De gekozen burgemeester

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  De gekozen burgemeester

De gekozen burgemeester

Door A.J. Barth

 

Alle kruitdampen zijn dan misschien nog niet opgetrokken, maar het wordt ernst met de gekozen burgemeester. Zoals bekend, krijgen alle zittende burgervaders in 2006 ontslag en kunnen in verkiezingen meedingen naar het behoud van hun zetel in de stads- en dorpspolitiek. Het is, wellicht tot teleurstelling van de fanatieke voorstanders, echter niets nieuws. De stad Goes kende bijvoorbeeld al in 1468 de vrije burgemeestersverkiezing. Vanwege misstanden, zoals het houden van de baantjes binnen aanzienlijke families veranderde dat in de tijd van de Bataafse republiek en vanaf 1815 kennen we de door de Kroon benoemde burgemeester. Jarenlang is dat goed gegaan. Zowel in de steden als in de dorpsgemeenten waren het de meest aanzienlijken die gevraagd werden voor het burgemeestersambt. De vakburgemeester is er zo ongeveer uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Maar het was nimmer het geval dat Jan de Arbeider een gooi kon doen naar het burgemeesterschap. Mede daarom de wens uit de jaren zestig om voortaan de burgemeester te kunnen kiezen.We zouden dan in vergelijking tot de rest van Europa ook niet meer uit de pas lopen.

 

Tegenstanders van degekozen burgemeester leggen vaak de continuïteit van de deskundigheid binnen het gemeentebestuur als troef op tafel. Alsof dat alleen zaligmakend is. Handelt een gekozen burgemeester in een crisissituatie beter dan een benoemde? Laten we maar eens even in de geschiedenis duiken. Toegegeven: de Tweede Wereldoorlog was een bijzondere tijd, waarin hoge eisen werden gesteld aan de toen zittende burgemeesters, die vanaf 1 september 1941 ook nog eens moesten werken volgens het door de Duitsers gekoesterde Führer-prinzip. Ze moesten hun weg vinden zonder gemeenteraad en de medewerking van een paar wethouders stelde doorgaans niets voor. Vele burgemeesters, ook in Zeeland bezweken onder de op hun schouders gelegde bestuurslast, die meewerken aan Duitse verlangens inhield. Als ze dan, na alle moeiten en moeilijkheden de eindstreep van de geallieerde overwinning hadden gehaald, kon het voorkomen, dat ze door toedoen van de Orde Dienst en het Militair Gezag, aan de kant werden gezet. In de Orde Dienst zaten inwoners van de gemeente, die, de goeden niet te nagesproken, aan “verzet” hadden gedaan en dan de burgemeester uit zijn gemeentehuis wipten.

 

Niet zelden werd als motief aangevoerd, dat de burgemeester in zijn optreden tegenover de Duitsers te slap was geweest. Dat was onder meer het geval in Kapelle en in Wemeldinge. Bierens en Willemsen mochten om die reden na de oorlog niet meer het burgemeestersambt uitoefenen, en dat terwijl ze al in 1942 en 1943 al niet meer werkzaam waren als burgemeester. Burgemeester Ten Kate van Goes moest ook al gauw het veld ruimen, maar mocht in 1946 terugkeren. Zijn collega Geuze van Wissenkerke moest na de oorlog de laan uit vanwege een te slap optreden, naar de mening van de O.D., waarin mensen hadden gezeten, die aantoonbaar verzet tegen de Duitsers hadden gepleegd. Wat die toen niet wisten, was dat de Duitsers zelf met het plan hadden gespeeld om Geuze tijdens de oorlog al te ontslaan.  Het vereffenen van oude rekeningen is wellicht het motief geweest om Geuze uit het gemeentebestuur te verwijderen. In Aardenburg is dat nadrukkelijk wel het geval geweest. In de jaren twintig en dertig had zich in deze West-Zeeuws-Vlaamse gemeente een felle politieke strijd afgespeeld tussen protestanten en katholieken, die naar men zou kunnen zeggen, gewonnen was door het katholieke volksdeel met in 1924 de benoeming van de eerste katholieke burgemeester, Th. Overmaat.

 

De strijd ging onder meer over het beschikken over de eigendom van de vele goederen van het burgergasthuis en het burgerweeshuis. Dat had een monsterverbond van AR, CH en SDAP tot gevolg en de leiders van deze groeperingen grepen na de bevrijding hun kans. In eerste instantie kon de Aardenburgse burgemeester op last van het Militair Gezag gewoon zijn functie blijven uitoefenen, maar algauw begon de rijkspolitie, die aan de kant van de oppositie stond een onderzoek naar onvaderlandse activiteiten en mogelijke collaboratie van de burgemeester. De situatie werd ronduit bizar toen er op 3 februari 1945 een aanslag op Overmaat werd gepleegd. In een rapport aan de commissaris der koningin meldde de burgemeester dat er twee handgranaten in zijn werkkamer naar binnen waren gegooid, net op het moment, dat hij zich op het toilet bevond. Zijn hondje overleefde de aanslag niet. De politie stelde een onderzoek in, verhoorde enkele personen, maar bracht de zaak niet tot klaarheid. Zijn tegenstanders suggereerden schamper, dat hij zelf de actie op touw had gezet. 

 

Op 13 maart was Overmaat nog aanwezig bij de aankomst van Koningin Wilhelmina in Nederland, maar op grond van het politie-onderzoek kreeg hij de opdracht om op 7 juni 1945 zijn werkzaamheden neer te leggen, zeer tegen de zin van zijn  ambtenaren, die later voor het tribunaal ten gunste van hem getuigden. Hij kreeg geen veroordeling aan de broek, doch werd door de minister van binnenlandse zaken in feite gedwongen om ontslag te nemen, hetgeen geschiedde. De werkelijke redenen zijn nimmer achterhaald. We nemen aan, dat zaken als onmin tussen bevolkingsgroepen en haat en nijd tussen burgemeesters en gemeentenaren bij de gekozen burgemeester tot het verleden zullen gaan behoren. We kunnen dan immers om de vier jaar via de stembus laten weten of we een goede burgemeester hebben of niet. Naschrift:In december 2003 bleek de Tweede Kamer grote moeite te hebben met het ontslag aan alle zittende burgemeesters in 2006. Het laatste woord over deze kwestie is nog niet gesproken!