Dienstbodes en margarine

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Dienstbodes en margarine

Dienstbodes en margarine

Door Allie Barth

 

Een stukje waaruit we even de boter proberen te braden. Boter was in de achttiende en negentiende eeuw vooral roomboter en werd toen op de boerderij gemaakt. In een later stadium gebeurde dat in de cooperatieve zuivelfabriek en in het begin van de twintigste eeuw ging een fabriek als Jurgens ermee aan de haal. Al in de zuivelfabriek maakte men een vorm van margarine, maar dat was geen succes. De mensen prefereerden de echte boter. De arme gezinnen konden dat niet betalen en moesten het met het goedkope restproduct doen, vaak meer water dan boter. Jurgens verbeterde de margarine en maakte die populair, al hadden we in de jaren zestig naar ik meen nog eens een soort waarvan men ziek werd. Napoleon heeft de margarine niet uitgevonden. Die had het te druk met het veroveren van landen en vrouwen. Zo heeft hij nog eens in Rusland onnodig een Frans leger in de pan laten hakken omdat hij zonodig een eind moest maken aan de maagdelijkheid van een Poolse prinses in Warschau. De prinses bezwijmde en kwam op bed, in geheel ontkleede toestand weer tot zichzelf. Ze zag Napoleon ietwat beteuterd terzijde staan. "Uwe majesteit heeft toch niet...?", vroeg ze angstig en inderdaad, Napelon knikte instemmend. Of de keizer zich vergreep aan gewone dienstmeisjes is niet bekend. De grap die hier onder volgt, zal hem wel nooit verteld zijn. Twee burgers uit de betere stand, zo begin twintigste eeuw ontmoetten elkaar op straat en wisselden de gewone beleefdheden uit. "En hoe gaat het met uw vrouw", vroeg de ene burger tenslotte. "Zo zal het mij gaan", was het antwoord. "Hoe bedoelt u", vroeg de eerste verbaasd. "Welnu," sprak de ander, "die heeft elke week een ander meisje!"