Onbekend gedicht uit Aardenburg

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland GE - ZE  |  Onbekend gedicht uit Aardenburg

Onbekend gedicht uit Aardenburg

Door Allie Barth

 

Soms tref je in archieven zaken aan, die niet of nauwelijks in enig verband passen. Dat is het geval met onderstaand gedicht uit de jaren twintig van de vorige eeuw, toen Amsterdam zijn rapaljepartij had met lijsttrekker Had-je-me-maar. Kennelijk slaat dit gedicht op een inwoner van Aardenburg, die wellicht met de hiervoor genoemde Amsterdammer te vergelijken was. We plaatsen het in de originele spelling en mocht u weten over wie het gaat, laat u dat dan even weten.

 

"Huldelied eerbiedig opgedragen aan den Hoog geboren Jan Pap - vertegenwoordiger der rapaljepartij Paljas dichter en verslaggever

 

Wijze: meisje met je mooie mondje

 

Jantje met je valsche snoetje/ Weet je Jantje wat ik denk/ dat je vuile streeken uit zijn/ Ik geef je nog een laatste wenk/ Jantje smeer hem bij de Kikkers/Blijft niet langer schier in't land/ Smeer hem maar naar het verre westen/ of maak je eigen maar van kant/ Dan zal geen enkel kikker treuren/Vreugde zal er zijn alom/ Dat dat vuile Judasventje/ Nimmer meer op aardrijk Kom/ Adieu dan Jantje, 'k Wensche je het beste/ Kom nimmer hier niet meer terug/Je kent dan niets hier meer verpesten/ En weg is alle vuule bucht."

 

Het laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Maar ... we zouden graag willen weten over wie het gaat.