomen, dat het afgelopen moest zijn met de uitbesteding van weeskinderen bij Goesenaren die weeskinderen tegen betaling bij zich in huis namen en daarna dergelijke kinderen gewoon exploiteerden. Ze betoonden zich, de goeden niet te na gesproken, surrogaatouders van de slechtste soort. Het ging echter slecht met de Goese economie van toen en bovendien verlamden jarenlange twisten de bestuurskracht van het stadsbestuur.

 

Men besloot tot het aanleggen van een spaarpot, zodat op termijn toch een dergelijk huis tot stand kon komen en dat gebeurde dus in 1628. Al gauw bleek het weeshuis nauwelijks te exploiteren en moest men geld zoeken om het in stand te houden. De oplossing die men koos, was het huisvesten van bejaarden in het tehuis, naast de weeskinderen. Die bejaarden kochten zich tegen een aanzienlijk bedrag in en werden dan de rest van hun leven verzorgd. In 1654 leidde dat tot een uitbarsting. De vader van het weeshuis liet toen de kinderen verkommeren en dronk liever een borreltje met de bejaarden. Een van de weesjongens kon zich, na een lange reeks van kleine incidenten, niet meer beheersen toen een oude van dagen hem uitschold. Hij gaf de oude een klap. De man wilde terugslaan, maar de andere weesjongens namen het voor hun makker op. De overige bekjaarden wilden weer hun leeftijdsgenoot ontzetten en zo ontstond in enkele ogenblikken een vechtpartij die er wezen mocht. De weeskinderen, jongens en meisjes zaten de bejaarden achterna en het kostte de te hulp geroepen politie veel moeite beide groepen te scheiden. Het regentencolleg nam een wijze beslissing toen ouden en jongen uit elkaar waren gehaald. Beide groepen werden gescheiden van elkaar gehuisvest. In 1655 nam men het Oude Mannen- en Vrouwentehuis in gebruik. Wanneer men het museumpleintje verlaat dan kun je dertig meter verderop, in de Zusterstraat een bezoek brengen aan de Manhuistuin. Dat is ook zo'n heerlijk plekje in de binnenstad van Goes, dat weer heel andere verhalen vertelt