Had de koningin dat geweten

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland GE - ZE  |  Had de koningin dat geweten

Had de koningin dat geweten

Door Allie Barth

 

 

In 1924 bezocht koningin Wilhelmina het eiland Noord-Beveland. Op 7 augustus bezocht ze eerst Kamperland. Ze kwam er rond 10 uur aan. Een van de schoolkinderen mocht een boeket bloemen aanbieden,waarna alle inwoners een zelfgemaakt lied, onder begeleiding van Ons Genoegen zongen, getiteld: Oranje en Beveland. De godvruchtige Kamperlanders zongen tot slot: "dat 's Heeren zegen op U daal." Van een zoon van een dominee hoorde ik eens de vrije versie van de tweede regel: "gelijk een heiblok op een paal.", maar dit terzijde. De koningin vertrok per auto, onder luide toejuichingen naar Wissenkerke. Het bezoek aan Kamperland had nog geen tien minuten geduurd. In Wissenkerke opnieuw een bos bloemen, opnieuw een zanghulde en een even kort bezoek, want om tien over half elf ging het al richting Colijnsplaat. Het was allemaal goed verlopen en de bestuurders hebben ongetwijfeld een zucht van verlichting geslaakt, want wat er aan het bezoek vooraf ging, was niet altijd even verheffend. Burgemeester en wethouders stelden aan de raad voor om een bedrag van drienhonderd gulden uit te trekken voor een tractatie aan de schoolkinderen en voor het uitvoeren van de zang.

 

Niet alle vroede vaderen waren het daarmee eens. Als de Koningin kwam, dan moesten de inwoners zelf dat bedrag maar ophoesten. Het inmiddels gevormde comite kreeg maar weinig medewerking van de ingezetenen, die niet bereid bleken om de beurs te trekken. Bovendien zou alles rond zeshonderd gulden gaan kosten. Toen de gemeente slechts een deel wilde geven als subsidie, trok het comite zich terug. In de raad kwam verder een diepgaand verschil van mening tussen de Kamperlanders en de Wissenkerkenaren aan het licht. Het was, vond men in Kamperland helemaal niet nodig om Wissenkerke fraai te gaan versieren. De koningin zou in haar auto blijven zitten en de versiering niet eens opmerken. Het raadslid Van Hee uit Kamperland zei onomwonden de leden van het comite kwasten te vinden. Die dachten zeker dat ze onmisbaar waren. Hij vond de houding van die mensen een schande. De gemeente hield de poot stijf en verleende slechts driehonderd gulden subsidie. Daar moest het comite het mee doen en zo gebeurde. Onder het nodige gemopper werd het bezoek van de Koningin geregeld.