Prelude op de Ramp

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland GE - ZE  |  Prelude op de Ramp

Prelude op de Ramp

Door Allie Barth

 

Vele Zeeuwen zullen op 1 februari aanstaande ongetwijfeld terugdenken aan de gebeurtenissen van 51 jaar geleden, toen in de nacht van 31 januari op 1februari 1953 de dijken in het zuidwesten van Nederland het begaven. Sinds 1939 hadden ingenieurs van Rijkswaterstaat er al voor gewaarschuwd dat er stormvloeden zouden kunnen optreden, die de vloed van 1906, de laatste grote overstromingsramp, vele malen zouden overtreffen. Lage waterkerende dijken en slecht onderhoud hadden toen geleid tot overstromingen in delen van Zeeland. Het provinciebestuur had toen het Provinciaal Watersnood-Comité in het leven geroepen, dat tot doel had: het bevorderen van de leniging van nood en schade aan particulieren toegebracht door rampen van algemeenen aard, speciaal door waterrampen in de provincie Zeeland.

 

De commissaris der koningin werd onmiddellijk tot ere-voorzitter benoemd. Wat veel belangrijker was, het verhogen van de dijken onder meer door concentratie van polders in grotere verbanden, lieten de bestuurders na, gehecht als ze waren aan het zelf regelen van de waterstaatswerken. Dat betekende in de praktijk, dat er vrijwel niets aan de dijken gebeurde. In de Tweede Wereldoorlog hadden polderbestuurders grote moeite het onderhoud van de waterkeringen op een goede manier te verzorgen. Ze hadden er nauwelijks nog zeggenschap over. De bezetter mishandelde de dijken naar believen. Vond die het nodig om militaire verdedigingswerken in de dijken aan te brengen, dan gebeurde dat gewoon. De Duitsers inundeerden gedeelten van Zeeland in 1944 of hadden plannen daartoe.

 

Ook die maatregelen waren niet bevorderlijk voor de instandhouding van zeeweringen door polder- en waterschapsbestuurders.En toch was men gewaarschuwd! Niet alleen door de waterstaatsingenieurs, maar ook door de elementen zelf. Bij de stormvloed van 7 april 1943 kwam het water over de dijken, maar gelukkig viel de schade toen nog mee. In de nacht van 25 op 26 januari 1944 was het tijdens een westerstorm weer eens abnormaal hoog water. In het dorp Kortgene had de gemeente verzuimd om de vloedplanken in de coupure tussen haven en dorpskom te zetten. Het hoog opgejaagde water in de Zandkreek had vrij spel. Het liep via de coupure het dorp in. De 62-jarige Hendrik de Looff had een winkel aan de Kaaistraat 11, die onder water kwam te staan.

 

Op 28 januari liet hij politieagent J. Prins proces-verbaal opmaken. De winkelier begrootte zijn schade op hfl. 57,95. Winkelwaren en huisraad waren onbruikbaar geworden. Nu was er in 1944 sprake van schaarste. Vrijwel alle gebruiksmiddelen vielen onder de distributie. Levensmiddelen waren op de bon. Veel was er niet meer in de winkel. De Looff vermeldde in zijn schaderapport het verlies van een baal zout, ter waarde van hfl. 7,50 en 15 pakjes surrogaatkoffie, die hfl. 5,40 hadden moeten opbrengen. De vloerbedekking was grotendeels onbruikbaar geworden en het had heel wat moeite gekost om alles weer schoon te krijgen, toen het water was verdwenen. Hij probeerde zijn schade te verhalen op de gemeente Kortgene, want die had er voor moeten zorgen, dat de vloedplanken waren geplaatst.

 

De gemeente trok geen lering uit deze gebeurtenis. Op woensdag 28 januari 1953 hield de raad van Kortgene zijn eerste gewone vergadering van dat jaar in de Stadswijnkelder. In zijn nieuwjaarsrede gaf burgemeester Schuit blijk van zijn blijdschap dat de gemeente in 1952 gespaard was gebleven voor rampen en andere onheilen. Hij wees er echter op, dat geen van allen weet, wat het jaar 1953 verborgen houdt. Maar inwoners en gemeenteraad zouden zeker het goede voor elkaar zoeken. Op 31 januari vergaderde de gemeenteraad opnieuw en op feestelijke wijze in het nieuwe gemeentehuis, dat door de commissaris der koningin werd geopend. Het stormde die dag en de commissaris kon niet te lang blijven, want die moest nog naar Hulst.

 

Het feest van de vroede vaderen was er niet minder om en werd tot in de zeer late uurtjes voortgezet met hapjes en drankjes in hotel De Korenbeurs. Ook nu vergat de gemeente ondanks de waarschuwing voor gevaarlijk hoog water de vloedplanken te laten plaatsen. Zo rond middernacht deden kastelein Jan de Looff, zijn zoons en enkele helpers dat op eigen initiatief. Ze sloegen bovendien alarm door het laten luiden van de klok. Maar de Torendijk begaf het en Kortgene werd het slachtoffer van het alles verwoestende water. Ruim een maand later, op 5 maart 1953 herdacht de gemeenteraad 38 slachtoffers uit Kortgene en 11 uit Kats in het nieuwe gemeentehuis, waar een koperen plaquette aangaf hoe hoog het water in het nieuwe gebouw had gestaan. Het gemeentehuis is eind vorige eeuw verkocht. De plaquette bevindt zich thans in het nieuwe gemeentehuis te Wissenkerke. Men zoekt nog naar een passende bestemming.