Mensenredder van formaat

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes AA - ME  |  Mensenredder van formaat

Mensenredder van formaat

Door Leen Moerland.

 

In de Grote of Maria Magdalenakerk te goes ligt onder een eenvoudige steen Frans Naerebout begraven. Een van de weinige Zeeuwse helden. Maar met helden heeft Nederland en dus ook Zeeland niet zoveel. Dit in tegenstelling tot andere landen.Hier is het doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Een ding is echter zeker. Frans Naerebout was een held. In het vervolg van het verhaal zullen we dat nog wel zien. Frans Narebout werd in 1748 in Veere geboren als zoon van Mattheus Naerebout en Kaatje Spruyt. Zijn vader had daar een vissersbedrijf. Al op jonge leeftijd verhuisden ze naar Vlissingen, alwaar het bedrijf werd voortgezet. Frans trad in de voetsporen van zijn vader en was ook als loods werkzaam. Hij bracht de schepen van de Oostindisache Compagnie binnen.

 

Op 24 juli 1779 ging de mare door Vlissingen dat een van deze schepen voor de Zeeuwse kust in nood verkeerd. Door onkunde van een van de loodsen was het schip de "Woestduin" op de zandbank de Noorderassen voor de kust van Zoutelande vastgeraakt. Het was op dat moment zwaar weer en het was een zeer gevaarlijke tocht om naar het in nood verkerende schip te gaan. Frans liet zich hier echter niet door afschrikken en wist samen met zij broer Jacob en nog zeven anderen na vele moeilijkheden het schip te bereiken. Daar wisten ze zesenzeventig schipbreukelingen te redden. De volgende morgen gingen ze opnieuw de zee op en wisten nog zestien man aan land te brengen. Dit heldenfeit vond zijn weg door het hele land.

 

In die tijd beroemde schrijvers, zoals Rhijnvis Feith en Jacobus Bellamy bezongen en roemden Frans Naerebout en zijn metgezellen. Er werden schilderijen van dit heldenfeit gemaakt. De gebroeders Naerebout kregen als beloning van de Oostindische Compagnie een zilveren medaille en 23 dukaten. Dit werd op 14 april 1780 met een plechtigheid overhandigd. De loods, die het schip in moeilijkheden had gebracht kwam er niet zo glorieus af. Hij werd in 1780 veroordeeld tot levenslange verbanning uit Zeeland. Door deze heldendaad werd Frans Naerebout benoemd als vaste loods van de Oostindische Compagnie. Zijn broer Jacob bleef in de visserij en stierf enkele jaren later. Als loods wist Frans nog vele spektakulaire reddingen op zijn naam te schrijven.

 

Zo wist hij tijdens de oorlog met de Engelsen door handig manoevreren het fregat Zuid-Beveland veilig van Vlissingen naar Texel te brengen. Op dat moment lagen er vier Engelse schepen op het fregat te loeren. In 1788 wist hij de Zuiderburg met fl 500.000,- aan boord naar Plymouth te brengen. Hij deed dit echter zonder roer, aangezien het schip dit op de Noorderrassen verspeeld had. Het had dan ook zes dagen hulpeloos rond gedreven. In plaats van het roer werden zware kabels gebruikt. In 1794 was hij minder fortuinlijk. Door aanhoudende storm kon hij het schip Voorland als loods niet verlaten en moest gedwongen meevaren naar Kaap de Goede Hoop. Al deze daden leverden hem veel eer op. Zo werd in november 1802 in Vlissingen het in 1792 geschreven toneelstuk "De gebroeders Naerebout" opgevoerd. En dit met veel succes.

 

Hij was er zelf bij aanwezig. Op dit moment waren de Fransen echter in ons land en dit had tot gevolg, dat de zeevaart stil kwam te liggen. Frans Naerebout moest nu aan de kost zien te komen als garnalenvisser. Dit was een armoedig bestaan. Zijn heldendaden hadden hem dan wel veel eer opgeleverd, maar financieel was hij er niet veel mee opgeschoten. Tweemaal ontving hij een gift van fl 100,- en kort voor zijn dood werd hij door Koning Willem I benoemd tot Broeder van de Nederlandse Leeuw welke hem een jaarwedde van fl 200,- opleverde. In 1809 werd hij door de toenmalige direkteur van de Lodewijkspolder, later de Wilhelminapolder bij Goes, benoemd tot havenkapitein en Sasmeester. Zo kwam hij dan nog aan een redelijk salaris, al werd de bezoldiging niet volledig uitbetaal.

 

Na de omwenteling van 1813 werd hij benoemd tot lichtwachter van het baken aan de Slurf, op de hoek van Oost-Beveland, aan het begin van de Goese haven.  Dit is in 1843 met een zware dijkval in de golven verdwenen. Vanaf deze tijd werden zijn menslievende daden door zijn medeburgers steeds meer gewaardeerd. Zoals we al zagen zorgde koning Willem I voor een jaarwedde, maar ook het Zeeuws Genootschap en het Nutsdepartement te Goes lieten zich niet onbetuidgd. Zij zorgden ervoor, dat Naerebout onbezorgd kon leven. Lang heeft hij hier echter niet van genoten, want op 29 augustus 1818 overleed hij. Hij werd op kosten van het Nutsdepartement te Goes begraven in de wandelkerk van de Grote Kerk. Op zijn graf kwam te staan:" Hier ligt Frans Naerebout in 't zwijgend graf ter neer.

 

De roem van nederland - de parel van Ter Veer, die d'adel zijner ziel bij Woestduins ramp ontdekte; wiens kloek beleid tot roer aan Zuiderburg verstrekte; die van een besten Vorst de burgerkroon verwierf, zoo nedrig was als groot, en als een christen stierf, geen grafschrift maalt naar eisch al't edle van zijn leven, heb eerbied voor zijn asch, - en leer hem na te streven" Een zeer loffelijk grafschrift voor zo'n zeeheld. Jaren daarna raakte hij steeds meer in de vergetelheid. Pas honderd jaar na zijn dood kwam men op de gedachte om een standbeeeld voor hem op te richtten. Dit werd geplaatst in Vlissingen, de stad waar hij loods was. Op 9 augustus 1919 werd het onthuld. In de tweede wereldoorlog werd het vernield. Sinds 1952 kijkt hij weer overzee vanaf het Bellamypark.