Ruzie in de kerk

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Kapelle  |  Ruzie in de kerk

Ruzie in de kerk

Door Allie Barth 

 

500 pond Vlaams aan de diaconie van de kerk. Maar de man weigerde en ging in beroep. Udemans had hem ook de nodige smerige woorden in het gezicht geslingerd, zo was zijn commentaar. In beroep werd Poley echter tot dezelfde straf veroordeeld. De reden van de ruzie? We komen het niet aan de weet. Men kan concluderen, dat Poley kennelijk een vreselijke hekel aan Udemans had.  Vandaag konden we in de krant lezen, dat over 20 jaar nog maar vier procent van de Nederlandse bevolking protestants is. Nu zal dat allemaal wel meevallen, maar een feit is, dat we met z'n allen leven in een land waar nog maar weinig mensen naar de kerk gaan. Maar al te vaak wil men ons doen geloven dat vroeger op dat punt alles beter was en dat de kerken vol zaten. Daar valt wel wat op af te dingen. Zo rond 1830 kwam er bijvoorbeeld bijna geen mens meer in de Hervormde Kerk van Biggekerke. De jonge meiden en de jonge mannen lagen liever te vrijen in het hooi dan dat ze devoot naar een preek luisterden.  De predikant had de bijnaam 'Jantje Patrijs' omdat die liever op jacht ging dan dat hij zijn kerkelijke plichten waarnam. In het Zuid-Bevelandse Kapelle was het in 1800 ook niet alles goud wat er blonk.

 

Na de godsdienstoefening van 2 maart 1800 zouden de manslidmaten een vergadering houden - vrouwen hadden toen in het kerkelijke nog niets te vertellen - over de verhouding tussen kerk en burgerlijke overheid. Dat had weer te maken met de machtswellust van Gosardus Udemans, die niet alleen een hoge functie in de kerk bekleedde, rentmeester, maar ook schout en secretaris van de burgerlijke gemeente was. Hij kwam nooit in de kerk en dat liet Jacob Poley duidelijk weten. Die was achter het bord van de voorlezer gaan staan en schreeuwde de mannenbroeders toe: "Hoort menschen, de Rentmeester, ik schaam mij dat ik het moet zeggen in Gods huis, is een schelm. Menschen stoort u niet aan den man, want hij is een persoon die noyt in de kerk komt, dan zoo wanneer er een oproeping is, stoort u niet aan hem want hij is een dief. Hij is een persoon die de Collegiecas heeft bestolen, vijf ponden Vlaams. Ik kan u dat bewijzen." Udemans trachtte Poley tot bedaren te brengen, wat hem niet lukte. Hij besloot daarom na afloop van de tumultueuze vergadering het gerecht in te schakelen. Poley werd veroordeeld tot het in het openbaar terugnemen van zijn beschuldigingen en tot het betalen van een som van