Diefstal

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Diefstal

Diefstal

Door Allie Barth

 

Ik weet niet of het u al eens overkomen is. Dat je bij thuiskomst moet ervaren dat een vreemdeling in je spullen heeft rondgezworven. Het is een regelrechte inbreuk op je privacy, met een hoop rompslomp. Het overkwam in 1924 Jacob Sutin die in Smedekensbrugge in een arbeidershuisje woonde. Toen hij op een regenachtige dag in januari thuiskwam, was er bij hem ingebroken.Zijn vrouw was die middag ook afwezig geweest. De ongewenste bezoekers hadden een bedrag van hfl. 127,50 meegenomen en dat was in die tijd een heel bedrag. Het zat niet in een oude kous maar in een kistje. En dat zat op slot en was zo weer in een andere grote kast opgeborgen. Daarvoor had de man, met zijn vrouw, zich nu voor te pletter gewerkt in de bietencampagne. Alles weg. Waarom had de man het bedrag niet op de bank gezet, zou je zo vragen, maar dat deed toen lang nog niet iedereen. Hij was radeloos, want kon de hypotheek op zijn huisje niet aflossen. De marechaussee stelde een onderzoek in. Daaruit kwam vast te staan, dat de inbreker heel voorzichtig en op zijn gemak had gewerkt. Want het huisje stond in een blok van vier en eigenlijk zouden de buren iets verdachts hebben moeten zien. De man of vrouw had alle tijd genomen om de bankbiljetten klein op te vouwen, want een brief van tien gulden vond men in de kamer zo opgevouwen terug. Ondervraging van de buren leverde slechts op, dat een haveloos gekleed jongetje van ongeveer 15 jaar die middag aan de deuren was geweest met de vraag of men nog zeep wilde kopen. De marechaussee informeerde in de omgeving en het resultaat was de aanhouding van het bewuste jongmens, Robert van der Linden, afkomstig uit Eekloo. Hij ventte op dat moment in Oostburg en kon naadloos aangeven waar hij die dag had getracht zijn waar aan de man te brengen. Zijn alibi klopte volkomen. Noodgedwongen moest men hem laten gaan. Vermoedelijk was de diefstal gepleegd door enkele woonwagenbewoners, die volgens het jongmens verblijf hadden gehouden tussen Maldegem en Stroobrugge. Onderzoek wees uit, dat deze lieden met de noorderzon waren vertrokken. Het gelukte de marechaussee niet om de diefstal op te lossen.