Die zomer van 1911

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Die zomer van 1911

Die zomer van 1911

Door Allie Barth

 

We beleven vandaag de dag bijzondere tijden. De maand juli een zomer die zuid-europees aandoet en dan tot vandaag een maand augustus die met hoge temperaturen niet van doen wil hebben. Ouderen onder ons weten ongetwijfeld nog verhalen over de zomer van 1947. Mijn vader wist te vertellen, dat hij in maart nog schaatste en in mei al bij de Kaloot zwom. In 1911 hadden ze ook een zomer die er wezen mocht. Niet alleen heel warm, maar vooral ook heel droog en dat was in de tijd dat er nog geen waterleiding was een complete ramp. Men was aangewezen op de eigen put en als dat niet meer ging op de kerkenbak, waar men voor enkele centen een emmer water kon kopen. Maar een paar dooie mussen in de dakgoot konden de hele waterput verpesten. Uit de wijde omgeving van Goes kwamen de boeren water putten voor hun vee uit de stadsvesten. Tot overmaat van ramp brak er ook nog eens mond- en klauwzeer uit. Veel mensen zochten verkoeling aan het water en verdronken jammerlijk omdat ze niet konden zwemmen. Ook kwam het vaak voor, dat mensen een zonnesteek opliepen of door de hitte bevangen, dood neervielen. Bij het uitdiepen van een droge put in Heinkenszand groef men heel diep.

 

Tot grote vreugde van de mensen begon het water plotseling een meter hoog te spuiten. De aanvankelijke vreugde om een weer volgelopen put ebde snel weg, toen bleek dat het water zout was. Het ontstaan van brand, zoals in 's Heerenhoek was een ramp, want er was geen bluswater meer. Het fruit rijpte wel aan de bomen, maar door de hitte sprongen de vruchten die aan de zon waren blootgesteld gewoon open en droop het moes langs de takken en de stammen. Vanaf zijn jeugd had Dingenis Korstanje uit Kapelle slechte ogen. Volwassen geworden ging hij als marskramer langs de deur. Toen hij helemaal blind geworden was, kon hij de kost niet meer verdienen. De berichten over de droogte moeten grote indruk op hem hebben gemaakt. Hij legde zijn gevoelens en die verhalen vast in een lang gedicht dat in 1912 werd gepubliceerd, voorzien van een voorwoord van het hoofd der school en dominee Schmidt, de vader van Annie M.G. De opbrengst was voor de blinde Dingenis. Of het veel heeft opgeleverd, weten we niet. Wel is deze zomer in een eenvoudige kroniek geboekstaafd voor de toekomst. Een van de zestig coupletten luidde: "Bij die groote waterschaarste/ leed dan ook het meest het vee/ want voor menschen liep het alles/ Goddank. nog taam'lijk mee." Dingeman kwam later in een blindeninstituut terecht. En voor morgen, 14 augustus, geeft het KNMI vijftig millimeter regen af.