Bedelen mocht niet.

Gemeentearchief
HOME  |  Rubrieken  |  Verhalen  |  Zeeland AA - GE  |  Bedelen mocht niet.

Bedelen mocht niet.

Door Allie Barth

 

Begin 1856 vroeg Pieter van den Hemel bijstand van de marechaussee te Aardenburg. Hij was niet alleen boer, maar ook wethouder van St. Kruis. Een zwerver was ongenood bij hem binnengekomen en vroeg om een aalmoes en wat eten. Iets dat Van den Hemel kwam, moest toch goed zijn. En hij kwam nog op een stichtelijk moment binnen ook. Op vrijpostige wijze, dat moet worden gezegd. Zonder kloppen en zonder roepen. De boer wou met zijn gezin net met de maaltijd beginnen en sprak daarom het Onze Vader uit, toen de zwerver binnenkwam. En we kunnen achteraf ook wel begrijpen dat de boer en zijn huisgenoten hevig schrokken. De man had namelijk een groot mes bij zich. De messenzwaaier heette Christiaan Herman en was afkomstig van Sinte Pier, zoals Nieuwvliet in de volksmond heette. Maar daar was hij niet lang geweest. Via Oudeman Waterland in Belgie, was hij in Boschkapelle terecht gekomen. Maar daar was hij door de autoriteiten snel de gemeente uitgezet. Hoe hij aan dat mes kwam? Hij antwoordde de marechaussees dat hij dat een jaar te voren in Terneuzen had gekocht. Daar was nog een getuige van, dat hij daar eerlijk aangekomen was. Op de vraag van de wetsdienaars wie dat dan wel was, antwoordde hij dat de desbetreffende man inmiddels was overleden. Verder had hij honger, want al dagen niet meer gegeten. Zijn kleding was sjofel en kapot. Wegens huisvredebreuk en bedreiging werd hij in naam der wet gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring in Middelburg. Zijn mes moest hij afgeven. We kunnen ons voorstellen dat hij het misschien niet zo erg gevonden heeft. Hij had voorlopig elke dag te eten en te drinken.