Het Spookte in Goes

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes AA - ME  |  Het Spookte in Goes

Het Spookte in Goes

Door A.J. Barth

 

Aan het eind van de negentiende was er veel belangstelling voor de wereld van de geesten. Een van de Goese hervormde predikanten, D.P.M. Huet, hield zelfs regelmatig seances. Later stopte hij daarmee. In Yerseke kwam in 1886 de bekende predikant Budding tijdens een dienst van het Leger des Heils in geestvorm binnen, wat veel stof deed opwaaien in het oesterdorp.Minder bekend is het verhaal van Klaziena Rozenboom, een dienstmeisje, dat terecht kwam in het spookhuis van Goes. Dat zag uit op het Breedje van de’s-Heer Hendrikskinderenstraat en stond in 1892 al bekend als pand waar je maar beter weg kon blijven. Het verhaal ging dat een van de bewoners in de zeventiende eeuw er zijn dienstbode had misbruikt, wat tot de dood van het meisje had geleid. Sindsdienzwierf haar geest rond in het huis.

 

Erfeniskwestie 

In 1892 was de ongehuwd gebleven bewoner, Harmannus Janssen, overleden. Een slepende erfeniskwestie had er toe geleid, dat het huis nog niet was leeggehaald. En Klaziena, die dat van haar mevrouw had afgeluisterd, wilde er wel eens in rondkijken. Ze had ontdekt, toen ze de hond van de baas moest uitlaten, dat de achterdeur niet afgesloten was. Aan het eind van een wat nevelige dag in september, toen er nog voldoende licht was, slipte ze behoedzaam met de hond de achterdeur in en kwam in de keuken terecht. Die zag er niet echt spectaculair uit en leek op de keuken waarin ze werkte. Via een trapje kwam ze in de gang, met een loper op de marmeren vloer en kroonluchters aan het plafond. Portretten van streng uitziende dames en heren aan de wand en een grootvader’s klok maakten de inrichting compleet. Het was doodstil in het pand waar de klok op kwart over twaalf was blijven stilstaan. De kamers aan weerszijden van de gang gaven blijk van de rijkdom van de laatste bewoner. Toen Klaziena de laatste kamer uitging naar de gang, sloeg ze de deur wat al te hard dicht. Het meisje schrok van het lawaai.

 

En het leek net of er op de trap even een donkere schim zichtbaar was. De hond piepte en wilde er met de staart tussen de benen vandoor gaan, maar ze gaf een ruk aan de riem en liep met het beest de trap op. Boven gekomen bezocht ze de slaapkamers, maar helemaal rustig was ze toch niet. Ze kreeg het gevoel dat ze niet alleen in het huis was. Op de overloop gekomen keek ze naar beneden om er zeker van te zijn dat er niemand binnen was gekomen. Ze besteeg de trap naar de zolder, waar het inmiddels toch behoorlijk donker was. Bijna bovengekomen, sloeg met een klap de deur van één van de dienstbodekamers dicht. De hond gaf een verschrikte blaf en trok Klaziena als het ware de trappen af naar beneden, wat het meisje niet erg vond, want ze was behoorlijk geschrokken. Ze rende met de hond naar de keuken, maar vond de achterdeur gesloten! Dat kon niet. Ze wist zeker, dat die niet op slot was. Ze bonkte met haar vuisten op de deur en schreeuwde huilend om hulp. Vanuit haar ooghoeken zag ze een vage schaduw van een vrouwspersoon, die haar een enorme duw gaf, waarop de deur openvloog en ze naar buiten struikelde.

 

Procesverbaal 

Daar werd ze opgevangen door twee agenten, die op hun dagelijkse ronde altijd even de woning moesten controleren. De hond vloog er vandoor. Het meisje, behoorlijk overstuur, werd meegenomen naar het politiebureau. Na enkele glazen water was ze in staat om te vertellen wat haar overkomen was, maar dat maakte weinig indruk op de commissaris die haar verhoorde. Ze had tenslotte ‘wederrechtelijk’ een woning betreden en eigenlijk een inbraak gepleegd. De kantonrechter had weinig consideratie en veroordeelde haar tot acht dagen hechtenis. Haar mevrouw toonde zich milder. Na haar detentie mocht ze terugkomen, met de belofte nooit meer zoiets te doen. Die belofte kostte haar weinig moeite. Als ze hond moest uitlaten en op haar wandelingetje in de buurt kwam van het Breedje, begon de hond te protesteren. Die weigerde nog in de buurt van het spookhuis te komen. Het pand is recentelijk helemaal opgeknapt, waarbij helaas het in hout uitgevoerde wijknummer, D 191, is verwijderd. Niet bekend is of het vermoorde dienstmeisje inmiddels de eeuwige rust heeft gevonden.