Het trieste verhaal van meester Schoe

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Wissenkerke  |  Het trieste verhaal van meester Schoe

Het trieste verhaal van meester Schoe

Door Allie Barth

 

Tot de dag van vandaag zijn er in ons land tegenstanders van vaccinatie. Zij beschouwen dat als een inbreuk op de wil van God. Vaccinatie bestaat al sinds 1796 toen de Engelse arts Jenner de mogelijkheid van koepokinenting ontdekte voor de bestrijding van kinderpokken, een ziekte, waaraan tal van jonge kinderen voordien stierven. In Goes bepaalde het gemeentebestuur al heel vroeg, in 1823, dat kinderen gevaccineerd moesten zijn, wilden ze de lagere school kunnen bezoeken. Andere gemeenten volgden het Goese voorbeeld snel. Maar in 1841 nam meester Schoe, de onderwijzer op Wissenkerke de door het gemeentebestuur vastgestelde vaccinatieplicht wat al te letterlijk op. Hij liet de plaatselijke chirurgijn op school komen om alle daar aanwezige kinderen te laten vaccineren. De man kwam en deed wat de schoolmeester vroeg. Heel Wissenkerke was in rep en roer door dit eigenzinnig optreden. Dorpstimmerman Semijn was woedend. Zijn kinderen hadden die pokkenprik al enige jaren daarvoor ontvangen. Johan Laven was schreiend uit school gekomen. Adriaan van Damme was zeer onrustig geweest, ja zelfs enige ogenblikken bewusteloos.

 

Maria Boot was geheel door schrik bevangen. Meer dan dertig kinderen hadden de inenting ondergaan. De overige waren de school uitgevlucht. Geen enkel ouderpaar had toestemming gegeven. Meester Schoe, die geen duidelijke verklaring kon geven voor zijn optreden, nam ontslag en dat betekende automatisch ook ontslag als voorlezer. voorzanger en koster in de kerk. De gemeenteraad was zeer snel. Nauwelijks een dag later had hij zijn ontslagbrief al binnen. Die snelheid had een reden. Schoe leefde namelijk in onmin met zijn vrouw em kinderen. Huiselijke twisten waren aan de orde van de dag, mede een gevolg van het drankgebruik van de meester. Het "ongelukkig humeur" van Schoe, gepaard aan "kwaadaardigheid" ging te vaak over in "razernij" aldus de burgemeester. Toen Schoe er lucht van kreeg, dat wel heel snel een opvolger voor hem werd benoemd, trok hij zijn ontslag gauw in, maar daar hadden de vroede vaderen geen boodschap aan. Het was duidelijk: ze waren blij dat ze van hem af waren. Schoe beriep zich tevergeefs op de Commissaris des Konings en een jaar later probeerde hij het nog eens bij de burgemeester van Wissenkerke. Hij was tot de bedelstaf geraakt, had inkomsten nodig en waarom mocht hij de burgemeester niet komen uitleggen, wat nu precies zijn drijfveer was om de kinderen te laten inenten. Hun gezondheid had voor hem centraal gestaan. Alles tevergeefs. De burgemeester nam niet eens de moeite om hem te antwoorden.