Op het Bekhof gebeurde het

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes N - Z  |  Op het Bekhof gebeurde het

Op het Bekhof gebeurde het

Door Leen Moerland

 

In het midden van de mooie stad Goes ligt, wanneer ik dit schrijf, al jaren een geweldig  gapend gat in het mooie Centrum. Elke morgen, wanneer ik op weg ben naar hetkantoor, kom ik er langs. Er wordt al jaren gesproken over de vestiging van een winkelcentrum met parkeergarage en andere faciliteiten op deze plaats. Nog steeds zit er geen schot in deze zaak. Ging eerst de ene projectontwikkelaar failliet, pas geleden lazen we in de krant dat het project nu opnieuw was afgeblazen, omdat een van de deelnemers afhaakte. Waneer er nu eindelijk eens gebouwd gaat worden ligt in de toekomst verscholen. Terwijl het altijd een bedrijvig gebied is geweest.In de middeleeuwen heeft er waarschijnlijk in het gebied wat nu het Bekhof heet een kapel gestaan. Op de plattegrond van Goes van Jacob van Deventer uit 1550 komt deze kapel nog steeds voor. Wanneer deze kapel afgebroken is, is in de bronnen niet terug te vinden. Over de naamsverklaring is men het nog altijd niet eens. De naam van het gebied zou afkomstig zijn van het huis Bekhof, ook wel bekend als Bekaff.

 

Dit huis was in 1655 al bekend en lag buiten de Koepoort, een van de poorten van Goes, die in 1855 afgebroken werd om het steeds toenemende verkeer ruim baan te geven. In vroeger tijd wist men in Goes ook al wat afbreken was. Dit zou dan één verklaring zijn. Eén andere verklaring voor de naam houdt verband met de vorm van het perceel. De aanduiding "Bek" duidt dan op de vorm , namelijk spits toelopend. Aangezien er in andere steden ook gebieden zijn met de naam Bekhof is er misschien nog een andere verklaring voor mogelijk. Dit ligt echter in de historie verborgen. Pas in de vorige eeuw kwam het gebied werkelijk tot ontwikkeling met de vestiging van de Houtfabriek La Vitesse en de uitbreiding van de stad buiten haar poorten. De oprichter van de fabriek La Vitesse, Simon van der Peijl, begon in 1872 als rijtuigenmaker in Goes. Tot 1877 oefende hij dit beroep uit. In dat jaar vestigde in de stad zijn eerste lintzaagmachine en er kwamen ook machines voor zagen, boren en draaien.

 

Dit was de eerste stap naar de oprichting van een stoomfabriek voor houtbewerking. Deze fabiek kwam te staan in het gebied wat nu bekend staat als het hierboven genoemde Bekhof. Met de lintzaag konden de dikste bomen gezaagd worden en het rijtuigmaken verdween naar de achtergrond. De bomen voor de fabriek lagen in het water van de veste. In 1901 zette van der Peijl zijn bedrijf om in een naamloze vennootschap en de fabriek werd sterk uitgebreid. De fabriek kwam te bestaan uit een hoofdgebouw, waarin zich allerlei zaag-, boor- en ander machines bevonden, terwijl in een aantal nevengebouwen de grote bomen werden gezaagd. Ook dienden deze gebouwen als ruwe bergplaatsen. De stoommachine en de ketel kwamen in afzonderlijke gebouwen. De naam van de fabriek werd in 1902 "La Vitesse, voorheen S. van der Peijl".In de loop van de jaren breidde de fabriek zich steeds meer uit en de machines werden steeds groter.In 1915 ging men over op elektriciteit. Ook het aantal produkten werd fors uitgebreid.

 

Vervaardigde men in het begin alleen maar houten riemschijven, nu kwamen daar houten kisten en borstelhoutwerk bij. In de jaren 1914-1918 stagneerde de produktie, door de eerste wereldoorlog. Er kwam gebrek aan grondstoffen. In 1920 kwam er echter opnieuw een uitbreiding. De fabriek begon een handel in alle soorten timmerwerk. In 1930 kwam hier nog een loon-zaag annex schaverij bij. Voorwaar een fabriek om als stad trots op te wezen. In deze tijd begon ook de woningbouw in het gebied.  De Goese courant had in 1902 al een ronkend artikel aan de fabriek gewijd. De fabriek werd beschreven als een boom die uitgegroeid was van een eenvoudig stekje tot een stevige grote boom. De krant was er dus zeer lyrisch over in tegenstelling tot de dag van vandaag. Er verschijnen nu geen lyrische stukken meer over het Bekhof. De fabriek was qua werkgelegenheid een zegen voor de stad. In 1883 had de fabriek twaalf arbeiders in dienst, in 1902 waren het er al vijfentwintig. In deze tijd liepen er in de zomermaanden nog eens veertig losse arbeiders rond.

 

Pas na 1928 liep het aantal arbeiders terug door de econmische malaise van de jaren dertig. Na de tweede wereldoorlog legde het bedrijf zich toe op de fabricage van trappen, deuren en kozijnen. Handel in hard hout werd een van de grootste peilers van het bedrijf. Als één van de weinige bedrijven leverde het uit voorraad mahonie en teakhout.n 1989 ging het bedrijf verder onder de paraplu van het Interieurbouw- en adviesbureau Slabbekoorn en partners te Goes. Tot augustus 1989 was "La Vitesse" nog steeds gevestigd aan het Bekhof, wat toen in die tijd een al bedrijvigheid was. Na dit jaar verhuisde het gebouw naar de Poel II en ging verder onder de Naam Slabbekoorn/La Vitesse, zodat voor de oude klanten een vertrouwde naam behouden bleef. Het gebied Bekhof werd door de gemeente bestemd als woon- en winkelgebied. De huizen die er stonden werden een voor een gekocht en in de loop van de jaren gesloopt. Hier zouden zich dan een aantal winkels moeten vestigen, er zou zelfs een nieuwe schouwburg en bioscoop komen. Het zou een waar uitgaanscentrum worden. De Goese Middenstandcentrale zag deze plannen met lede ogen aan en protesteerde keer op keer. Ze vonden dat Goes al genoeg winkels had en vreesde dat Goes nu overbewinkeld werd. Toch zette de gemeente door, maar ze kon niet voorkomen, dat de gegadigden één voor één afhaakten. Nu, in 1997, ligt het gebied er nog steeds braak bij. Waar eens geklop, gezaag en getimmer was, is het nu doodstil. Het enige wat men er nu hoort en de stilte doorbreekt, is het voorbij razende autoverkeer.