Dom Domburg

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Dom Domburg

Dom Domburg

Door Allie Barth

 

Af en toe vind je nog wel eens leuke dingen op de rommelmarkten van kerken en verenigingen. Meestal moet je vroeg komen, want talloze tweedehandsboekwinkelaars staan doorgaans te trappelen van ongeduld om alle mooie, nog goed te verkopen boeken voor een habbekrats voor je weg te graaien om het vervolgens veel duurder te verkopen. Ze hadden laatst een schoolleesboekje uit 1931 over het hoofd gezien. Voor twintig eurocent heb ik een hele leuke middag gehad aan talloze verhaaltjes over Zeeland. Zo ook de geschiedenis over de naam Domburg, dat door geleerden in 1931 werd omschreven als Dominiburg. Dat betekende burcht van de landsheer. Misschien werd de plaats ook Doemburg genoemd, verband houdend met de rechtsspraak. Maar het gewone volk van vroeger wist het beter.

 

Oude mensen wisten in 1931 nog te vertellen, dat de stad eerst geen naam had toen er al een kerk werd gebouwd. Op zekere dag moesten de bouwlieden een balk door de kerkdeur naar binnen brengen, maar ze wisten niet hoe ze dat moesten doen. De balk was erg lang en de deur was maar heel smal. Ze pasten en ze namen de maat, ze trokken en ze wrongen. Ze werkten zich in 't zweet, maar hielden de balk steeds in de breedte voor de deur. Hoe moest dit nu. Toen ze even pauze hielden en zich het zweet afwisten, zagen ze een merel komen aanvliegen met een lange strohalm in de bek. HIj fladderde ermee naar een opening in het dak, legde de halm ervoor en kroop naar binnen. Toen kwam het kopje weer te voorschijn, het snaveltje pakte de strohalm bij het eind beet en zo trok de vogel de halm naar binnen. Stomverbaasd stonden de mannen naar de truc van de vogel te kijken. Wat zijn wij dom, spraken ze. Ze stonden op, pakten vergenoegd de balk beet en in geen tijd lag de balk in de kerk. Sindsdien neemt men de plaats Domburg.