Brutale diefstal

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Brutale diefstal

Brutale diefstal

Door Allie Barth

 

Elke avond in het jaar 1854 was koster Charel van Vooren gewoon om de kerkklok van de katholieke kerk te Eede om 9.00 uur 's avonds te luiden. Dat was voor de Eedenaren het sein om het bed op te zoeken, want de volgende morgen om 6.00 uur zou Charel de klok weer luiden om te verkondigen dat het tijd was om aan het werk te gaan. Hij was een pietje precies. Na het luiden liep hij altijd nog even door de kerk om te zien of die goed gesloten was. Hij vertrok altijd door de deur van de sacristie. Die kon je alleen van binnenuit openen. Als je hem buiten gekomen dicht deed, dan was die meteen op slot. Zo ook op 15 mei 1854. De mensen waren weer naar bed geluid, de deuren waren op slot en Charel ging naar zijn huis om ook in bed te stappen. De volgende morgen was hij al om vijf uur in de kerk en schrok toen geweldig. De offerkisten waren met bijtels geopend. De armenkas was leeggehaald.

 

Daarin bevond zich zeker twintig gulden. De kist "voor geloovige zielen", bevatte slechts iets meer dan een gulden, maar ook dat bedrag was verdwenen. Hij liet onmiddellijk de marechaussee roepen, die een onderzoek kwam instellen. Hoe was die inbraak mogelijk geweest? De koster had alle deuren toen hij die morgen bij de kerk kwam secuur gesloten gevonden. Het onderzoek van de politiedienaren wees uit, dat de diefstal door zeker twee personen moest zijn gepleegd. Zij hadden namelijk voordat ze de kerk binnenkwamen nog enkele andere diefstallen gepleegd, duidelijk met het doel om via een van de kerkramen in de noordgevel binnen te kunnen komen. Bij de molenaar hadden ze uit de molen een setje bijtels gestolen en uit de stal van een nabij gelegen boerderij hadden ze een ladder gehaald. De voetafdrukken van de dieven waren ook nog duidelijk waarneembaar in het grasveld van de kerk. Navraag bij de molenaar en de boer leerde dat deze inderdaad beitels en een ladder waren verdwenen. De beide mannen hadden die diefstal nog niet eens gemerkt. Van de dieven geen spoor. Vermoedelijk waren zij uit Belgie afkomstig, maar ze moeten dan goed op de hoogte zijn geweest van de dagelijkse gang van zaken in Eede.