Berouw na de zonde

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Berouw na de zonde

Berouw na de zonde

Door Allie Barth

 

Op 13 mei 1877 verscheen de landbouwersknecht Bernardus de Baere, dertig jaar oud, met een bebloed gezicht voor de commandant van de marechaussee te Aardenburg en deed zijn beklag over zijn collega Carel Coene. Hij was nog enigszins dronken. Met zijn collega had hij die avond - het was hemelvaartsdag - in het cafe van Verwulst in Eede gezeten en daar had Coene hem zonder enige reden aangevallen. Het gevecht had zich ook nog buiten de herberg voortgezet. Thomas Bonamie en Ferdinand Wildemensch - twee achternamen uit een stripverhaal - betoonden zich "bon ami" door hem thuis te willen brengen, maar toen hij tussen die twee voort zwalkte, was Coene weer gekomen en had opnieuw willen vechten. Het had zijn vrienden Bonamie en Wildemensch heel wat moeite gekost om de vechtenden uit elkaar te halen. Hij, de Baere, had geen enkele aanleiding tot het gevecht gegeven, zo was zijn verklaring. De commandant constateerde, dat de Baere inderdaad wat wondjes in zijn gezicht had en dat zijn neus bloedde. Hij was bovendien wat suffig en nog onder de drank. De commandant stuurde een van zijn ondergeschikten op onderzoek uit. De cafehouder verklaarde dat Coene en De Baere allebei dronken waren. Coene zat op een stoel te slapen, toen de Baere hem bij de arm pakte en sprak lallend: "allee, man, mee naar huis."

Dat was tegen de zin van Coene geweest, want die schrok wakker, maar cafehouder had beiden de deur uitgezet. In zijn etablissement was niet gevochten. De schaapherder Bonamie verklaarde dat beide mannen ruzie hadden gekregen om een vrouw. Wildemensch wist het allemaal niet meer, want die was op dat moment ook dronken. Coene tenslotte wist zich nog te herinneren, dat er helemaal niet gevochten was, omdat ze allemaal behoorlijk lazarus waren geweest. De Baere was gewoon gevallen. De laatste kwam, in nuchtere staat, terug bij de marechaussee met het verzoek om de aanklacht door te willen halen. Hij was altijd goed bevriend geweest met Coene en dat wilde hij, achteraf, toch wel zo houden.