Kwajongenswerk

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Wolphaartsdijk  |  Kwajongenswerk

Kwajongenswerk

Door Allie Barth

 

Tumult in Wolphaartsdijk in 1839. Dat was het. Op 1 mei van dat jaar - de dag van de arbeid bestond toen nog niet - kwam Arie Saaman, landbouwer en koopman, zijn beklag doen bij burgemeester Lenshoek. Hij lag de afgelopen nacht van 30 april op 1 mei, rond half een, lekker te slapen, toen hij door groot lawaai werd gewekt. Er werd luid gebonsd op de ramen van zijn huis en er werd tegen de deur geschopt. Geschreeuw op straat en dronkemansgelal.(Oans willu zuupe!) Hij kleedde zich aan en ging naar buiten. Daar trof hij een illuster gezelschap van ongeveer tien personen aan, allemaal arbeiders, die drank eisten. Het kostte hem veel tijd en moeite om de mannen, allen rond de 21 jaar oud, duidelijk te maken dat ze aan het verkeerde adres waren. Wolphaartsdijk was maar klein. Hij herkende ze allemaal en gaf ze door aan de burgemeester.

 

Toen de mannen eindelijk in de gaten kregen, dat ze op de verkeerde ruiten hadden getikt, stamelden ze met dikke tong wat verontschuldigingen en liepen door naar het huis van de buurvrouw. Dat was het goede adres. Daar woonde kroeghoudster Lidia de Klerk. Haar cafe was al lang dicht en aanvankelijk weigerde ze de mannen binnen te laten, maar toen die dreigende taal spraken - de dorpsveldwachter was in geen velden of wegen te zien - liet ze de mannen ten lange leste in haar etablissement. Ze was tenslotte de beroerdste niet wanneer ze wat kon verdienen. En dat is me een feest geworden! Heel het dorp sprak er nadien schande van. Of de mannen al wisten in hun dronkenschap, dat het meer dan honderd jaar later koninginnedag zou zijn, is niet bekend. Toen Lidia ze na vier uur 's morgens eindelijk de deur uit had gekregen, trok het gezelschap voor zover het nog kon wankelen, luid zingend door het dorp en dat waren niet allemaal Oranjeliedjes.