Debat over vloekverbod

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Wissenkerke  |  Debat over vloekverbod

Debat over vloekverbod

Door Allie Barth

  

In maart 1923 wendde de Bond tegen het Vloeken zich tot alle gemeenten in Nederland met het verzoek om in de Algemene Politieverordening een vloekverbod te willen opnemen. We weten niet exact hoe alle Bevelandse gemeenten erop reageerden. Kapelle was het eens met de raad van Wymbritseradeel in Friesland, die van mening was, dat hier een taak voor de Rijksoverheid was weggelegd. Ook in de raad van de gemeente Wissenkerke vond een uitgebreid debat plaats over het te nemen vloekverbod. De burgemeester vond het moeilijk om dat verbod onder woorden te brengen in de verordening en het lag naar zijn mening niet op de weg van de gemeente om zedelijk kwaad op basis van wetgeving te beteugelen. Als er gevloekt zou worden in drift of onnadenkend dan was een ernstige zedelijke vermaning op zijn plaats. De meningen van de raadsleden liepen nogal uiteen.

 

De een was het met de burgemeester eens, de ander vond de burgemeester een slappeling. Raadslid De Regt vond het niet noodzakelijk om zelf rechter te gaan spelen. Daar had hij dan dagwerk aan, want men was in Wissenkerke tamelijk los in de mond, zelfs in vergaderingen van de gemeente. Toch viel na afloop van het debat de beslissing om inderdaad een vloekverbod in de politieverordening vast te leggen. Of het veel is toegepast? Het raadslid Kramer kwam in de vergadering van 31 oktober 1924 met een klacht over veldwachter Van de Vreugde in Kamperland. Tijdens een brandweeroefening had de brandspuit even over het erf van de politieman gereden om te kunnen keren. Dat leidde bij Van de Vreugde tot een woede-uitbarsting. Hij zong de vloeken zo maar, de lucht zag er blauw van. Kramer, secretaris van de brandweer, had Van de Vreugde daarop aangesproken. Een handhaver van het vloekverbod kon zo toch niet tekeer gaan, wat tot een nieuwe woedeuitbarsting leidde. Dat alles had geleid tot een ingezonden stuk in het dagblad De Zeeuw. De burgemeester had bereids zijn politieman aangesproken en berispt. Er was geen proces-verbaal opgemaakt. Van de Vreugde was namelijk de enige politieman in het dorp!