Niet lonende misdaad

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Kortgene  |  Niet lonende misdaad

Niet lonende misdaad

Door Allie Barth

 

In vroeger tijden, zoals de achttiende eeuw, moest je in de kleine steden, zoals Kortgene er een was, voor problemen met het slot van de deur naar de smid. Slotenmakers woonden in de grote stad. Simon van Dijk, de dertigjarige smid van Kortgene, annex hulpkoster in de kerk, moet dus normaal gesproken verstand hebben gehad van hang- en sluitwerk. In de kerk was hij alleen nodig, wanneer zijn vader, de echte koster, verhinderd was om de kosterdiensten te verrichten. Eind december 1764 was dat het geval en toen kwam Simon er achter dat in de consistorie van de kerk een geldkist aanwezig was. Die was op slot en door een ijzeren ketting vastgemaakt aan de muur van het gebouw.

 

Daarin bewaarden de diakenen het geld dat onder de armen van de gemeente werd verdeeld. Er bestonden, ook weer in de grote stad, wel bankiershuizen, maar het was zeker nog geen algemene gewoonte om de centen op de bank te zetten. De hulpkoster had vanzelfsprekend de sleutels van de kerk van zijn vader gekregen en zo geviel het dat hij op een donkere decemberavond na Kerst de kerk binnenging. Mochten er mensen zijn geweest, die hem gezien hadden, dan was er geen kraken aan de neut. Iedereen zou denken: daar gaat onze hulpkoster naar de kerk om voorbereidselen te treffen voor de op komende zondag te houden kerkdienst. Dat gaf hem de tijd om in alle rust de ketting te vernielen, zodat hij ongemerkt de geldkist mee naar huis kon nemen.

 

En toen kwamen er problemen. Hij moet verstand van sloten hebben gehad. Sterker nog: hij was in het bezit van een verzameling baarden, maar geen enkele paste op de geldkist, die wegens de gehouden Kerstcollecte behoorlijk vol was. En hij had natuurlijk nooit op een zaterdagavond die kist mee moeten nemen. Want de op de zondag die volgde viel de diefstal onmiddellijk op. De predikant haalde er de baljuw bij en die was zo slim om na de kerkdienst onmiddellijk huiszoeking te gaan doen, het eerst in de Hoofdstraat, waar ook de smederij gevestigd was. Simon raakte in paniek en wist niets anders te doen, dan de zware kist naar de welle in de tuin te slepen en hem daar in het water te gooien, want die vermaledijde kist had hij nog steeds niet open gekregen.

 

De baljuw en zijn mannen deden het onderzoek grondig. Ze keken niet alleen in de huizen, maar ook in de tuinen en in die van Simon liep een duidelijk spoor van het slepen van een groot voorwerp. Ontkennen hielp niet. Er werd in de wel gedregd en algauw konden de mannen van de baljuw, met veel moeite, de geldkist op de wal sleuren. Simon kwam voor het gerecht. De baljuw eiste zonder meer de doodstraf voor het vergrijp. Het schepencollege was wat milder. Het strafte met geseling op het schavot, het aanbrengen van een brandmerk en verbanning voor de rest van zijn leven uit de provincie Zeeland.De uitdrukking: "er is geen kraken aan de neut" betekent: er is niets aan de hand. De uitdrukking komt uit de bouwwereld. Een neut is een kraagsteentje, dat vaak in oude gevels te zien is.