Vlak na de bevrijding

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland GE - ZE  |  Vlak na de bevrijding

Vlak na de bevrijding

Door Allie Barth.

 

Goes en Zuid-Beveland werden op 29 oktober 1944 bevrijd van de Duitse overheersing en dat was voor Piet Sommeijer aanleiding om in dichtvorm zijn blijdschap te uiten. Maar hij wist niet dat er heel veel loos was, binnen de kring van de goede Nederlanders, dat het daglicht eigenlijk niet kon verdragen. Het gedicht kreeg als titel: "Oranje en Beveland" en het ging als volgt: De machtig schoone, schoone scheldearmen omvatten 't oude Beveland. Waar eens de geuzenlied'ren klonken/Oranje stond in 't hart geplant/ Nog schalt 't Oranje langs de stroomen/Heft men alom d'Oranjevaan. Ook nu gaan de beide Bevelanden om Wilhelmina juichent staan/ Wij, Bevelanders zullen waken voor onzen dierbren ouden grond/Trouw zullen wij Oranje blijven dat eeuwig ons reeds aan zich bond.

 

Waarnaast het lover van de gaarden het halmenlied ten hemel stijgt/ waarachter trotsche breede dijken de zang der golven nimmer zwijgt daar brengen Bevelandsche vrouwen heur hoofd in blanke muts gehuld onz' allerdierste Oranjevrouwe/ geloovig en eerbiedig huld!/ Wij stoere Bevelandsche mannen, wij hebben op dien dijk geplant de vaan der vaad'ren dierbre vrijheid, bevochten op den dwingeland/ wij hebben met de groote Oranjes ons erf ontrukt aan vreemd gebroed en met het Luctor en Emergo. Het gedicht heeft of een plotseling einde of er onbreken nog een aantal strofen aan. Het is mooi, heel mooi, maar er klopt natuurlijk helemaal niets van. Geuzenliederen hebben op de Bevelanden nauwelijks geklonken. Oranje stond door de eeuwen heen echt niet in ieder Bevelands hart geplant en van trotse brede dijken was evenmin sprake. Integendeel, de jaren dertig en de oorlogsjaren hadden veel dijken in slechte staat gebracht, wat in 1953 wel is gebleken. We hebben onszelf niet van de Duitsers bevrijd. Dat moesten de geallieerden doen. Het gedicht is afkomstig uit het archiefje van de Vereniging van Oud Illegale Werkers, de Gowin en als er in 1944 en 1945 een organisatie was waar haat, nijd, verdachtmakingen aan de orde van de dag waren, dan was het die club wel. Velen gunden elkaar het licht in de ogen niet. Maar wellicht heeft Sommeijer dat allemaal niet geweten.