De Ramp van 1836 (Noord-Beveland)

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  De Ramp van 1836 (Noord-Beveland)

De Ramp van 1836 (Noord-Beveland)

Door Allie Barth,

 

November 1836 was een maand met veel westenwind en veel regen. Op 28 november stak er een zuidwesterstorm op, die zijn hoogtepunt vond in de middag van 29 november. Op Noord-Beveland werden, net als in overig Zeeland, veel verwoestingen aangericht. Honderden bomen waren ontworteld, schuren en woningen (vooral die van arbeiders) waren ingestort en veel vee was omgekomen. Mensenlevens waren er gelukkig voor zover bekend nog niet te betreuren geweest op het eiland. De schade aan de waterkeringen was aanzienlijk, maar dijkdoorbraken waren er niet geweest. In de Zandkreek, voor de haven van Kortgene was toen de storm begon een viertal scheepjes voor anker gegaan vanwege het slechte weer. Toen de storm op zijn hoogtepunt was, rond 3 uur op de middag van de 29e sloeg, het noodlot toe. Alle vier de scheepjes verloren hun ankers en werden een prooi van de golven. Twee ervan raakten aan de Zuid-Bevelandse wal aan de grond en sloegen uit elkaar, maar wonder boven wonder waren daarbij geen mensenlevens te betreuren. Een ander kwam voor de Annapolder aan de Noord-Bevelandse kant vast te zitten.

 

De schipper, uit Sluis afkomstig en de enige opvarende, sloeg over boord en verdronk. Het andere kwam voor de Willemspolder aan de grond. De knecht kwam in de golven terecht, verdronk en werd zo het tweede slachtoffer. De schipper klom met zijn vierjarig zoontje in de mast en kon zich zo boven water houden. Aan de Kortgeense wal stonden mannen klaar om het tweetal te redden, maar daar was door het watergeweld voorlopig geen beginnen aan. Machteloos zagen de toeschouwers het kind, bevangen door de kou, in de armen van zijn vader de geest geven en deze moest om zelf het vege lijf te kunnen redden het lichaampje aan de golven prijs geven. De invallende duisternis maakte reddingspogingen uitermate moeilijk. Het geschreeuw om hulp moest de mensen aan de wal wel door de ziel snijden. Toen rond 9 uur 's avonds de wind wat ging liggen, waren het dijkbaas Blok en diens broer, die in het duister nog een poging waagden. Het water liep toen af. Na veel moeite kwamen zij met de schipper, kletsnat en bemodderd aan de wal. Noord-Beveland likte nog dagen lang zijn wonden.