Dan liever de lucht in!

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Dan liever de lucht in!

Dan liever de lucht in!

Door Allie Barth 

 

De Eerste Wereldoorlog gaf de stoot tot de burgerluchtvaart. Op Walcheren kwam tijdens ‘14-‘18 het militair vliegveld Oost-Souburg tot stand. Na de oorlog kwam dat van lieverlee in de jaren ‘20 voor commerciële doeleinden in gebruik. In 1934 noemde men het al een aan belangrijkheid winnende luchthaven voor het nationale en ook reeds internationale burger-luchtverkeer. In 1925 legden enkele inwoners van Schouwen-Duiveland de basis voor het vliegveld Haamstede. In 1930 ging daarvoor bij Nieuw-Haamstede de eerste spa de grond in. De opening van een geregelde dienst vond plaats op 4 juli 1931 toen de kortste en naar later zou blijken de drukste luchtlijn ter wereld met de dienst Haamstede - Rotterdam begon. In 1932 trok men het lijntje door naar Vlissingen. In 1934 richtte men de Zeeuwsche Vereeniging voor Luchtvaart op, die meer vliegvelden in Zeeland tot stand moest brengen. In 1935 belegde het bestuur van deze vereniging een bijeenkomst in het stadhuisvan Goes met als doel te komen tot een Bevelandse afdeling en tot de stichting van een vliegveld op Zuid- Beveland. Gemeentebestuurders, hoge ambtenaren envertegenwoordigers van de ZLM zou men vragen voor een bestuursfunctie.

 

Jan Dekker, prominent NSB-er en ook aanwezig op de bijeenkomst werd niet gevraagd. De afdeling ging aan het werk en leverde nog in 1935 een rapport af over de mogelijke vestigingsplaatsen. Een commissie bestaande uit A.J.J.M. Mes, O. van Bleiswijk Tierens Verhagen, A. van der Poest Clement, mr. J.D. Koster en ir. A.F. Holleman had in loco diverse terreinen bestudeerd. Als eerste had de commissie rondgelopen in de Achthoek in de Goese Polder even voorbij ‘s Heer Hendrikskinderen, ter hoogte van de kruising Rijksweg/Schengedijk. Verkeerstechnisch was het een uitstekende plaats aan de doorgaande route van Goes naar Middelburg en aan de weg naar Wolphaartsdijk en Noord-Beveland. Het was minder gunstig, dat het terrein aan drie zijden door dijken was omgeven. Het tweede terrein, nabij de Oosterschenge viel zonder meer af. Het was te drassig en had een ongunstige vorm. Het derde dat bekeken werd, bevond zich ten oosten van de weg naar Katse Veer in de Wilhelminapolder. Het grensde aan de Zandkreek. Het was een prachtig terrein voor de luchtvaart, op ongeveer zes kilometer van Goes en vlakbij Noord-Beveland, maar het was jammer dat de zeedijk aan de noordkant was gelegen en er moesten nogal wat bomen worden gerooid.

 

Als laatste nam de commissie het gebied van het huidige Goes-Zuid in ogenschouw, onmiddellijk ten zuiden van het station. Er waren wat obstakels, zoals de watertoren voor locomotieven en de schoorsteenpijp van de voormalige appelstroopfabriek. In het oosten en zuid-oosten waren hoge bomen aanwezig. De commissie concludeerde dat dit terrein als vliegveld een unicum zou zijn in Nederland. De ligging vlak bij het station was zeer geschikt. Voor Noord-Beveland lag het evenwel wat minder gunstig. Om tot een beslissing te komen moest het bestuur van de afdeling nadenken over de vraag waar de luchtreizigers uit Zuid-Beveland vandaan zouden komen en uit welke streek van Zuid-Beveland de meeste te vervoeren goederen kwamen.  Hoe zat het met de stadsuitbreiding van Goes en hoeveel zou het allemaal gaan kosten. We schreven de jaren dertig, met grote economische problemen. Hebben we hier te maken met melagomane luchtfietserij van een groep bestuurders (dat komt tenslotte vaker voor) of sneden dergelijke plannen wel degelijk hout? We weten het niet. De laatste algemene ledenvergadering van de Zuid-Bevelandse afdeling is van 13 oktober 1936. Slechts de voorzitter, de secretaris en een bestuurslid waren aanwezig.

 

Van enig elan was geen sprake meer en van de afdeling werd niets meer vernomen. De Tweede Wereldoorlog was de nekslag voor het lijntje Rotterdam - Haamstede -Vlissingen. Maar de vrede was nog maar net getekend, of er doken onmiddellijk plannen op om op meerdere plaatsen in de provincie vliegvelden aan te leggen. Bij Goes, in de Wilhelminapolder moest er één komen, maar dat liep op niets uit. In 1948 besloten provinciale staten om het vliegveld bij Haamstede nieuw leven in te blazen en in die tijd ontwikkelde men eveneens plannen voor een vliegveld bij Terneuzen. De Zeeuws-Vlaamse gemeenten werden uitgenodigd om in de kosten daarvan deel te nemen. Niet alle waren daar gelukkig mee. In Midden-Zeeland moest er een vliegveld bij Ritthem komen. Het doel was bevordering van de industrie en het vreemdelingenverkeer. Er kwam niets van terecht. Niet alleen bleken de gemeenten onwillig in het afdekken van de financiële risico’s, maar ook waren de ontwikkelingen in de vliegtuigindustrie zo stormachtig - alles moest groter en sneller en vooral mondiaal - dat de ontwikkeling van kleine vliegvelden stagneerde. Eerst vele jaren later kwam het vliegveld Midden-Zeeland tussen Arnemuiden en Wolphaartsdijk tot stand. Zowel in Haamstede als in Midden-Zeeland floreert vooral het recreatieve vliegen.