Ongeoorloofd Pandhouden

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland GE - ZE  |  Ongeoorloofd Pandhouden

Ongeoorloofd Pandhouden

Door Allie Barth

 

De lommerd, vroeger kende iedereen die man. Je bracht er eens wat spullen heen en je kreeg geld. Later als je wat meer geld had dan haalde je je spullen weer terug. Van oudsher waren dat Italianen, meestal uit Lombardije. Die handel was ook heel vroeger al aan vergunningen van het openbaar bestuur gebonden. Maar dat gebeurde niet altijd, wat onderstaande geschiedenis ons leert. In februari 1867 vervoegde Finantius de Smit zich bij de marechaussee in Aardenburg. De naam alleen al: 'Finantius", bedoeld zal zijn Venantius. Hij was met zijn 28 jaar al een gepensioneerd matroos, wat te maken had met een bedrijfsongeval.

 

Hij was uit de ra, waar hij bezig was met de zeilen, op het dek gevallen en was daardoor gebrekkig geworden. Met enkele vrienden zat hij in de herberg van Jan Scheppers te Eede toen Genoveva Sleeuwagen, die ook een herberg hield, langs was gekomen. Zij eiste dat hij zijn schuld van acht franken zou voldoen. Hij had geantwoord: "Gij hebt jou zelven betaald en je eigen regter geweest, want gij hebt eigendunkelijk en zonder mijn voorkennis of permissie een vest, een ondervest en een broek van mij verkocht, welke meer dan tien franken waarde hadden, dus als gij dat goed teruggeeft dan krijgt gij jou geld."

 

Daarover was Genoveva erg boos geworden en ze barstte los met woorden als: "gij bent een gemeene vent, een rotzak, dief, smeerlap, sloeber" allemaal woorden die vergezeld gingen van de grootste vloeken. Ze had hem bovendien stompen met de vuisten op zijn borst gegeven. De Smit kon niets terugdoen, want juist zijn borst was bij de val op het schip zwaar gekwetst geweest. Zijn vrienden ontzetten hem van de woedende vrouw, voor wie de geschiedenis nog een vervelende wending kreeg. De marechaussee had namelijk meer interesse voor haar illegaal bedrijf als pandhoudster dan voor haar schelden en stompen.

 

Diverse getuigen werden gehoord. Toen kwam vaststaan dat veel meer mensen zaken als kleding bij haar beleenden en inderdaad, de vrouw was gewoon om wanneer er niet werd terugbetaald, of te laat, beleende goederen bijvoorbeeld als prijs te geven bij koersballen, dat in haar herberg werd gedaan. Zo sneed haar mes aan meerdere kanten. Voor het meedoen aan het koersballen moest worden betaald, net als de consumpties, die men gebruikte en ze gebruikte goederen van anderen als prijs. Ze had niet het lef om de politie uit te schelden, maar uiteindelijk moest ze toch een tijdje brommen.