Humor in de Tweede wereldoorlog

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes AA - ME  |  Humor in de Tweede wereldoorlog

Humor in de Tweede wereldoorlog

Door Allie Barth

 

Ik kwam onlangs in mijn boekenkast een gedenkboek over de tweede wereldoorlog tegen uit de jaren vijftig, toen de wereld nog overzichtelijk was. We waren toen allemaal goede vaderlanders, behalve de NSB-ers. In dat boek is ook een hoofdstuk opgenomen over humor tijdens de tweede wereldoorlog en dacht bracht me weer mijn vader en mijn opa in herinnering. Beiden konden daar boeiend over vertellen. Wanneer er Duitsers in zijn winkel kwamen, dan vroeg opa altijd eerst: Habe Sie bonne? Was dat niet het geval, dan weigerde hij vlees te leveren, ook een vorm van humor, maar daar gaat het nu even niet om. Over Hitler wisten ze heel wat te vertellen. In bijna elk land van deze wereld had de dictator een andere naam. In Rusland heette hij: slarottimof. In china: hang kreng hang. In Japan was het: foetsimoetie. In Portugal: Lopez de see in. Indianen noemden hem: Winnetoetenie en in Friesland spraken ze over Jatstra. In het Hebreeuws heette hij: Hangesallie. Humor, ook een manier om van je ongenoegen te laten blijken. Humor van een venijnig soort werd door de NSB werd geventileerd in cabaratuitzendingen voor de radio. De schrijver van de na de oorlog verschenen Bob Eversboeken deed daar aan mee. Een verhaal dat ook verteld werd was het volgende. Hitler bezocht per vliegtuig de troepen aan het Oostfront. Die mannen hadden het zwaar en konden een bezoek van de opperbevelhebber wel gebruiken. En zo vloog de dictator heel Rusland door. Op de weg naar huis, moest hij doen wat elk mens dagelijks doet, maar er was geen w.c. aan boord van het toestel. De piloot raadde aan om in een hoekje van het vliegtuig de boodschap in zijn pet te deponeren, de fuehrer had er toch twee bij, en vervolgens de ene uit het raampje te werpen. Zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag stond er in de krant de kop: Hitler waarschijnlijk dood. Pet met hersens gevonden. Vele jaren na de oorlog konden mijn vader en opa daar nog smakelijk om lachen.