Kijvende vrouwen

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland GE - ZE  |  Kijvende vrouwen

Kijvende vrouwen

Door Allie Barth

 

Het proces-verbaal gewaagt van een eenvoudige belediging, maar de gebruikte woorden lieten in 1927 niets aan duidelijkheid te wensen over in het dorpje Eede, vlak bij de Belgische grens. En de ene dame luisterde nog wel naar de naam van Godelieve. Zij kwam de politie vertellen, dat haar buurvrouw Marcellina het wel erg bont had gemaakt. Het boterde kennelijk gewoon niet tussen die twee. Godelieve had boodschappen gedaan in het dorp en was op weg naar huis. Op 100 meter van haar woning kwamen haar kinderen aangerend, blij dat ze moeder zagen. Want buurvrouw deed weer zo lelijk.

 

Tegen haar wat ongelukkig zoontje Herman had ze 'scheeloog' geroepen.Godelieve wilde de zaak sussen en deelde volgens haar verklaring buurvrouw op gewone toon mee, dat het toch geen pas gaf haar ongelukkig zoontje zo te beledigen. Maar daarop raasde buurvouw het hele circus van beledigingen nog eens door. "Arm gepeupel van volk. Je zit vol mee schuld, betaal de mensen eens die zooveel geld van jullie moeten hebben." Op bedaarde toon antwoordde Godelieve dat ze weliswaar arm was, maar dat ze gelukkig niets tekort kwam. Ze woonde dan wel niet op een pachthoeve, zoals de buurvrouw, maar zij en haar gezin hadden een goed leven. "Mens,"schreeuwde de buurvrouw, "

 

Jij heb je moeder vermoord en je vader buiten de deur gesmeten en je dochter Rachel heeft vorig jaar abortus gepleegd." Van dergelijke, onware beschuldigingen bezwijmde Godelieve bijna en daarom was ze maar snel naar binnen gegaan. De negentienjarige Rachel bevestigde het verhaal van haar moeder en zei erbij, dat ze helemaal niet zwanger was geweest en nog minder een abortus had ondergaan. Marcellina had natuurlijk een ander verhaal. Die rotkinderen van Godelieve deden niets anders dan steeds het damhek bij haar boerderij open zetten en daar had ze wat van gezegd. Toen was moeder Godelieve op hoge benen bij haar gekomen om daar wat van te zeggen. Zoals die Godelieve kon kijven, dat was niet normaal. Ze ontkende ten stelligste dat ze iets van dochter Rachel had gezegd. Die had wel zes weken ziek op bed gelegen maar van een eventuele abortus wist ze helemaal niets. Er werd wel gepraat in het dorp, maar aan dergelijke roddelpraktijken deed ze niet mee. De politieman zal wel verzucht hebben: waar wijven kijven, kunnen mannen beter wegblijven!