Waar bleef de predikant?

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Schore  |  Waar bleef de predikant?

Waar bleef de predikant?

Door Allie Barth

 

In 1803 kwam ene Jacobus de Kuijzer naar Schore als predikant van de Hervormde gemeente aldaar. De officiele geschiedschrijving gaat in een boog om hem heen, omdat hij zich, zoals men schreef," aan losbandigheid en verzuim van zijne pligten schuldig maakte." In het derde jaar van zijn "zoogenaamde" bediening werd hij afgezet en hij schijnt de rest van zijn leven in krijgsdienst te hebben doorgebracht. Alle bescheiden in het archief van de kerk over de handel en wandel van de predikant zijn verdwenen, met uitzondering van een vragenlijst, opgesteld door de Classis in januari 1807. Daarop zijn ook de antwoorden van de ouderlingen en diakenen vermeld. Aan de hand daarvan kunnen we iets meer vertellen. De eerste vraag van de classis luidde: of het waar was dat de ouderlingen en diakenen sinds 25 januari 1806, toen de predikant verdwenen bleek te zijn, hun eigen taak verwaarloosd hadden.

 

Het antwoord was, dat ze aangebleven waren als ambtsdragers, maar dat ze verder weinig hadden gedaan, omdat ze hun predikant niet meer als wettig benoemd dominee aanvaardden. De diakenen waren nog wel langs De Kuijzer geweest om de gecollecteerde gelden op te halen, maar deze had geweigerd die af te staan. De dominee had overigens zijn best wel gedaan om tot normalere verhoudingen, want hij had vermoedelijk in 1805 al een keer een boetpredicatie gedaan voor de hele kerkelijke gemeente en had daarna een kerkenraadsvergadering belegd, maar de ouderlingen en diakenen hadden geweigerd die te bezoeken. De Kuijzer had op 18 januari 1806 het Heilig Avondmaal willen vieren, maar de ouderlingen en diakenen hadden dat belet, want ze vermoedden dat de man niet zuiver op de graat was. De zaterdagavond daarvoor hadden ze namelijk gepost bij zijn huis om te kijken maar de man bleef.

 

Toen die om 2.00 uur 's nachts nog niet thuis was, hadden ze het gluren gestaakt. Eerst was het nog licht geweest in de woning, zo tot half negen toe en toen was de schoolmeester nog langs geweest om het dopen van een kind te bespreken, maar de dominee had niet open gedaan. Sindsdien was er van De Kuijzer niets meer gehoord. Het was al met al een vervelende kwestie. Kennelijk was de dominee van hogerhand gedropt in Schore en kon hij vanaf het begin niet door een deur met de rest van de kerkenraad. Wat zijn losbandigheid leven betrof: de schrijver van de geschiedenis van de kerk van Schore, halverwege de negentiende eeuw, had dat van horen zeggen, al kan men ook stellen, dat het houden van een boetepreek enige vorm van losbandigheid niet uitsluit.