Vroeger was armoede de drijfveer

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Wissenkerke  |  Vroeger was armoede de drijfveer

Vroeger was armoede de drijfveer

Door Allie Barth

 

In de negentiende eeuw was schoolverzuim heel normaal. Vooral in het voorjaar en in de zomermaanden moest op de dorpen de onderwijzer maar afwachten hoeveel kinderen er elke morgen zouden komen. Natuurlijk had men wel mogelijkheden om dat schoolbezoek te bevorderen - wie het meest kwam in het schooljaar kreeg een mooie prijs - maar armoede van de ouders deed de kinderen thuis houden, waarbij de wat grotere meisjes op de kleintjes pasten en de jongens algauw met vader en moeder meemoesten naar het land om wat te verdienen. Dat was eigenlijk geen wonder. Zo aan het eind van de negentiende eeuw verdiende een landarbeider iets van een gulden per dag. In 1900 diende de regering daarom een wet ter wering van schoolverzuim in en die kon alleen maar worden aangenomen, doordat het AR-kamerland, baron Schimmelpennick van der Oije bij de stemming niet aanwezig was.

 

Hij was van zijn paard gevallen en daardoor was de stemverhouding 50-49, waarmee de wet was aangenomen. Een spotdicht uit die dagen luidt: "Baron Schimmelpennick en zijn biek doen beide aan politiek. De baron zei: tegen, zonder manco. De schimmel sprak: wij stemmen blanco. Zo wordt Borgesius' leerplichtwet door paarde-politiek gered." In elke gemeente kwamen commissies ter wering van het schoolverzuim en die moesten ervoor zorgen dat ouders die hun kinderen thuis hielden, voor de kantonrechter werden gebracht. Vooral de commissie in Wissenkerke had het druk. In 1903 moest deze zo'n tachtig gevallen van ongeoorloofd schoolverzuim behandelen, wat doorgaans te maken had met onverschilligheid van de ouders. Maar daarnaast verleende de commissie vele malen ouders toestemming om hun kinderen mee te nemen naar het land om wat te verdienen. Armoede was de drijfveer. In ons tijdsgewricht komen gevallen van schoolverzuim eveneens voor. Ouders hebben dan haast om met hun kinderen op vakantie te gaan.