Uw geld of uw leven

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland GE - ZE  |  Uw geld of uw leven

Uw geld of uw leven

Door Allie Barth

 

 

Op 1 januari 1923 fietste Willem Antheunisse vrolijk fluitend over fietspad naast de rijksweg van Aardenburg naar Draaibrug. Hij was op weg naar zijn verloofde. Een mooie, vrolijke meid, die hij vandaag weer eens mocht kussen in bijzijn van haar vader en moeder. Nieuwjaar wensen en zoenen, dat mocht. Voor de rest was het op last van de aanstaande schoonouders: Handen boven tafel! Daar kwam een fiets, met twee mannen erop, hem tegemoet op het rijwielpad. Hij week uit naar rechts om de tegemoetkomers de gelegenheid te geven te passeren, maar de mannen weken de andere kant uit en reden hem klem. Een botsing was het gevolg. Willem kwam te vallen. Een van de mannen sprong naar voren en greep hem bij de schouder. "Milledju, je geld", sprak deze. Maar Willem smeet de man van zich af.

 

Toen kwam de ander, met een zakdoek voor zijn gezicht om hem af en sprak: "je geld of je leven." "Ik heb geen geld", antwoordde Willem en nam een bokshouding aan. De twee mannen weifelden en zo stonden ze met ze drieen stil. Willem pakte zijn fiets, sprong erop en reed weg. Hij kon bij de politie een aardig signalement geven van de mannen. Allebei rond veertig jaar, ongeveer 1.75m., allebei in kostuum gekleed, de een met een afhangende snor. De dienstdoende marechaussee noteerde het geval en herinnerde zich toen, dat Jan van Aken uit Aardenburg ook zo iets overkomen was. Hij ging naar hem toe en vroeg hem om zijn relaas. Jan deelde mee, dat ook hij enige tijd geleden was klem gezet door de twee mannen. De ene was voor zijn fiets gesprongen en had gevraagd: "Zeg u eens, vrienschap, stap eens af."

 

Daaraan had Jan gevolg gegeven. "Zou ik een beetje geld van je kunnen krijgen?", was de volgende vraag. Jan had geantwoord op zijn vuisten wijzend: "Ja, je kunt wel een beetje krijgen." Toen sprak de man: "Ik geloof dat ik een verkeerde voorhanden heb". Meteen had Jan de man een dreun op zijn hoofd gegeven. Het werd een vechtpartij, die Jan gemakkelijk won. "Sjarel, help mij, want ze slaan me dood", had de man geroepen, waarop een tweede persoon uit de bosjes kwam. Toen vond Jan het genoeg, sprong op zijn fiets en maakte dat hij wegkwam. Hij vertelde nog, dat Piet de Wild ook zoiets overkomen was. De marechaussee ging naar deze, zwaarmoedige, man toe en vroeg hem naar diens wedervaren. "Ach", sprak Piet, "ik ben inderdaad staande gehouden door twee mannen, die tegen mij zeiden: je geld of je leven. Ik was op dat moment in een zeer sombere bui en gaf ten antwoord: mijn leven dan maar!" De beide mannen waren bij het horen van dat antwoord zo verbaasd dat Piet zonder verdere problemen lieten passeren. Verdere klachten over de twee overvallers kwamen niet meer voor, waarop de politie het dossier sloot