De 100 gemeten, een stadsuitbreiding uit de 15de eeuw

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Goes AA - ME  |  De 100 gemeten, een stadsuitbreiding uit de 15de eeuw

De 100 gemeten, een stadsuitbreiding uit de 15de eeuw

Door Frank de Klerk

 

Het bestuur van Goes is zeer ingenomen met een besluit van Filips de Goede uit 1444: de stad mag een stuk Kloetinge van 100 gemeten groot kopen. Deze grond, een langgerekte noord-zuidlopende strook vanaf de Ganzepoort met een stukje Voorstad tot aan de schorren van de Oosterschelde, zal de eerste uitbreiding van Goes ten koste van haar oosterbuur zijn. Met hun bezwaren verhinderen ze dat de 100 gemeten door Goes als stadsgrond in gebruik kan worden genomen. De bewoners vallen niet onder de Goese noch onder de Kloetingse rechtspraak meer, er kunnen geen belastingen worden opgelegd, kortom de 100 gemeten worden een soort vrijstaatje. Op personen van duister allooi heeft dat veel aantrekkingskracht: "vele overdaedige lieden van quade ende ongebonden leven" komen naar het gebiedje.

 

In de herbergen die er staan of snel gebouwd worden zijn de vechtpartijen niet van de lucht. Bovendien worden boeren en kooplieden die langs die kant de stad willen bereiken veelvuldig lastiggevallen. In 1450, 6 jaar na het begin van de problemen, neemt Filips de Goede de baljuw uit Goes stevig onder handen om hem tot meer activiteit en strengheid in de 100 gemeten aan te zetten. Of hij daartoe in staat is valt te betwijfelen. Tot een oplossing van de stagnerende verkoop van de grond komt het niet. Karel de Stoute is een van de weinige landsheren die zich als nieuwe bestuurder laat inhuldigen in Goes. Meestal moeten de kleinere steden naar een gezamenlijke plechtigheid in Reimerswaal of Middelburg. Op 25 april 1468 komt de Bourgondische vorst 's avonds om 21.00 uur in de stad aan.

 

De volgende ochtend om 05.00 uur wordt hij plechtig als heer erkend, en belooft Karel op zijn beurt de Goese privileges te respecteren, waarna hij zijn reis richting Middelburg voortzet. Wellicht als dank voor de vorstelijke ontvangst die hem in Goes wordt bereid komt het enkele jaren later tot afwikkeling van de verkoop van de 100 gemeten. Op 12 december 1472 luidt de stadsklok om groot nieuws bekend te maken: de omstreden 500 gemeten Kloetingse grond moet worden verdeeld. Eindelijk kunnen de grenspalen van Goes langs de hele oostkant enkele honderden meters naar het oosten worden geslagen, vanaf de schorren in het noorden tot de zuidelijk van de Voorstad gelegen Kloetingseweg. Nog voor de jaarwisseling zijn twee landmeters bezig met het precies opmeten van het nieuwe Goese grondgebied. 

 

Goes gaat vanaf 1473 in 37 jaarlijkse termijnen de koopsom van 450 Vlaamse ponden voldoen. In de lijsten van nieuwe poorters kunnen in dat jaar in een klap 31 nieuwelingen uit de 100 gemeten worden ingeschreven. Van enkele kennen we hun ambacht: er zijn drie smeden bij, een leertouwer en een boogmaker. In de loop van het jaar komen er nog eens 30 nieuwe Goese poorters bij; 1473 is een van de jaren met de hoogste aanwas aan nieuwe poorters. De 100 gemeten blijven eeuwenlang als afzonderlijk gebiedje onder die naam bekend staan. De aanleg van de grote vestingwerken rond Goes aan het einde van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw verkleint de oppervlakte van de 100 gemeten, maar de naam blijft in gebruik.

 

Als in 1822 de grenzen van de Goese kadastrale sectie De Honderd Gemeten, groot 59.93.11 ha. moeten worden vastgesteld flakkert nog een keer het verzet van Kloetinge tegen de middeleeuwse annexatie op. Met de vaststelling van de noordgrens van de 100 gemeten is het Kloetingse gemeentebestuur het niet eens. De vroeger hier liggende schorren, de Wilhelminapolder is inmiddels bedijkt, zouden Kloetings geweest zijn. Dankzij oude kaarten, onder meer een van de bekende kaartenmaker Hattinga, krijgt de stad gelijk bij de bepaling van de noordgrens. Eeuwenlang heeft Goes immers hier het Galgeschor gehad, de plaats waar misdadigers werden opgehangen. Het dorp Kloetinge zal in de daaropvolgende anderhalve eeuw nog vaker gebied aan haar uitdijende buur moeten afstaan. 

 

In dit gebied ligt tegenwoordig het oude Goes-oost, met bijvoorbeeld de Zonnebloem-, Lelie en Tulpstraat, de Kamperfoeliestraat en het westelijke deel van de Vogelzangseweg. De grensscheiding tussen Goes en Kloetinge is tot dat moment het havenkanaal. De oostelijke oever hiervan is Kloetings, hetgeen het voor Goes niet gemakkelijk maakt dit vaarwater te onderhouden. Dat blijkt bijvoorbeeld enkele jaren tevoren als een deel van de haven wordt uitgegraven en van nieuwe hoofden en bakens wordt voorzien. Als dan in 1444 Wolfert van der Maalstede heer Floriszooon, een van de Kloetingse ambachtsheren, overlijdt en zijn boedel verdeeld moet worden is Goes er als de kippen bij om te proberen haar territorium langs de haven en de oostzijde van de stad te verruimen.

 

In september van dat jaar bezegelt Filips de Goede de koop van 100 van de 500 gemeten beschikbare grond aan Goes en lijkt alles in kannen en kruiken. Er ontstaan problemen als twee adellijke heren, Olivier van Everinge en de heer van Veere, bezwaar maken tegen de verkoop. Zelf hebben ze de resterende 400 gemet in handen gekregen. Ze willen dat de totale oppervlakte bij elkaar blijft, en dat Goes er niet met een gedeelte vandoor gaat.