Die donkere dagen

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes AA - ME  |  Die donkere dagen

Die donkere dagen

Door Allie Barth

 

De feestdagen van december stammen uit lang vervlogen tijden. Het Kerstfeest is van oorsprong een voor-christelijke feestdag, die in het christendom is opgenomen. De meesten van onze voorouders hadden de grootste moeite om zich door de wintermaanden heen te slepen. Vooral zwakken en ouden van dagen hadden het niet gemakkelijk. Reikhalzend keek iedereen uit naar het lengen van de dagen. Het feest van de laagste zonnestand, eind december, werd daarom uitbundig gevierd. Rond de langste nacht vierde men de geboorte van het nieuwe jaar. Met vreugdevuren en eetfestijnen moest de zon worden aangemoedigd om weer langer te gaan schijnen.

 

De boze geesten, die het misschien op het nieuwe jaar hadden voorzien, dienden met veel lawaai en vuren te worden verdreven. Sinds de vierde eeuw van onze jaartelling werden deze heidense feesten vervangen door het feest van Christus' geboorte. Slechts de rijken waren in staat om overdadig te feesten. Voor grote groepen in de samenleving was dat niet weggelegd. Al in de middeleeuwen ontstond het gebruik van Kerst- en Nieuwjaarzingen. Ook met St. Maarten, 11 november, en Driekoningen, 6 januari, werd er langs de straat gezongen. Kinderen en behoeftigen trokken dan langs de deuren van de welgestelden om een aalmoes.

 

Op den duur werd dat zingen een plaag en trad de overheid regelend op. Zo werd het in Goes in 1550 verboden om zingend en bedelend langs de straten te gaan aan het eind van het jaar. Alleen de stadswakers mochten op oudejaarsavond bij de rijke poorters stilhouden, zingen en een fooi ontvangen. Ondertussen moesten ze wel hun werk blijven doen en op hun ronde door de stad steeds roepen: "elf uur, hoed uw vuur en kaarsen wel." De overheid trachtte het nieuwjaarszingen te beteugelen door het houden van collecten in het najaar, waaruit de armen dan op 1 januari een nieuwjaarsgift konden krijgen.

 

Juist dat gebruik bleef tot ver in de twintigste eeuw in stand. Maar het zingen langs de deuren bleef ook onuitroeibaar en was meer dan een folkloristisch gebeuren. Nu zijn we dat inmiddels vergeten. Net als het op eerbiedige wijze nieuwjaar wensen door de landarbeiders bij de grote boeren. Dat moest je als arbeider doen, want anders kreeg je in het jaar dat er aankwam, geen werk. En reken er op, dat je de boer onderdanig moest bejegenen. Het Christuskind was dan wel voor ieder's behoud geboren, maar zo redeneerde men nu eenmaal: God had de standen gewild. Maar goed dat die tijden zijn vergleden in de maalstroom van de tijd. Alle lezers goede Kerstdagen toegewenst.