In de verkoop

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Heinkenszand  |  In de verkoop

In de verkoop

Door Allie Barth

 

Ze zaten al vroeg in de herberg van Marinus de Vos, te Heinkenszand op 29 december 1745. 's Morgens om negen uur al. 't Zal ongetwijfeld zo'n huiskamerkroeg zijn geweest, zoals je nu nog hebt in Sint Kruis. Hun namen waren Cornelis Janssen den Hollander en Cornelis Joossen Huijssen. Ze moesten voor het gerecht van Heinkenszand komen om gehoord te worden in het geschil dat ontstaan was tussen de herbergier en Wilhelmus Hoogenhoed, koopman in wijnen, die in Goes woonde. Zij waren getuige geweest van de vraag van Hoogenhoed of hij voor 200 pond Vlaams de herberg zou kunnen kopen van De Vos. De Vos gaf daar een ontkennend antwoord op, waarop Hoogenhoed het bod verhoogde tot 450 pond Vlaams, maar ook dat bedrag was voor De Vos niet genoeg. Daarop was Hoogenhoed vertrokken naar Borssele. Maar om 3 uur die middag kwam de wijnkoopman weer binnen en de beide getuigen zaten er nog. Die hadden kennelijk niets anders omhanden dan zwetsen en drinken. Hij deed opnieuw een bod op de herberg, 500 pond Vlaams. Weer weigerde De Vos met de daaraan gekoppelde vraag: Wat wil je nu met mijn zaak? Hoogenhoed antwoordde dat hij die wilde kopen voor de neef van Pieter Gunters. Noem dan zelf je prijs, sprak hij tegen De Vos. Maar die wilde niet loven, zoals het proces-verbaal omschrijft. Loven en bieden, u kent die uitdrukking wel. Hoogenhoed hield evenwel aan en toen kwam De Vos met een bedrag: 600 pond Vlaams, twee gouden ducatons en twaalf flessen wijn. Ze werden het eens voor 550 pond Vlaams, een gouden ducaton en twaalf flessen wijn. Janssen en Joossen hadden duidelijk de handslag tussen de twee mannen gezien. Maar nu was er al heel wat gedronken. Ze waren allebei van mening, dat de wijnkoopman echter goed in staat was om rechtshandelingen te verrichten. Hij had bij binnenkomst verklaard in Borssele niets gebruikt te hebben. Na afloop van de beklonken verkoop hadden ze gevieren negen flessen wijn leeggedronken. De verklaring van beide heren werd echter niet voor de gehele waarheid aangenomen. De verkoop, die door de wijnkoper werd betwist, omdat hij onbekwaam was, ging niet door.