Politieke Woelingen in Goes

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes N - Z  |  Politieke Woelingen in Goes

Politieke Woelingen in Goes

Door Allie Barth

 

De kruitdampen rond de gemeenteraadsverkiezing in Goes zijn nu wel zo’n beetje opgetrokken. Alle media-aandacht deed vermoeden dat er sprake was van een zeer uitzonderlijke situatie. Dat valt wel mee. De geschiedenis leert, dat er met de regelmaat van de klok grote politieke moeilijkheden in de Ganzestad zijn geweest. Zo waren er in 1610 en 1611 problemen tussen protestanten en katholieken in het stadsbestuur. In 1649 vielen er twee doden bij ruzies over de benoeming van stedelijke functionarissen. In 1692 deed men dat nog een dunnetjes over, zodanig, dat prins Willem III met een beleg voor de stad orde op zaken kwam stellen.In 1787 was Goes in rep en roer. Dat had alles te maken met de tegenstellingen tussen prinsgezinden en patriotten.

 

De eersten kenden hun aanhang voornamelijk onder het gewone volk. De bovenlaag van de samenleving rekende zich vooral tot de patriotten. Verschillen tussen beide groeperingen waren al eerder aan het licht gekomen. Zelfs de Kapelse predikant Feijkema had zich ermee bemoeid. Hij verkondigde in een op 22 februari 1785 gehouden kerkenraadsvergadering: “Het staet slegt met ’s Lands zaaken en daer zitten vervloekte Schelmen op het kussen in de Stad Goes en in Holland en dat is zoo waer als er een God is.” ls straf kreeg hij een verbod om in de Grote Kerk te komen preken. Tijdens het bezoek van stadhouder Willem V aan Zeeland op 11 juli 1786 ging het mis in Goes. Enkele patriotten lieten door het opzichtig dragen van een zwarte kokarde op de hoed blijken dat ze voluit patriot waren.

 

Dat leidde tot een opstootje tussen beide kampen met als wederzijds resultaat verscheidene builen en schrammen. In hoofdzaak bleef het toen bij scheldpartijen. De timmerman Jan Cuduy, 75 jaar oud, werd evenwel in hechtenis genomen wegens het uitschelden van de overwegend patriottische stadsbestuurders. Aanvankelijk weigerde hij op zijn woorden terug te komen, maar enkele maanden gevangenis deden hem vergiffenis vragen aan zijn rechters. De vlam sloeg in de pan toen op zondag 28 januari 1787 het gerucht ging, dat de Patriottische Eed de stad was binnengesmokkeld. Dat was een papiertje met de tekst dat de Oranjes moesten worden vermoord. Daarnaast zou elke vorm van godsdienst worden uitgeroeid en alle regenten die niet zouden meewerken aan het nieuwe denken zouden met vrouw en kinderen worden gedood.

 

Twee dagen later, op marktdag, kwam het tot plundering van 58 huizen van personen, die men tot de patriotten rekende. Op de Grote en de Kleine Kade sloopte het gepeupel tien huizen vrijwel geheel. In de Lange Vorst plunderde men zeven huizen. Op de Opril ging het huis van Jan Cuduy eraan. Men nam het hem ongetwijfeld kwalijk, dat hij om vergiffenis had gesmeekt. Op de Grote Markt en in de Lange Kerkstraat werden eveneens huizen leeggehaald, waaronder dat van de pastoor Van Papenhoven. De justitie deed zijn best alle vandalen op te pakken, maar daar was eigenlijk geen beginnen aan. De patriotten leden een duidelijke nederlaag. Het bleef het hele jaar 1787 onrustig en niet alleen in Goes. In vrijwel alle steden van Zeeland vonden dat jaar rellen en plunderingen plaats.

 

Zo verloren in Middelburg zes mensen het leven en werden er vijf zwaar gewond toen er in de periode 29 juni tot 3 juli Gevechten tussen prinsgezinden en patriotten uitbraken. In Vlissingen was het op 29 en 30 september raak. Vijfenveertig huizen werden geheel of gedeeltelijk vernield. In Zierikzee werden 73 huizen geheel en 19 gedeeltelijk geplunderd en in de smalstad Kortgene was het al niet anders. Goes zette in 1787 weliswaar de toon, maar de gebeurtenissen in Walcheren verliepen heftiger. De invloed van de patriotten verdween daar vrijwel geheel. Toen in 1795 de Fransen onze gewesten bezetten, kwamen de patriotten weer in het zadel, wat in Middelburg tot een soort van Bijltjesdag leidde. De ergste prinsgezinde raddraaiers verdwenen in de gevangenis en werden berecht tot en met de doodstraf toe.

 

Zo’n vaart liep het in Goes. In dat eerste bezettingsjaar was er daar sprake van operettetoestanden met twee stadsbesturen, die elkaar de macht betwisten. Op 7 september bevolkten ze beiden het stadhuis en wisselden schriftelijke eisen uit. Ze vonden elkaar onwettig en moesten daarom opstappen. De Franse commandant maakte er een eind aan zonder eieren te gooien. Onderschrift prent: Een beeld van de rellen op de Grote Markt in Goes in 1787. De prent is een anachronisme. Het stadhuis staat er nog op afgebeeld in de middeleeuwse vorm.