Bizarre gang van zaken in Heinkenszand

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Heinkenszand  |  Bizarre gang van zaken in Heinkenszand

Bizarre gang van zaken in Heinkenszand

Door Allie Barth

 

Het is een losliggend velletje in een dossier van de vroegere gemeente Heinkenszand. De tekst erop luidt als volgt: "Burgemeester. prov. griffie heeft hedenmiddag telefonisch meegedeeld, dat het geval Van W. telefonisch is doorgegeven aan Commandant Ordnungspolizei te Amsterdam. Deze zal zaak onderzoeken. Gedurende dit onderzoek is vertrek uit Zeeland niet noodzakelijk. Van W. kan wachten totdat U uit Middelburg bericht ontvangt. Dat het geval in onderzoek is, wil niet zeggen dat dit een goed resultaat zal hebben." Met potlood schreef burgemeester Mes eronder: "schriftelijke bevestiging vragen." Vrijwel zeker dateert de notitie van eind 1943.

 

Het ging om een zaak die al twee jaar lang slepende was. In 1941 meldde de vrouw van Van W., Cohen geheten, zich bij de gemeentesecretarie met de vraag of zij en haar twee kinderen van Joodsen bloede waren. Haar man was in ieder geval Nederlander. De gemeente legde de vraag voor aan het departement van Binnenlandse Zaken, dat antwoordde, dat er waarschijnlijk geen sprake was van joodse afkomst, wanneer de grootouders niet tot de joodse kerkelijke gemeenschap in nederland hadden behoord. Maar dat vermoeden kon weerlegd worden wanneer een voorouder naar ras "voljoodsch"was.

 

Behoudens bewijs van het tegendeel achtte men dat het geval wanneer beide voorouders behoorden tot de joodse gemeenschap. Men was dus in de praktijk eigenlijk altijd Jood. uit het door de gemeente ingestelde onderzoek kwam naar voren dat er van de vier grootouders twee van joodsen bloede waren. De familie had echter nooit behoord tot de joodse geloofsgemeenschap en voorouders waren ook nimmer op een israelitische begraafplaats begraven. Slechts de naam gaf enig vermoeden tot een joodse achtergrond, vond de gemeente in juli 1941. Pas op 30 december 1941 kwam er antwoord. Bij de Duitse instantie die de zaak moest onderzoeken was men de oorspronkelijke brief kwijtgeraakt.

 

De burgemeester weigerde toen om in het persoonsbewijs van de vrouw de letter J aan te brengen. De Duitse bezetter besloot enkele maanden later dat mevrouw Cohen als afstammelinge van vier joodse grootouders als Jodin moest worden aangemerkt. Haar kinderen moesten ook als zodanig worden geregistreerd, omdat die een joodse opa en oma hadden. Op 24 maart 1942 moesten zij Zeeland verlaten en zich melden in Amsterdam. Dat gebeurde echter niet en de burgemeester deed dat af met de mededeling, dat de aanzegging om Zeeland te verlaten, nooit ontvangen was. Het werd door toedoen van Mes een slepende affaire.

 

Op 28 oktober 1942 berichtte hij de inspectie van de bevolkingsregisters, dat mw. Cohen inmiddels Nederlands Hervormd was geworden. Maar die berichtte van dergelijke grappen niet gediend te zijn. Mw. Cohen kon zich daarmee niet redden. De burgemeester wachtte weer een tijdje en antwoordde toen dat heel veel mensen NH op hen persoonskaart hadden staan zonder ooit een kerk van binnen te zien. In oktober 1943 trachtte de burgemeester de verplichting tot het dragen van een Jodenster voor mw Cohen af te schaffen, want dat was inmiddels mogelijk. Criterium daarvoor was de onvruchtbaarheid van joodse ingezetenen. 

 

Een Duitse dokter onderzocht dergelijke gevallen en dat onderzoek zou dan in Amsterdam moeten plaatsvinden, waarschijnlijk valk bij de Hollandse Schouwburg, de opvangplaats voor Joodse Nederlanders. Mw. Cohen was inmiddels 51 jaar. Met deze correspondentie eindigt het dossier. Tal van vragen blijven onbeantwoord. Waarom meldde mw. Cohen zich aan? Wat deed de burgemeester precies? Wat zou er gebeurd zijn, indien de opvolger van Mes, begin 1944, de zaak had overgenomen. Dat was een NSB'er. Leefde men niet onder grote spanning. Waar bleef mw. Cohen. Daar weten we een antwoord op. Volgens het bevolkingsregister bleef zijn met haar kinderen gewoon thuis bij haar man al weten we dat niet zeker. Wel is bekend, dat het gezin de oorlog overleefde. In de jaren '50 vertrok het naar Noord-Holland.