Elfen en heksen

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Elfen en heksen

Elfen en heksen

Door Allie Barth

 

Omroep Zeeland meldde in het nieuws dat de voormalige vlasfabriek van Koewacht regelmatig in brand vliegt en dat misschien spoken daarvoor verantwoordelijk zijn. Want het verhaal gaat, dat de voormalige fabriek bewoond wordt door geesten. Dat soort verhalen is al van oude tijden. Op Zuid-Beveland wordt verteld, dat vliebergen de plaatsen zijn waar elfjes en aardmannetjes dansen. Outermannetjes noemt men die aarmannetjes wel. Vooral de elfjes, afkomstig uit de Germaanse mythologie naar men zegt, zouden zich op aarde overgeven aan teugelloos gedans in de maneschijn.

 

Lang geleden was er eens in de buurt van Yerseke een jongeman op weg naar zijn meisje, toen hij bij het passeren van de Mispelboom plotsklaps van de grond werd gelicht door elf kleine gedaanten, gehuld in witte gewaden en voorzien van grijze baarden. Ze zweefden met hem over een sloot, landden in een weiland en dansten met hem totdat hij er bij neer viel. De jongeman kon aan de donkergroene kleur van het gras de volgende ochtend precies zijn waar het dansfestijn had plaatsgevonden. En nu niet meteen een nuchtere reactie. Nergens wordt vermeld, dat de jongeman de hele avond in de kroeg had zitten drinken. Een landbouwer uit Kapelle, Thomas de Klerk, wist zo'n honderd jaar geleden aan deelname van een elfendans te ontkomen.

 

Op een morgen, nadat hij zich notabene had verslapen, haastte hij zich naar de wei om de paarden te halen. Tot zijn ontzetting ontwaarde hij in het gras een kring van dansende elfen, die om beurten uit een geheimzinnige beker dronken. Toen de elfen, in vrouwengedaante, hem ontwaarden, verdwenen ze niet meteen, zoals meestal na ontdekking door mensen, maar kwamen op hem toe en boden hem de beker aan. Hij moest daaruit drinken. Bang voor de gevolgen van een weigering nam Thomas de beker aan, na gezegd te hebben: "Vooruit dan maar, in godsnaam!" Het woord God is voor elfen echter ondraaglijk en toen ze het hoorden uitspreken, verdwenen ze in een flits, Thomas met de beker achterlatend. Hij nam die mee naar huis, maar toen na een paar weken bleek dat al zijn zegeningen verdwenen waren, wierp hij de beker in het vuur, waar het ding met een geweldige klap uit elkaar spatte en de sulferlucht nog dagenlang te ruiken was. Thomas herademde zichtbaar en besloot om zich nimmer meer te verslapen.