Boter - wel en niet op het hoofd

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Boter - wel en niet op het hoofd

Boter - wel en niet op het hoofd

Door: Allie Barth 

 

In de jaren vijftig was boter een geliefd product. We spreken dan over roomboter en niet over margarine. Overal werd er druk mee gehandeld en gesmokkeld. Het behoorde ook tot de artikelen, die veelvuldig werden gestolen. Je houdt het eigenlijk niet voor mogelijk, maar boter was goud. Douaniers uit Zeeuws-Vlaanderen voerden in die jaren een verbitterde strijd tegen de smokkelaars van dat goedje.

 

Grote Amerikaanse wagens, spijkers en ander materiaal op de weg om de achtervolgers lekke banden te laten rijden, zelfs vuurwapens. Dat hoorde er allemaal bij. Zo nu en dan boekten de mannen der wet succesjes. Zoals in Aardenburg, waar een uitermate dikke vrouw de grens trachtte te passeren. Ze liep op alle dag, vertelde ze de grenswachten. Die vertrouwden het echter niet en namen haar mee het kantoor in.

 

Ze weigerde zich te laten visiteren. Geen mannen aan haar lijf. Alleen een vrouw mocht haar kleding aftasten. Maar er werkten toen geen vrouwen bij de douane. Goede raad was duur. Het was echter hartje winter en daarom besloten de douaniers de dame vlak bij de kachel te laten zitten, met een smoes dat de vrouw voor de visitatie was besteld en dat die zou komen. Het ging wel even duren. Geen probleem, sprak de aangehouden vrouw brutaal. Die brutaliteit verdween evenwel toen als gevolg van de warmte van de kachel de boter begon te smelten en een boterplas op de vloer veroorzaakte.

 

Ook op Tholen had men wat met boter. Er was eens een begrafenisondernemer, die het niet kon laten om vlak voor de teraardebestelling van een overledene gauw een pond boter mee te gappen uit de keuken van het sterfhuis, die hij onder zijn hoge zije verborg. Het was die dag prachtig weer. Op de dodenakker leidde de plaatselijke predikant het begrafenisritueel en dat duurde lang. De begrafenisondernemer begon er van te zweten. Hij trachtte door besmuikte praat en gebarentaal de predikant duidelijk te maken dat deze moest opschieten. Daar had de eerwaarde echter geen boodschap aan en op zeker moment droop de boter vanonder zijn hoge zije over zijn gezicht!