Kermisvertier in Kortgene

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Kortgene  |  Kermisvertier in Kortgene

Kermisvertier in Kortgene

Door Allie Barth

 

 

In deze tijd van het jaar wordt overal in Zeeland weer volop kermis gevierd. Dat was vroeger niet anders. Elk dorp had zijn eigen festiviteiten. Maar aan het eind van de negentiende en in de eerste veertig jaar van de vorige eeuw was er volop verzet tegen de bandeloze uitspattingen die de kermis met zich meebracht. Diegenen die bezwaar maakten, bedienden zich van allerlei argumenten en die waren zeker terzake doende. Maar zelden wordt gewag gemaakt van bezwaar tegen dronkenschappen en sexuele uitspattingen. Heel vaak proef je echter tussen de regels door, dat dat nu juist de belangrijkste argumenten waren om het kermisfestijn af te gelasten. De beslissingen daarvoor behoorden tot de competentie van de gemeenteraden.

 

Tijdens de eerste wereldoorlog, 1914-1918, ging dat volksvermaak meestal gewoon door, al moest de Territoriaal Commandant Zeeland er toen vergunning voor verlenen, aan de gemeenten die daar om vroegen. In 1915 maakten de kerkenraden van de Hervormde Gemeente en van de Gereformeerde Gemeente van Kortgene, toch een liberaal dorp, bezwaar. De Hervormde broeders betoogden: "Immers waar het vorige jaar door U uit eigen beweging de kermis werd afgelast, mocht thans een ander besluit dan hetgeen genomen schijnt zijn verwacht. Of is de schrikkelijke toestand rondom ons niet verergerd in plaats van minder geworden?

 

Gaat ons land nog steeds niet gebukt onder den druk der tijden|? Dreigt nog niet altoos het gevaar, dat de zonen des volks zullen worden opgeroepen hun leven veil te geven ten dienste van het vaderland? En wordt nog niet even krachtig als een tiental maanden geleden ons volk vermaand ijdele vreugd te verzaken en heiligen ernst na te jagen?" De kerkenraad van de Gereformeerde Gemeente noemde de kermis zondig. De dag des Heren werd misbruikt. De gemeenteraad kreeg het advies zich te bekeren van deze zondige weg. Het mocht allemaal niet baten. De gemeenteraad besloot unaniem tot het houden van de kermis, mede op basis van het advies van de Nederlandse Kermisvakvereniging uit Bergen op Zoom.

 

Deze vereniging overwoog: " waarom zoudt de kermis te Cortgene niet doorgaan? Daar juist door de benarde tijdsomstandigheden de welvaart der boerenbevolking wordt bevorderd zoodat er op het eiland Noord-Beveland als het ware niets van den oorlog wordt bemerkt." Kermishouders, bakkers, slagers en kroegbazen zouden er wel bij varen. De kermis ging dus door, ook al sloeg het argument, dat men op Noord-Beveland niets van de oorlog merkte, nergens op. Er ontploften mijnen, er dreven lijken aan en men kon de kanonnen in Belgie horen schieten. In 1917 probeerde de kerkenraad van de Hervormde Gemeente het weer, onder meer op basis van het argument dat schraalhans in dat derde oorlogsjaar keukenmeester was. Maar ook toen kreeg die nul op het rekest. In 1918 hoefden de broeders ouderlingen en diakenen het niet te vragen. De kermis werd toen afgeschaft vanwege de alom heersende Spaanse griep!