De verklaring

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  De verklaring

De verklaring

Door Allie Barth

 

De brede blik van de archivarissen. Daar gaat het om en dat doen we aan de hand van de verklaring van de naam Moerland. Een van de leden van dit uitermate vruchtbare Thoolse geslacht is een collega van me en heeft zich natuurlijk bezig gehouden met de genealogie en naamsverklaring van zijn familie. Hijzelf is een goed gelukte synthese van doorzettende eb en een rood ondergaande zon in de Oosterschelde, toen het uitzicht vanaf Tholen nog niet werd vertroebeld door de Zeelandbrug. Werkend aan zijn voorgeslacht, moest hij vele vellen papier volschrijven, zo productief waren de Moerlands in het verleden geweest. Dat leverde allemaal geen moeilijkheden op. Maar de verklaring van de naam. Daar was een brede blik voor nodig. Oh. ja, er waren de nodige historische en topografische verklaringen. Die zou te maken hebben met noeste werkers in de poelachtige klei rond Stavenisse. Het zware werk van zouthoudend veen uitgraven en te drogen leggen als brandstof voor de zoutindustrie. Een bekende toponomist meende dat de naam al uit de tijd der Germanen stamde. Moer zou te maken hebben met bier en land met handel. Lettend op het biergebruik van mijn collega zou men enige juistheid aan die verklaring niet kunnen ontzeggen, maar de zwakte ervan is de jeneverconsumptie van de rest van de familie. Etymologische verklaringen als zou de familie over hun eigen land naar "zijn ouwe moer" lopen, wijzen we van de hand. Het zijn altijd geslachten geweest van arme tot zeer arme landarbeidertjes. Ook de gedachte dat de naam dialectisch gezien als muurkrant moet worden uitgesproken, is niet juist. Eerst in de jaren zeventig van de vorige eeuw is dat fenomeen, waarvan men nu niet veel meer hoort en ziet, ontstaan. Tijdens een boottocht door de Biesbos kregen we als donderslag bij heldere hemel het licht te zien. Hier, in dat gebied moest de oorsprong van het geslacht Moerland liggen. Een periode van indrukwekkend archiefonderzoek volgde. Af en toe twijfelden we, wanneer een onderzoeksdag weinig resultaat opleverde. Maar we kwamen eruit! Toen we aanlandden in de vijftiende eeuw, in dat memorabele jaar 1421, viel alles op zijn plaats. Op St. Elizabethsdag stond er een bulderende orkaan. Wind, striemende regen en springvloed vernielden het achterland van Dordrecht. Talloze dorpen werden door het water verrast, zeer veel mensen verdronken. Handenwringend stonden aan Brabantse wal, bij Lage Zwaluwe, te kijken naar de ramp die zich voor hun ogen voltrok. Het was onmogelijk om te hulp te snellen. Plotseling sprak Jan Bertoene, de oudere, in zijn zangerige Brabants dialect: "Luister, ik hoor kindergehuil!" Schout Cornelis Geert Vanderzaghe wees met zijn vinger naar zijn voorhoofd. "Jan, ge zijt zot. Dat heb ik altijd al gedocht." Maar andere omstanders hoorden het ook. Tot hun niet geringe verbazing zagen de toch geharde Brabanders een houten wieg naar de kant komen drijven. 't Ding schommelde hevig, maar een kat voorkwam door heen en weer te springen dat de wieg zou omslaan. Met een pikhaak slaagde een van de omstanders erin om de wieg veilig op het droge te brengen. Het kind, een baby van ongeveer acht maanden, was zeeziek, maar eenmaal op de kant was het leed spoedig geleden. Het sabbelde al snel op een rauwe mossel. Dat kon toen nog. " 't Lijkt sprekend op jou," sprak Jan Berthoene tegen de schout." Dezelfde tanden." De schout kreeg een kleur en sprak: "Inderdaad, zo te zien is het mijn onecht kind, dat ik bij Kee uut 't Moerland heb verwekt. Kee bleek omgekomen te zijn in de woeste golven. "Mensen, ik neem 't kind mee naar huus en noem hem Lindert uut 't Moerland. Toen de schout naar het eiland Tholen verhuisde, kwam Lindert daar natuurlijk ook terecht. Het tussenvoegsel "uut 't" verdween in de loop der eeuwen en zo kwam het geslacht Moerland opgewekt tot leven. U ziet maar weer eens: noeste vlijt en een ruime blik leiden tot fraaie wetenschappelijke verklaringen