De Goese stadsdienst

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes AA - ME  |  De Goese stadsdienst

De Goese stadsdienst

Door Hans Kloos.

 

De grootte van een woonkern kan bepalend zijn of er, intern, behoefte bestaat aan openbaar vervoer.1990-1993.

Toen in de 19e eeuw steeds meer plaatsen aangesloten werden op het spoorwegnet, ontstond daarbij de situatie dat de afstand tussen het station en woon- of arbeidsplaats steeds groter werd: in veel gevallen duldden de gemeentebesturen geen spoorlijn dwars door stad of dorp en moest het station noodzakelijkerwijs een flink stuk buiten de bebouwde kom worden gebouwd. Langzamerhand werd de ruimte tussen het station en de bebouwde kom eveneens bebouwd en ontstond er een aaneengesloten bebouwing. In sommige plaatsen bleef er sprake zijn van een "open ruimte" tussen station en bebouwde kom. Een voorbeeld van het eerste is Den Haag: toen daar het Station Hollandsche Spoor in gebruik genomen werd, moest men vanaf het station als het ware door de landerijen naar het dorp*1, doch al spoedig werd het gehele gebied aan de stadszijde van dat station volgebouwd.

 

Hier in Zeeland vinden we een mooi voorbeeld van de tweede geschetste situatie, nl. Vlissingen, hier ligt het station op ruime afstand van de stadskern*2. De afstand station - bebouwde kom legde in de periode van ca. 1880-1910 de basis voor menige omnibusdienst of zelfs paarden- of stoomtramlijn. In de kleine plaatsen later weer vervangen door autobusdiensten. Maar laten we terugkeren naar de Ganzestad. De bebouwing bleef jarenlang vrij constant. Bij de na 1900 gerealiseerde bouwplannen I en II vond alleen stadsuitbreiding plaats tussen de Voorstad en het station en verder oostelijk. Nog steeds met loopbare afstanden naar/van het station. Een lokale of stadsdienst zou nooit rendabel te exploiteren geweest zijn.

 

Het interlokale vervoer, eerst per omnibus en later per motor-omnibus (al gauw autobus of simpel: bus genoemd), stopte daarnaast ook nog aan enkele halten in de stad. Zo zien wij in dienstregeling van ondernemer J.C. Krijger, die de dienst Goes - ophaartsdijksche Veer verzorgde, dat naast het vertrek punt station nog gestopt werd op de Beestenmarkt, aangeduid als "Wachtkamer dezer Autodienst Melksalon Beestenmarkt no. 10" en in de Nieuwstraat bij de garage van Krijger. Maar hoeveel mensen zullen dit korte ritje ooit hebben gemaakt? Ook dit was, met gezonde benen althans, goed te belopen. Goes werd meer en meer een knooppunt van diverse interlokale lijnen, natuurlijk door de streekfunctie die Goes had (en heeft) en voor de aansluiting op het spoorwegnet.

 

Vele busondernemers kwamen en gingen*3. De in 1927 in gebruik genomen ringlijn door Zuid-Beveland, werd niet bepaald een succes. Op de Bevelanden was de bus al zo'n vertrouwd en vooral populair vervoermiddel geworden en bovendien had de Spoorwegmaatschappij Zuid-Beveland te kampen met de bovengeschetste ruime afstanden tussen de woonkernen en de stations/stopplaatsen van de Ringlijn. In de jaren 30 werd het personenvervoer op de lijn grotendeels ngekrompen. Slechts het deeltraject Goes - Hoedekenskerke, met aansluiting op boot naar Terneuzen, zou het tot 1947 uithouden. Na de Tweede Wereldoorlog is er sprake van een behoorlijke stadsuitbreiding in Goes aan de oostzijde, het gebied, globaal tussen Violenstraat en de De Graaffstraat. Ondernemer O. Tissing uit 's-Gravenpolder, die in 1928 met taxi's begon, zag wel brood in een rendabel te exploiteren busdienst in Goes en na de nodige onderhandelingen werd op woendag 1 december 1954 deze dienst ingesteldmet de volgende route: 

 

Stationsplein - Stationsweg - Boudewijn de Wittstraat (terug Boudewijn de Wittstraat - M.A. de Ruyterlaan - Parallelweg - Station) - Kreukelmarkt - Singelstraat - Korte Kerkstraat - Grote Markt - Rijffelstraat - Vlasmarkt - Waterstraat -

Beestenmarkt (terug Beestenmarkt - Opril Beestenmarkt - Magdalenastraat - Opril Grote Markt - Grote Markt) - Nieuwstraat - Westerstraat - Zaagmolenstraat - J.A. van der Goeskade - brug - Oostsingel - Magnoliastraat - Anjelierstraat -

Beatrixlaan - Bergweg (voor langs Lyceum) - Kamperfoeliestraat (tot J.D. van Mellestraat), J.D. van Mellestraat - Bergweg bij de "flatgebouwen". 

 

Tarieven: enkele reis volwassenen f0,25, 10-rittenkaart f2,-, enkele reis kinderen f0,15. Kinderen tot 3 jaar werden gratis vervoerd. De eerste alsook iedere 25e reizigers werden de bus ingelokt met een gratis 10-rittenkaart. Burgemeester Ten Kate, die de openingsrit meemaakte, sprak de hoop uit dat de busdienst succes zou zijn. Echter, al spoedig bleek het tegendeel waar. Men bleef lopen, of nam fiets of brommer. De PZC van 9 mei 1955 meldde dat Tissing bij de gemeente Goes om subsidie had verzocht, daar hij anders zich genoodzaakt zag de stadsdienst per 1 juli 1955 te staken. Blijkens datzelfde krantenbericht had hij, ondanks de verliesgevende dienst, toch nog plannen voor lijnen naar Goes-West en ziekenhuis Sint Joanna. De gevraagde subsidie werd verleend.

 

De Gemeenteraad besloot in de zitting van 30 november 1955 een extra subsidie te verlenen, doch dit alles mocht niet baten. De dienst sukkelde nog enkele jaren voort totdat op zaterdag 12 oktober 1957 de laatste rit werd gemaakt. Op de busdienst werden in haar bestaan totaal ruim 30.000 kaartjes enkele reis, ruim 5000 kinderkaartjes en meer dan 2200 tienrittenkaarten verkocht. Begin jaren 60 knoopte de gemeente onderhandelingen aan met A.M.Z. Automaatschappij Zeeland, om te informeren onder welke voorwaarden deze onderneming eventueel een stadsdienst zou kunnenexploiteren. Gewenst was een verbinding tussen het station en de nieuwe A.K.F. (Apparaten- en Ketelfabriek) in het ten noorden van de stad gelegen haven- en industriegebied.

 

Voorts was de route zo gedacht dat de omgeving van Bergweg zou worden aangedaan i.v.m. de vele scholen, verpleegtehuis Ter Valcke en Ziekenhuis Bergzicht.Onder voorwaarde dat Goes in het exploitatietekort zou bijdragen werd de boven voorgestelde dienst op 1 juni 1964 ingesteld. In het dienstrooster werd deze dienst zodanig gereden dat een in Goes aangekomen streekdienst nog even een slag op de stadsdienst "er bij deed". Het betrof dus nooit een zelfstandige wagenomloop. Vandaag de dag is de situatie anders daar nu praktisch alle diensten met taxibusjes worden gereden. Eind jaren 60/begin jaren 70 werd de wijk Goese Polder gebouwd, aldaar werd ook een bejaardenflat gebouwd. Nog steeds waren de afstanden zodanig dat de meesten zich te voet, fiets, brommer en ook steeds vaker per auto, naar hun bestemming begaven.

 

De A.M.Z. wijzigde in 1970 de route van de bus naar Noord-Beveland zodanig dat voortaan via de Ringbaan-West gereden werd met een halte "TV-toren", doch dit was voor de bewoners van de Goese Polder nog te excentrisch gelegen. Na lang onderhandelen werd dan m.i.v. de dienstregeling van 1 juni 1975 voortaan ook deze wijk in de route van de stadsdienst opgenomen. Eigenlijk werden er nu twee aparte stadsdiensten gereden: de dienst Station - Oost (het gedeelte naar de A.K.F. was inmiddels vervallen) en de dienst Station - Goese Polder. De dienst op de Goese Polder was niet populair: het regende klachten, was het niet het beperkte aantal ritten of de frequentie, dan was het wel de slechte aansluiting op de trein. Dat laatste was begin 1979 zelfs aanleiding voor het VARA-televisieprogramma "Hoe bestaat het", dit feit aan de orde te brengen. Per 1 juni 1980 werden beide diensten aan elkaar gekoppeld en ontstond een ringlijn in twee richtingen bereden. De dienst had inmiddels het lijnnummer 21 gekregen. Precies 6 jaar later gewijzigd in lijn 20 en 21, waarbij lijn 20 de route "met de klok mee" reed, en lijn 21 in tegengestelde richting.

 

In de loop der jaren vonden nog de nodige routeaanpassingen plaats of werden halten gewijzigd. In 1985 stopte de A.M.Z. met de exploitatie van het lijndienstvervoer en droeg deze over aan de Streekvervoermaatschappij Zuid-Westnederland. Deze zette ook de stadsdienst onveranderd voort, tot mei 1999, toen Connexxion het overnam. Qua routes vonden er nog regelmatig aanpassingen plaats. Per 1 september 1996 kwam er een nieuwe stadslijn bij, nl. lijn 24 met de route Station - Westwal - Goese Polder - ngbaan-West - Stadskantoor - Ter Valcke - Noordhoek - Kloetinge - Oosterscheldeziekenhuis. Per 24 mei 1998 werd lijn 20 opgeheven en werd de ringlijn nog slechts in een richting bereden als lijn 21 Tegelijkertijd werd de route van lijn 24 gewijzigd zodanig dat niet meer via Kloetinge werd gereden doch over de Oranjeweg.

 

Een jaar later werden de lijnen 21 en 24 gecombineerd tot lijn 24. M.i.v. 15 maart 2003 werd de route van de stadsdienst behoorlijk ingekrompen, en werd nog slechts de lus Station - Goese Polder bereden. De opgeheven halteplaatsen bleven echter wel intact, voorbode van een terugkeer! Inderdaad, m.i.v. 5 januari 2004 werd de route van de stadsdienst in ere hersteld en werd weer het volledige traject Station - Oosterscheldeziekenhuis bereden, zij het dat de route nu zodanig gestrekt was dat de Noordhoek nu niet meer bediend werd. Begin 2007 werd het traject gewijzigd in Station - Station, via Oost - Oostwal - Goese Polder -Westwal - Station. Het trajectgedeelte naar het Oosterscheldeziekenhuis verviel. Het ziekenhuis*4 blijft bediend worden door de lijn die van Goes door de Zak van Zuid-Beveland rijdt.

 

Sinds de gemeentelijke herindeling van 1 januari 1970 is de verbinding met Wolphaartsdijk en Oud-Sabbinge ook te beschouwen als een lokale dienst, doch deze staat verder los van de exploitatie van de stadsdienst. Te memoreren valt dat deze lijn 22 vanaf 1 september 1996 via de wijk Goese Meer reed. Dit duurde tot 30 mei 1999. Sinds januari 2007 wordt lijn 22 geexploiteerd als lijntaxi.Voorts was er nog de op 28 mei 1978 opnieuw in het leven geroepen verbinding met Kattendijke (lijn 20). Dit dorp was lange tijd verstoken geweest van openbaar vervoer. Per 7 oktober 1978 werd het aantal ritten op deze lijn nog uitgebreid en per 1 juni 1986 werd het lijnnummer 20 veranderd in 38 en werden er van maandag t/m zaterdag vier ritten per dag gemaakt. De passsagiersaantallen bleven zeer beroerd, en tenslotte werd op 27 mei 1989 de laatste rit gereden. Goes blijft, enkele flinke uitbreidingen ten spijt, toch steeds een maatje te groot voor een stadbus, maar…..hij rijdt nog! 

 

*1 Den Haag kreeg immers nooit stadsrechten, dus spreken we maar even over het dorp.

 

*2 Weliswaar was er een station Vlissingen-Stad, doch die was nog altijd op ruime afstand van de stadskern gelegen, aan de huidige Prins Hendrikweg. Het oude stadsstation is nog altijd aanwezig en in gebruik als kantoor van ijkswaterstaat Directie Noordzee.

 

*3 Zie "'t Reisvaerdig Beveland", door J.C. van Hartingsveldt

 

*4 Het Oosterscheldeziekenhuis is nog korte tijd verbonden geweest met het pendellijntje 34, tussen