De burgemeester die niemand wilde

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  's Gravenpolder  |  De burgemeester die niemand wilde

De burgemeester die niemand wilde

Door Allie Barth

 

Burgemeesters beleven vandaag de dag vaak barre tijden. Dan zitten ze weer dronken achter het stuur, dan leven ze in onmin met de gemeenteraad of ze moeten weg vanwege een liefdesrelatie. Het komt allemaal uitgebreid in de krant, we spreken er al dan niet schande van en voor een weggestuurde burgemeester komt gewoon weer een nieuwe. Er is echter, om al die burgemeesters een hart onder de riem te steken, niets nieuws onder de zon. Zo liep het niet goed met de vervulling van de burgemeestersvacature in 's -Gravenpolder. We schrijven dan het jaar 1853. Twee goede kandidaten hadden voor de eer bedankt, naar hun zeggen, omdat ze naast het burgemeesterschap van 's-Gravenpolder ook dat van 's-Heer Abtskerke moesten vervullen. Dat kwam vroeger vaker voor, een burgemeester voor twee of zelfs drie gemeenten. Ene Pieter Pijke uit Goes voelde echter wel voor het burgemeesterschap. Hij was bierbouwer van beroep, maar had voordien lange tijd op het notariskantoor van De Fouw gewerkt. De zittende elite in beide dorpen moest hem echter niet en dat kwam omdat Pijke, zoals dat heette, zwaar godsdienstig was.

 

De grote boeren in de dorpen, die in vrijwel alle besturen zaten, waren uitermate vrijzinnig. De commissaris des konings zag evenwel geen beletselen en liet de Kroon Pijke tot burgemeester benoemen. Toen die beslissing was gevallen lieten de gemeenteraadsleden van beide dorpen zich van hun slechtste kant zien. 's-Gravenpolder accepteerde de man niet, omdat, zoals ze aan de CdK schreven, Pijke niet in het dorp woonde. Wethouders namen ontslag en de raad weigerde om nieuwe te verkiezen. Wanneer Pijke krachtens de wet een vergadering van de gemeenteraad uitschreef, dan kwam er geen hond ter vergadering. Pijke liet de vergadering toch doorgaan, maar daar zat hij, alleen met de gemeentesecretaris. Het werd al met al een onhoudbare toestand, die lang duurde. Heel langzaam draaiden de raadsleden bij, toen bleek dat Pijke op steun van het provinciebestuur kon rekenen. In 1856, drie jaar later hield de man het echter voor gezien en bedankte voor zijn burgemeesterschap. In de laatste door hem voorgezeten vergadering geen dankwoorden en geen bloemen. Zijn opvolger werd met vreugde ontvangen, maar die woonde dan ook in 's-Gravenpolder en was er een van ons kent ons.