De opkomst van het Socialisme

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes AA - ME  |  De opkomst van het Socialisme

De opkomst van het Socialisme

Door Allie Barth

 

Op 6 oktober 1885 zond de commissaris des konings, de Brauw, de Zeeuwse burgemeesters een vertrouwelijke brief waarin hij namens de Minister van Binnenlandse Zaken meedeelde, dat in politieke optochten geen vlaggen mochten worden meegevoerd. De Minister vond het maar een bedenkelijk verschijnsel, dat voorstanders van algemeen stemrecht dergelijke optochten hielden, waarin rode vlaggen werden meegevoerd als symbool tegen de gevestigde orde. Het gistte in Nederland. De heersende elite was geen voorstander van algemeen stemrecht. De arbeiders, die zich emancipeerden waren dat wel. Al op donderdag 24 februari 1881 hield Domela Nieuwenhuis een lezing in Goes, waarin hij uitgebreid inging op het wezen van het socialisme.

 

De Goesche Courant verwoordde het als volgt: Er heerscht veel ellende in onze maatschappij en dit is een gevolg daarvan, dat het kapitaal geconcentreerd is in handen van enkelen. Dat kapitaal regeert en de pers helpt mee en is de mond van dat kapitaal geworden. Maar overal was verzet en een socialistische beweging ontstaan. Dat kwam omdat er voor de armen geen plaats meer in de wereld was. Een zestigtal personen, waaronder enkele dames woonden de lezing bij. Sedertdien traden meer socialistische voormannen voor het voetlicht in Goes. Domela kwam op 27 april 1891 nog eens naar Goes. We kenden toen de kleine luiden, verenigd in de ARP onder leiding van Kuyper, terwijl ook de katholieke arbeiders onder leiding van Schaepman zich emancipeerden.

 

Nog steeds was de socialistische voorman van mening, dat het grootkapitaal de wereld regeerde. De wetgeving moest aan het volk worden gebracht. De wettenfabriek in´s-Gravenhage deugde niet; daarvan was geen heil te verwachten. De politieke partijen deugden evenmin. De liberalen zeggen, aldus Domela, we hebben niets gedaan; de clericalen: wij doen niets en beiden samen: wij zullen niets doen. Daarom moest het volk zelf de wetten maken en daarvoor was het nodig dat het volk kiesrecht kreeg. De goede man joeg ook alle grote boeren tegen zich in het harnas door te pleiten voor landnationalisatie. Bezit van grond was een recht voor iedereen, zoals licht en lucht, en niet van een aantal groot-kapitalisten.

 

Daarom nogmaals, aldus de spreker, met ons gemeene zaak gemaakt. ´t Is het belang van neringdoenden, fabrieks- en andere arbeiders en boeren om zich bij ons aan te sluiten. We hebben het recht aan onze zijde, we hebben de macht, alleen het bewustzijn van die macht ontbreekt ons. Eerst wanneer dat bewustzijn levendig wordt en we ons organiseeren, zullen we een staat vormen, waarin ieder een menschwaardig bestaan zal hebben. De verslaggever van de Goesche Courant vond Domela bijzonder gematigd in zijn woorden. Van de gelegenheid tot debat werd geen gebruik gemaakt. In 1894 kwam Domela weer naar Zuid-Beveland. Hij trad onder meer op in Yerseke en in Heinkenszand. In Heinkenszand was dat op zondag 19 februari en die morgen had pastoor Aenstoots tijdens de mis op niet mis verstane wijze zijn bedenkingen tegen het socialisme geventileerd. Zoveel was zeker, katholieken die zich aansloten bij de socialisten konden rekenen op een verblijf in de hel na hun overlijden.

 

In 1894 richtten socialisten die zich niet met de anarchistische koers van Domela konden verenigingen de SDAP op. De afdeling Goes werd in 1897 opgericht. Met veel elan togen de SDAP-ers heel Zuid-Beveland in om leden te werven en om hún evangelie te verkondigen. Zo richtte het bestuur van de Goese afdeling op 28 juli 1904 een verzoek aan het gemeentebestuur van Driewegen om lokalen van de openbare lagere school ter beschikking te stellen voor het houden van een openbare vergadering, tijdens de vakantie van de school in augustus. Maar de raadsleden, de grote boeren in het dorp, voelden er helemaal niets voor. Zo=n vergadering zou maar leiden tot een oproerige stemming onder de landarbeiders.

 

Ze wezen het verzoek zonder enige motivering af. De Centrale Vrijzinnige Kiesvereniging te Goes kreeg in januari 1905 wel toestemming tot het gebruik van de openbare lagere school, maar daar verkondigde men praatjes die wel in de smaak van de heren dorpsbestuurders vielen. Wanneer de Anti-Revolutionairen met een verzoek zouden komen, dan zou dat ook ingewilligd worden. Geen wonder, hun grote voorman, Kuyper, stond inmiddels aan het roer van staat. De noeste vlijt van de socialisten had uiteindelijk succes. In Goes gelukte het de SDAP om in de jaren twintig een zetel in de gemeenteraad te verwerven. In de meeste dorpen gebeurde dat pas in de jaren dertig.