Het vertrek van de Fransen

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland GE - ZE  |  Het vertrek van de Fransen

Het vertrek van de Fransen

Door Frank de Klerk

 

In het najaar van 1813 pakken veel Franse ambtenaren in Zeeland hunboeltje en vluchten met hun gezinnen zuidwaarts. Nerveuze soldatenblijven achter; het verschijnen van Engelse oorlogsschepen aan deZeeuwse kusten doet hun gemoedsrust geen goed. Alle samenscholingenworden in Goes verboden, sociëteiten worden gesloten, koffiehuizen enherbergen waar oproerige taal is gesproken moeten dicht. Het hijsenvan de Oranjevlag op de toren van Zierikzee is het teken dat Schouwenen Duiveland bevrijd zijn. Het is dan 8 december 1813. Ook op detorens van Kortgene en Wissenkerke heeft men de Hollandse vlag zienwapperen. Uit fort Bath en de batterij van Borssele wordt een honderdtalkustkannoniers naar Goes teruggetrokken. De militaire bezettingvan de stad wordt verder aangevuld met douanebeambten en gendarmerie.De oude wallen worden voor het eerst sinds lange tijd weer instaat van paraatheid gebracht. Zelfs rond het stadhuis liggen troepenmet geschut.Op het gerucht dat er Engelse schepen op de Roompot kruisen komt eengroot aantal gewapende Franse matrozen uit Antwerpen over Bath naarGoes, en eveneens uit Vlissingen.  

 

De spanning in de stad is om tesnijden. Op 12 december komt het onverwachte bevel dat alle Fransenzich terug moeten trekken op Bath. De kustkannoniers, meest Nederlanders,zijn niet van plan mee te gaan. Tijdens de aftocht uit de stadkomen ze in de Ganzepoortstraat in opstand; de meesten slagen erin tevluchten of onder te duiken. Als de commandant van Goes naar Borsselevertrekt en de laatste Fransen, onder Oranje Boven-geroep van opgeschotenjongens meegaan, komt een tevoren opgerichte burgerwacht inhet geweer om de orde in de stad te handhaven. Het lijkt erop datGoes bevrijd is.Eindelijk komen dan op 17 december de zo vurig verlangde Engelsemariniers aan land, ruim 150 man, die met kisten geweren en munitiede stad binnen worden geleid. De Hollandse en de Engelse vlag hangenbroederlijk naast elkaar, terwijl de klok geluid wordt. De volgendedag vertrekken de Engelsen, met veel Bevelanders, naar Krabbendijkeom vandaar fort Bath te veroveren. Door gebrek aan geschut en manschappenblijft het bij een omsingeling die volgehouden wordt totdatde Fransen het fort verlaten, op 5 mei 1814. Bij Waarde en Krabbendijkewordt geschut geplaatst.  

 

Bij Wemeldinge ligt een Engels schipvan 74 stukken, met enkele kleinere daarbij.Eind 1813, begin 1814 maakt de Zuid-Bevelandse bevolking spannendetijden mee als de Fransen herhaaldelijk landingen uitvoeren. In Goeswordt op zondag 19 december juist een dankdienst gehouden in dehervormde kerk als er een ijlbode uit Borssele komt met het nieuwsdat er een 400 tot 500 man Fransen zijn geland bij de batterij vanBorssele, en dat ze het land intrekken. Nu luidt de alarmklok en gaateen trommelslager de stad door om iedereen te wapen te roepen. Ongeveer400 man wordt uitgerust met de nieuwe Engelse wapens, en mentrekt naar Borssele. Ook vrouwen, kinderen, bejaarden en gebrekkigentrekken mee. Landlieden met hooivorken, pieken, degens, rieken, etc.sluiten zich aan bij het legertje. De Fransen zien ze al van veraankomen. Ze nemen het dorpsbestuur in gijzeling en gaan weer scheepnaar Vlissingen. Hun voornaamste doel, het geschut bij Borsselevernielen, hebben ze kunnen uitvoeren. De gijzelaars worden enkeledagen later vrijgelaten. Nog enkele malen vinden daarna schermutselingen,landingen en vuurgevechten plaats.

 

De Engelsen en Russen, die samen met Pruissen de geallieerden vormen,verlaten Zuid-Beveland op 11 mei 1814. De Engelse commandant Owenschenkt een houwitser aan de vrijwilligers van Goes, de landstorm.Het kanon is in de tweede helft van de vorige eeuw omgesmolten tenbehoeve van het carillon, de daarop bevestigde gedenkplaat is in hetmuseum bewaard gebleven.